Browsing Category

Blog

Blog, Lifestyle

Een beetje pianissimo alsjeblieft

Met mijn handen vol vlieg ik door de keuken van links naar rechts. Alsof ik als een virtuoos een instrument bespeel. Snel, hak-hak, groenten in de pan. Even roeren in een andere pan. Vuur omhoog, soepel schudden met de wok alsof ik al jaren in een sterrenrestaurant werk. Mijn kokerij laat ik even zijn eigen gang gaan, tafel leegruimen. Hop, hop. Alles op zijn oorspronkelijke plaats en weer roeren in de pan. Het klinkt als een soepel gespeeld nummer, maar niets is minder waar. Het lawaai van de afzuigkap overstemt mijn gedachten en de vaat staat zo ongeveer metershoog te druppen op het aanrecht. Om over mijn knallende koppijn nog maar niet te spreken.

Ondertussen kruipt mijn peuter achter de piano. Wonderkind Mozart speelde op zijn derde al ingewikkelde sonates op zijn klavecimbel, mijn zoon houdt het echter graag bij een vorm die tussen metal en hardcoremuziek in zit. Al rammend mishandelt hij de -onlangs gestemde- piano in al zijn enthousiasme.

‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man tegen onze peuter. Hij kijkt me even gekscherend aan en verklaart zichzelf dan tegen de kleine man. ‘Speel maar wat zachter, dit is niet zo goed voor de piano.’

Na het eten hervat ik het tempo weer. Er is nog genoeg op te ruimen, te regelen en als ik een beetje doorknal kan ik vanavond nog een aflevering van mijn favo serie kijken. Mijn man brengt ondertussen de kleine naar bed en ik poets de keuken. Mijn hoofdpijn is nog steeds aanwezig. Met een golf water spoel ik twee paracetamol weg. Zuchtend kijk ik naar de ravage op de woonkamervloer. Duplo hier, auto’s daar, de halve bank is van zijn kussens ontdaan en er kleeft een half afgekloven koekje aan de salontafel, what a mess. Efficiënt ga ik te werk, alsof ik een etude op de piano speel.

Als mijn man weer beneden komt is de woonkamer keurig aan kant. Het zweet staat nog net niet op mijn voorhoofd. Naast mijn hoofdpijn is er nu ook een lichte duizeligheid bijgekomen.
‘Wow, je hebt alles al opgeruimd’, zegt hij en dan kijkt hij me peilend aan. ‘Gaat het wel? Je ziet helemaal bleek.’
‘Ik weet het niet’, prevel ik, ‘Een beetje lichthoofdig en hoofdpijn.’
‘Ga dan lekker op de bank hangen.’
‘Nee’, ik schud mijn hoofd. ‘Ik moet nog even de was doen en een column schrijven.’
‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man met een glimlach.

Ik geef het niet graag toe, maar: hij heeft gelijk. Pianissimo is een muziekterm die aangeeft dat er een bepaalde passage heel zacht gespeeld moet worden. Iets waar ik nogal slecht in ben. Ik ben meer van de fortissimo, ofwel zeer luid spelen. De overgave die mijn peuter had bij zijn pianospel, met die bevlogenheid leef ik ook. Bij mij is het over het algemeen álles of niks. En dat niks is dan met name omdat de emmer helemaal leeg is en ik alles gegeven heb.

In de muziek is het de balans tussen hard en zacht, toenemend, afnemend en de rustmomenten wat de melodie tot zijn recht laat komen. Het is niet erg om fortissimo te leven en om bevlogen te zijn, zolang er altijd maar weer een moment komt dat je rust zoekt of dat je wat gas terugneemt.

Op zich is het dan wél handig dat je dat tijdig doet en dat je niet, zoals ik, oververmoeid op de bank ligt. Want een rust-teken op het verkeerde moment doet de melodie niet veel goeds.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Kleine evangelist

Want ik schaam mij niet voor het goede nieuws van Christus.
Romeinen 1:16 (Basisbijbel)

Op de fiets rijden we door Kopenhagen, een briljante manier om deze stad te bezichtigen. We piepen overal behendig tussendoor en hoeven niet te wachten. Ideaal met onze peuter, want het is zalig weer en hij vindt het achterop de fiets fantastisch. Uit volle borst zingt hij liedjes, terwijl hij tussendoor voertuignamen scandeert die we in het voorbijgaan tegenkomen.

We komen aan bij De Kleine Zeemeermin, zo ongeveer de bekendste bezienswaardigheid van Kopenhagen. Een klein beeldje waarom zich hele hordes toeristen met iPads en selfiesticks drommen. In onze Hollandse nuchterheid fietsen we erlangs, met die hele meute die ermee op de foto wil verdwijnt toch een groot deel van de charme. Om ons heen staan massa’s mensen en dan opeens begint de kleine man in het fietsstoeltje weer luidkeels te zingen.

Ik zegen jou in Jezus’ naam. Snoeihard zingt hij het. Mensen kijken hem aan, mensen kijken mij aan.
En ik glimlach, want in mijn hoofd hoor ik mijn moeder zeggen: ‘Heidi, de kleine evangelist.’
Als kleuter huppelde ik over de camping en zong ik (aldus mijn moeder) met volle overgave: De B-IJ-B-E-L mijn trouwe metgezel, ik vind alles wat ik maar nodig heb in de B-IJ-B-E-L.

‘Zo, die kleine heeft een hoop mensen gezegend’, zeg ik later tegen mijn man. Zo vrijmoedig als hij zong, zo vrij ben ik allang niet meer. Eerlijk gezegd vraag ik me af of ik er ook zo om had kunnen glimlachen als het in hartje Rotterdam was gebeurd en iedereen hem had verstaan. Waar is die kleine evangelist in mij gebleven?

Het zet me aan het denken. Binnen mijn christelijke kringetje is het heel makkelijk om voor mijn waarden uit te komen, maar daarbuiten… In deze westerse wereld kan in principe alles. Je mag op iedereen verliefd worden, je mag alles met je lichaam doen wat je wilt en je mag overal een mening over hebben. Maar als christen lijk je niet mee te mogen doen met die vrijheid van meningsuiting. Als je vindt dat je met zorg om moet gaan met je lichaam, je een christelijke mening hebt over huwelijk, abortus, euthanasie en wat al niet meer, dan lijkt dat niet te mogen. Alles lijkt te moeten kunnen, maar vinden dat dat niet zo is, niet. Volg je ‘em nog?

Buiten mijn vertrouwde christelijke kringetje verschuil ik me daarom al snel achter gedachten als: mensen moeten het aan mijn daden zien dat ik bij Jezus hoor. En dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Geen woorden, maar daden. Toch voelt het soms ook als een excuus om niets te hoeven zeggen.

Er zijn momenten dat alleen daden niet genoeg zijn. Dat ik juist moet zeggen waar ik voor sta en uitspreken dat ik bij Hem hoor, vrijmoedig zoals een kind dat doet. Vertellen waarom ik ervoor kies om iets niet te doen, zonder bang te zijn voor de mening van anderen en hun oordeel. Vrij van schaamte, zoals de kleine evangelist die 25 jaar geleden over de camping banjerde.

Hoe is dat bij jou? Wie ben je buiten je christelijke wereldje? Wie wil je daar zijn?

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Rommelkont

Mijn zoontje zit op de grond te midden van een enorme ravage. Ik was boven om de was op te ruimen en in dat korte moment heeft meneer al zijn speelgoed verspreidt over de woonkamervloer. ‘Wat heb jij nou gedaan?’, vraag ik geërgerd.

Om hem heen staat de halve inhoud van mijn keukenkastjes. Pannen, lepels en plastic bakjes. Boos been ik op hem af. Een scherpe pijn trekt door mijn voet en ik slik een schelwoord in. Ik til mijn voet op en zie de pijnveroorzaker: een stuurse duplogeit met horens.
Met fonkelende ogen kijk ik mijn driejarige aan en zeg woest: ‘Opruimen. Nu.’

Wakker
Die nacht kan ik niet slapen. Ik ga er even uit en ga op de bank liggen. Ik graai achter mijn rug en daar kruist de duplogeit mijn pad voor de tweede keer. Dit keer doet hij me wat minder pijn, gelukkig. Ik zet ‘em op de salontafel naast me en staar naar het plafond. De ene na de andere gedachte raast voorbij. Over werk, regeldingen, relaties en of ik daarin beter mijn best moet doen, opvoeding… Doe ik het wel goed? Zo boos worden omdat je op een mini geit gaat staan, lekker voorbeeld. Wat ben ik voor waardeloze moeder? Pas werd ik ook al zo boos.

Chaos
Ik haal alles uit de kastjes in mijn hoofd. De bak met zorgen, het krat met frustratie en de emmer met zelfverwijt. Wat is dat toch met de nacht? Alles lijkt groter, erger en problematischer en ikzelf lijk incapabeler. Zodra het donker valt, verandert het perspectief op je zorgen. Inmiddels ben ik geen moeder meer die een keer boos is geworden, maar een levensgevaarlijk explosief dat op scherp staat. In mijn hoofd is het een rommel. Alles moet terug de kast in, anders kan ik straks helemaal niet meer slapen.

Dan moet ik ineens denken aan de volgende Bijbeltekst:

Als ik ‘s nachts wakker lig en aan U denk, prijs ik U.

Psalm 63: 8 (Basisbijbel)

Focus
Mijn focus is compleet verkeerd: ik ben wakker, maar denk aan mezelf. Aan dingen waarin ík tekortschiet en problemen die ík op moet lossen. Ik haal net als mijn peuter alle spullen uit de kast en weet niet meer wat ik met al die rommel moet. Als mijn focus op God was geweest, was alles in de kast gebleven. Ik pak de Bijbel erbij en begin te lezen in Psalmen waar God groot gemaakt wordt. Al snel ervaar ik Rust, de nacht mét God is anders dan zonder Hem.

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Waar focus jij op?

“Kijk nou”, zeg ik vol verbazing tegen mijn man. In mijn hand heb ik een manshoge onkruidplant. Hoe kan ik die al die tijd over het oog gezien hebben? Zeker omdat er toch wekelijks onkruid gewied wordt. Hij had zich wel verdekt opgesteld, tussen een struik en een boompje in. Maar toch, eigenlijk had ik hem niet kunnen missen.

Later die dag wandel ik een rondje door mijn woonplaats. De ene tuin staat bomvol onkruid. In de aarde onder een tweetal vaste planten groeien distels, hondsdraf en allerlei andere plantjes die zich graag vermenigvuldigen. In de tuinen waar de vaste beplanting de overhand heeft, zie je nauwelijks onkruid. Er is simpelweg te weinig plaats en licht om op te komen.

Tijdens mijn wandeling moet ik ineens denken aan het verhaal van de zaaier en leerde ik iets nieuws.

Jezus zei: “Een zaaier ging zaaien. Een deel van het zaad viel langs de weg. Het werd door de vogels opgegeten. Een ander deel viel op rotsgrond, waar het niet veel aarde had. Daardoor kwam het zaad snel op. Maar toen de zon opkwam, ging het dood. Het verdroogde doordat het haast geen wortels had. Een ander deel viel tussen de distels. Toen de distels opkwamen, verstikten die het.
Mattheus 13:3-7 Basisbijbel

Een deel van het zaad viel tussen de distels en het zaad kon niet groeien. Omgekeerd is het ook zo. Als je tuin vol staat met hortensia’s, lavendel of vrouwenmantel is er voor het onkruid nauwelijks plek om te groeien. Mooie bodembedekkers zaaien zichzelf uit en maken een beschermend kleed in je tuin, tegen onkruid. Hoe meer ruimte de Heilige Geest krijgt, des te minder plek er is voor zonde om te ontkiemen.

En toch staat er dan ineens een manshoge onkruidplant in je tuin. Iets wat er blijkbaar ingeslopen is en waarvan je dacht dat je het niet meer deed. Want je bent toch al jaren christen en eigenlijk zou je toch beter moeten weten? Dat zelfverwijt ken ik maar al te goed. Ik zou nu toch meer geduld of zelfbeheersing moeten hebben? Maar dat rottige onkruid blijft maar opkomen, ondanks de mooie planten.

Terug naar de enorme onkruidplant uit mijn tuin. Het is een joekel, maar een zacht rukje aan de stengel en hij is er gelijk uit. Zo groot als de plant is, zo klein is het wortelstelsel. Vaste planten daarentegen, wortelen zich diep in de aarde, om daar tijden te blijven staan.

Focus jij je op het onkruid of op het goede in je tuin?

 Lieve vader, help mij om te zien wie ik ben in U, ondanks al mijn fouten. In U ben ik meer dan overwinnaar.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap

Leren van de wet van Murphy

De ochtend begint al lekker voor mijn zoontje. Hij springt op zijn bed, valt en knalt met zijn hoofd precies tegen de kast. Hard huilen natuurlijk, maar er is niets te zien. Gelukkig maar, want morgen moet hij op de schoolfoto. Het is zo zonde als hij daar met een blauwe plek op staat. Helaas is deze valpartij nog maar het begin, zo blijkt een kwartier later: terwijl ik de koelkast open rent hij in al zijn speelsheid precies tegen het handvat aan. Kleng! Het resultaat: één blauwe plek op zijn voorhoofd en eentje onder zijn neus.

Heb je weleens gehoord van de Wet van Murphy? ‘If anything can go wrong, it will go wrong’Als er iets fout kan gaan, dan gebeurt dat ook. Als je kind van de bank valt, dan klapt hij precies op de salontafel. Wanneer er één legoblokje op de vloer ligt, dan ga je daar precies op staan. Herkenbaar?! Als je de koelkast opent en je zoon moet de volgende dag op de schoolfoto, dan… nou ja, je snapt het.

Of je deze uitspraak nou kent of niet, de kans is heel groot dat je er bewust of onbewust mee te maken krijgt. Je gaat als volwassene niet meer ondersteboven van de glijbaan, want je weet uit ervaring: dat kan flink fout gaan. De hete kraan zet je nooit té heet. En rennen met een schaar: welke volwassene doet dat nou? Zul je altijd zien: áls je een keer met een schaar rent, dat je uitgerekend dan op een verdwaald legoblokje gaat staan en valt met als resultaat dat scherpe ding in je buik.

Het moederschap bestaat uit een reeks van pogingen om je kleine telgjes te leren dat ze niet zo roekeloos moeten doen. Maar ik vind het niet altijd leuk om de party pooper te moeten zijn. Om de een of andere reden is mijn man dat zelden. Hij stimuleert onze zoon juist om van een klimrek te springen, gooit hem speels in de lucht en zet hem gerust op een hoge tak in een boom. En die kleine vindt dat fantastisch. Totdat het fout gaat natuurlijk. Dan sta ik er als spelbreker bij: ‘Zie je wel, zulk soort dingen gaan altijd mis.’

Als ik de Wet van Murphy moet geloven, kan er altijd wel iets misgaan en kun je dat ook níet tegenhouden. Dus ga ik het omarmen. Het vallen, de risico’s en het geëxperimenteer van mijn kind. Misschien klim ik zelfs wel mét hem in een boom of ga ik weer eens ondersteboven van de glijbaan. Onvermijdelijk heeft hij blauwe plekken op de pasfoto, maar dan kun je in ieder geval wel zien dat er in ons gezin wordt geleefd en genoten en dat we avonturen beleven. En van die pijn, daar leert hij vanzelf van. Alhoewel, het is wel een jongen en mannen blijven hardleers…

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven, Moederschap

De zegen van een zegenliedje

Mijn zoontje is beneden terwijl ik boven de was doe. Elly en Rikkert klinken luid over de boxen. Het zijn de liedjes waar ik als kind ook eindeloos naar luisterde. Ik vind het heel waardevol dat ik mijn zoontje deze muziek ook mee kan geven. Vroeger luisterde ik cassettebandjes, nu stream ik de muziek gewoon. We gaan nog wel een béétje met de tijd mee.

“Mama?,” roept mijn driejarige onderaan de trap. “Mag ‘ie nog een keer?”
“Wat bedoel je?,” vraag ik en ik hang over het traphek en kijk naar zijn breeduit lachende gezichtje.
“Ik zegen jou. Ik wil die nog een keer. Mag dat?”
Natuurlijk mag dat. Graag zelfs.

Ik zet het liedje nog een keer aan en wil weer naar boven gaan. Duty calls, die was hangt zichzelf niet op. Maar daar denkt mijn zoon anders over. “Nee, jij moet op de stoel zitten.” Hij gebaart naar waar ik moet gaan zitten en kijkt me poeslief aan. “Wil jij meezingen?”

Hoe kan ik dat verzoek weerstaan? Ik ga zitten en hij nestelt zich op mijn schoot, legt zijn hoofd tegen mijn borst en luistert stilletjes als ik meezing:

‘Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij bewijst Zijn trouw
Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij blijft bij jou’

“Nog een keer,” zegt hij. “Ik vind dit een heel mooi liedje.”
Ik tik op mijn telefoon het liedje nog een keer aan en het pianomuziekje begint weer.
“Nu moet ik op de stoel en dan moet jij bij mij op schoot. Dan ga ik voor jou zingen,” zegt hij vastberaden. Ik glimlach. “Zullen we anders zo blijven zitten?” Mijn gewicht op zijn schootje, dat wil ik hem toch niet aandoen.

Elly en Rikkert beginnen weer te zingen, maar niet alleen. Mijn peutertje doet mee. Hij legt zijn arm op de mijne en zingt loepzuiver: ‘Ik zegen jou in Jezus naam, Hij blijft bij jou.’ De coupletten zijn vals, er missen woorden, maar het zuiver gezongen refrein raakt me recht in mijn hart. Het is met recht een zegenliedje, dat is duidelijk.

Hoe vaak zegenen we onze kinderen, onze geliefden? In de kerk vind ik het altijd een van de fijnste momenten: het zegenmoment vlak voordat de dienst afgelopen is. Zegening is de vraag of God iemand overvloed, voorspoed en gezondheid wil geven. Vanuit ons geloof in Jezus mogen we zelfs de zegen over iemand uitspreken: ‘Ik zegen jou in Jezus’ naam.’ Zijn overvloed is het mooiste wat we de ander mogen geven.

Die mooie woorden mag ik dus best vaker uitspreken over mijn zoontje, maar ook over mijn man, vrienden of anderen die ik liefheb. Van Zijn zegen kun je niet genoeg ontvangen. Ikzelf ook niet. En dat had mijn peuter allang door, vandaar dat hij mij vroeg of ik bij hem op schoot kwam voor het liedje. Alhoewel mijn billen op zijn schootje voor hem dan weer niet zo’n zegen zijn.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog

Ik wil het zelluf doen

“Mag ik jou helpen?,” vraagt mijn zoontje als ik een sapje sta te maken bij het aanrecht. Ik kan bijna niets meer doen of meneertje staat al met zijn opstapkrukje klaar om me in de keuken te helpen. Bij poetsen in huis krijg ik ook hulp en tijdens het tuinieren wil hij samen de schoffel beethouden. Het is geen kinderarbeid als je kind het zelf wil, toch?

Als ik op de wc zit, krijg ik zelfs het wc-papier aangereikt. Hulp is wat hij krijgen én geven wil en daar leert hij natuurlijk enorm veel van. Maar eerlijk gezegd: ik mis mijn persoonlijke ruimte en het doen van dingen in mijn eentje nogal eens.

Nadat we samen een sapje hebben gemaakt, begin ik aan het avondeten. Naast me staat mijn 3-jarige hulpkok. Onhandig husselt hij de salade met een vork en lepel. De helft belandt naast de schaal. “Voorzichtig hoor, alles gaat ernaast,” wijs ik naar de groenten op het aanrechtblad. Ondertussen draai ik het vlees om in de koekenpan.

“Nu wil ik ook snijden,” zegt hij vastberaden en hij grijpt naar het enorme keukenmes dat naast de snijplank ligt. Net op tijd trek ik het terug. “Je weet toch dat je dat niet mag?,” roep ik geschrokken uit. “Messen zijn niet voor kinderen. Een mes is heel scherp.” Mijn zoon heeft duidelijk een andere mening. “Nee, ik wil het doen,” zegt hij en stampvoet op zijn krukje. Ik zucht diep.

Op dat moment gaat de achterdeur open. Mijn man komt binnen. Nadat hij zijn spullen heeft weggezet, komt hij bij ons staan. “Kan ik helpen?”, vraagt hij.
“Gaat dat wel goed?”
Hij wijst naar het vlees en ineens ruik ik een aangebrande geur.
“Je kan niet helpen,” antwoord ik nors.

Uit mijn keuken, denk ik, allemaal uit mijn keuken! Ik draai het vlees om dat wat zwarter is geworden dan hoort. Leuk hoor, al die helpers hier, maar het leidt behoorlijk af. De liefdestaal van mijn man is dienen, helpen. En dan ineens zie ik die ook terug in mijn peuter. Het is hun liefdestaal. Zo laten ze zien dat ze graag bij me zijn, dat ze van me houden. En door mijn hulp en het accepteren van de hunne zien ze hoeveel ik van hen houd.

“Nee, wacht. Jawel, jullie kunnen me helpen,” breng ik uit. “Willen jullie samen de tafel dekken?”
‘Ja’, knikken ze allebei en ze gaan aan de slag. Ik sta weer alleen in de keuken en heb het terrein heerlijk voor mezelf.

“Wat fijn dat jullie samen de tafel hebben gedekt,” zeg ik als we aan tafel zitten. Ik barst van de honger. “Het ziet er keurig uit.” Mijn zoontje glundert en kijkt dan ineens beteuterd. “Er is geen appelmoes.” Met een beetje tegenzin antwoord ik: “Die zal ik even pakken.” Maar meneertje heeft zijn stoel al naar achteren geschoven en zegt resoluut: “Nee, ík ga het doen. Jij moet blijven zitten.”

Kijk, ik wil misschien niet altijd geholpen worden, maar tegen zulke hulp zeg ik geen ‘nee’. Zolang we allemaal maar regelmatig iets ‘zelluf’ kunnen doen.

Foto: Unsplash – patrick-miyaoka

Blog, Geloven

De dagelijkse strijd uit handen geven

In de hof van Eden stond een boom. De boom van goed en kwaad. Een overbekend verhaal. De slang verleidde Eva en ze nam een hap van de vrucht. Daarna ging ze naar Adam, ook hij at ervan. De hap was de eerste zonde en daarmee eindigde het paradijs op aarde én in ons denken.

Elke dag sta ik weer bij die boom en sta ik voor de keuze om te kiezen voor het goede of het kwade. Vertel ik die roddel die ik net hoorde tegen iemand anders? Of hou ik hem voor me? Word ik boos en scheld ik? Of kies ik een andere manier om mijn frustratie te ventileren? Laat ik me leiden door emoties of laat ik Wijsheid de boventoon voeren?

Het verhaal van de zondeval is duizenden jaren oud en toch nog steeds actueel. De keuze voor het goede is de strijd die we als christen dagelijks voeren en oh, wat voel ik me schuldig als ik voor het kwade gekozen heb. Al dan niet gewild, want soms lijkt het me ook te overkomen. Een zonde kan maar rond blijven cirkelen in mijn gedachten, het feit dat ik koos voor het verkeerde terwijl ik zo goed weet wat ik wél moet doen.

Pas hoorde ik een preek over deze interne strijd tussen het goede en het kwade en die raakte me. De preek trof me op een ochtend dat ik boos was uitgevallen tegen mijn zoontje, terwijl ik op dat moment beter even weg had kunnen lopen. Ik voelde schuldig, slecht. Het continue verliezen van de strijd tussen goed en kwaad maakt dat veel christenen zich ‘slechte’ christenen voelen, aldus de spreker. Onterecht. We weten met ons verstand dat Jezus voor onze zonden gestorven is en toch denken we dat elke nieuwe zonde die wij begaan een extra nagel aan het kruis is. De vinger precies op de zere plek.

Wat ik vaak vergeet is dat God allang wist dat ik zou blijven falen. Mijn en jouw strijd is juist dat we de strijd blijven verliezen en niet de worsteling met een enkele zonde telkens weer. Én daar is Jezus voor gestorven en daarin heeft Hij overwonnen: voor het feit dat wij verliezen, keer op keer.

We mogen die worsteling uit handen geven en doen wat we op dat moment kunnen doen. De vergeving ontvang je, hoewel je niet perfect bent. Omdat Jezus het voorval met de boom heeft hersteld, hoeveel vruchten je ook gegeten hebt of nog gaat eten. Hoe mooi is dat?

Foto: Pexels

Deze Faith Focus mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

.

Blog, Geloven

De hond en zijn baasje

Ken je zo’n blije hond die aan zo’n uittrekbare riem zit? Als hij ergens wat ruikt gaat hij er onmiddellijk van door en scharrelt soms als een kip zonder kop over de straat. Zodra hij meters verderop een tak met de potentie van apporteren ziet, stevent hij daar gelijk op af. De baas wandelt en de hond rent van voor na achter en soms, heel af en toe even naast zijn baasje. Heb je een beeld? Mooi. Voel jij je soms ook zo’n hondje? Ik wel namelijk.

Ik wil wel graag naast God wandelen. Luisteren naar Zijn stem die zegt of we naar links of rechts moeten gaan. Maar toch raak ik zo vaak afgeleid door de wijde wereld. Dan zie ik ineens een stok verderop en denk ik dat God daar een plan mee kan hebben, terwijl zijn plan misschien niet ‘apporteren’ is, maar juist een oefening in ‘naast’ wandelen of gewoon samenzijn.

Als we dan samen wandelen, komen we soms iemand tegen waartegen ik dan onnodig begin te blaffen, grommen of waar ik angstig voor terugdeins. Ik trek aan de riem, ik ga zitten als ik geen zin meer heb en ik bijt in dingen waarin dat niet moet. Als je zo’n felle terriër kent weet je dat ze ook niet altijd even goed luisteren naar commando’s als ‘af’ en ‘kom’. Zeker wanneer ze ergens in de verte ineens een duif zien fladderen. Zo’n hondje ben ik soms.

En toch, als je dan zo’n beestje met zijn baasje ziet wandelen, dan ziet het baasje er niet geteisterd uit. Hij heeft het ras niet voor niets uitgezocht. Hij heeft gekozen voor dat eigenwijze keffertje en hij geniet van zijn grillen, de speelsheid, het enthousiasme en het ongetemde denken. Ook al bijt hij soms een schoen kapot of graaft hij een gat in het nieuwe gazon, aan het eind van de dag wil zijn baas altijd met hem op de bank zitten en niets anders dan een aai over zijn bol geven.

Toen Jezus gedoopt werd, sprak God het volgende tegen hem en deze woorden zegt Hij ook tegen jou en mij: ‘Jij bent mijn geliefde kind. Ik houd heel van jou. Ik geniet van jou. (Markus 1:11, Basisbijbel enigszins vrij vertaald)

Deze Faith Focus mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven, Moederschap

Faal, vergeet en leer

Even let ik niet op. Even. Als ik weer kijk staat mijn peuter op het keukentrappetje bij de porseleinen spoelbak. Zijn nieuwste hobby is het stiekem leegspuiten van alles waar zeep in zit. Afwasmiddel, handzeep, shampoo, niets is veilig.Voordat ik bij hem ben klinkt er een luide tik. Het stenen zeeppompje is in de wasbak gevallen. Verschrikt spurt ik ernaar toe, spreek mijn zoontje vermanend toe, zet het zeeppompje – dat zowaar nog heel is – terug en haal het trappetje weg. Even later ontdek ik een scheur van jewelste in de porseleinen spoelbak.

De scheur blijkt niet enkel een esthetisch probleempje te zijn, hij is door en de wasbak lekt aan de onderkant. Een paar telefoontjes en een bezoekje aan de keukenboer later leert ons dat het én niet meer te maken is, maar dat de desbetreffende spoelbak ook uit de handel gehaald is. Het onvermijdelijke gevolg: nieuwe spoelbak, nieuw aanrechtblad, muur opnieuw sausen en hopen dat het behang heel blijft. Je snapt het wel: we balen. Ook al zijn we niet boos geworden op de kleine man, hij merkt dat het niet zomaar een ongelukje is. Hij zegt – uit zichzelf- die dag meerdere keren ‘sorry’, totdat ik nadrukkelijk zeg dat hij het niet meer hoeft te zeggen. Het was immers een ongelukje.

De volgende ochtend wil mijn zoontje de scheur weer bekijken en even later wéér en later nóg eens. En nog eens, en nog eens. Het hele voorval heeft indruk op hem gemaakt, dat is duidelijk. 
En dan zie ik ineens een parallel met mijn eigen leven. De appel valt overduidelijk niet ver van de boom.  

God vertrouwt mij dingen toe: de zorg voor mijn kind, mijn werk, de zorg voor anderen waar ik een bepaalde relatie mee heb. Hij geeft mij talenten en daar mag ik wat mee doen. Zóveel schenkt hij en daarmee geeft hij ook verantwoordelijkheid. 
En net als ieder ander maak ik fouten. Val ik uit tegen iemand en maak ik daarmee een krasje, buts of soms zelfs een scheur. En o, wat kan ik dan toch boos worden op mezelf als ik faal. En wat komt die fout dan toch vaak terug in mijn gedachten.

Maar Ik doe al jullie ongehoorzaamheid weg. Al jullie slechte daden wis Ik uit. Dat doe Ik omdat Ik dat wil en niet omdat jullie het verdienen. Ik zal er zelfs niet meer aan denken. 
Jesaja 43:25 (Basisbijbel)

Waarom kan ik tegenover mijn zoontje zo compassievol zijn bij een fout en bij mezelf niet? Als God ze allang heeft weggedaan, waarom zou ik er dan aan blijven denken? Dat is niet wat Hij voor mij wil. En als jij daar ook moeite mee hebt; het is ook niet wat Hij voor jou wil. Hij wil dat we vrij zijn en dat we net als Hij dat doet, niet meer aan onze zonden denken. We mogen het echt loslaten en tegen onszelf zeggen: ‘Ik ga hier niet meer aan denken.’

Nog een dag later is mijn zoontje de scheur helemaal vergeten, hij speelt weer zonder kijk-de wasbak-is-kapotonderbrekingen. Maar als hij later zijn handen wil wassen vraagt hij ineens: Mama, wil jij zeep op mijn handen doen? En dat is dus wat we moeten doen met onze fouten: vergeten en ervan leren. Ik kan blijkbaar nog een hoop leren van mijn driejarige. 

Foto: Unsplash

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.