Gedichten, Natuur

Zee

Met mijn voeten sta ik
in de koude kou
Je bruist kolk suist
Als ik me overgeef
voer je me mee
drijvend in jouw armen

Ik wist niet dat stilte
zo luid kon zijn

Blog, Geloven

Dikke donkere wolk

De zon scheen net nog, maar nu pakken donkere wolken zich samen aan de hemel. Met grote passen wandel ik naar huis. Vlak voordat ik thuis ben vallen de eerste druppels al. Ik ga nog sneller lopen. Binnen een mum van tijd veranderen de druppels in dikke spetters. Zodra ik op de mat sta, barst het buiten los. De lucht is diepgrijs, bijna groen. Het lijkt mijn hoofd wel.

De herfst is helemaal niet mijn seizoen. Hoewel ik de verandering in de natuur wel prachtig vind: de bontgekleurde bladeren, de geur daarvan en de paddenstoelen. De kortere dagen vind ik maar niks. Ik ben veel vermoeider dan anders en alles voelt zwaarder, somberder.

Dat mensen in de winter last krijgen van een depressie kan ik heel goed begrijpen. Het gebrek aan licht doet wat met me. Maar dit jaarlijks terugkomende gegeven accepteren bij mezelf? Man, man, wat is dat moeilijk. Liever ga ik gewoon door en voel ik me gewoon zoals ik me in de lichtere maanden voel: energiek.

Na mijn wandeling in de beginnende regen, ga ik lekker voor het raam op een luie stoel zitten. Met een dampende kop thee in mijn hand en een kleedje over mijn benen. De eerdere zon is nergens meer te bekennen, ik heb zelfs een lampje aan moeten doen. De regen druipt troosteloos over de ruiten. Gelukkig was ik net op tijd thuis.

Thuis, denk ik plotseling, dáár gaat het om.

Als de grijze wolken in mijn gedachten zich aandienen en het begint te spetteren, blijf ik dan in die regen staan? Als ik negatief denk, ga ik daar dan mee door? Wanneer ik me moe voel, dender ik dan door? Of als ik ergens geen puf in heb, dwing ik mezelf dan alsnog om dat ene te doen? Meestal blijf ik in die regen staan, terwijl ik beter naar ‘Huis’ kan gaan.

God wil niet dat ik me rot voel. Hij wil ook niet dat ik streng voor mezelf ben. Wat hij wel voor mij wil is liefde. Zelfliefde. Dat ik compassie heb voor mijzelf als ik me somber voel, moe of verdrietig. En toch geef ik mezelf op lastige momenten dat vaak niet. Mag ik het niet voelen. En waarom kan ik hier in vredesnaam gewoon niet beter mee omgaan? Maar als ik het vergelijk met Zijn Woord, dan valt me op dat Hij nooit zoiets zegt over mij. Of over jou. Hij is altijd, altijd, ALTIJD vol liefde en compassie.

Dus ga ik vanaf nu proberen op die momenten naar Huis te gaan. Ik ga Hem opzoeken. Buiten regent het dan misschien, maar als ik bij Hem ben dan is het minder erg. Zijn voorbeeld is goed en dat mag ik naleven. Ik mag positiever zijn, ik mag zijn wie ik ben en voelen wat ik voel. Ook als dat an sich niet zo positief is. Door die compassie worden de wintermaanden misschien lichter en wat warmer. Het is zonder meer een heel stuk beter dan een kop thee en een kleedje. Kun je nagaan  😉.

Deze blog verscheen eerder bij www.powertothemamas.nl.

Blog, Lifestyle

Een beetje pianissimo alsjeblieft

Met mijn handen vol vlieg ik door de keuken van links naar rechts. Alsof ik als een virtuoos een instrument bespeel. Snel, hak-hak, groenten in de pan. Even roeren in een andere pan. Vuur omhoog, soepel schudden met de wok alsof ik al jaren in een sterrenrestaurant werk. Mijn kokerij laat ik even zijn eigen gang gaan, tafel leegruimen. Hop, hop. Alles op zijn oorspronkelijke plaats en weer roeren in de pan. Het klinkt als een soepel gespeeld nummer, maar niets is minder waar. Het lawaai van de afzuigkap overstemt mijn gedachten en de vaat staat zo ongeveer metershoog te druppen op het aanrecht. Om over mijn knallende koppijn nog maar niet te spreken.

Ondertussen kruipt mijn peuter achter de piano. Wonderkind Mozart speelde op zijn derde al ingewikkelde sonates op zijn klavecimbel, mijn zoon houdt het echter graag bij een vorm die tussen metal en hardcoremuziek in zit. Al rammend mishandelt hij de -onlangs gestemde- piano in al zijn enthousiasme.

‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man tegen onze peuter. Hij kijkt me even gekscherend aan en verklaart zichzelf dan tegen de kleine man. ‘Speel maar wat zachter, dit is niet zo goed voor de piano.’

Na het eten hervat ik het tempo weer. Er is nog genoeg op te ruimen, te regelen en als ik een beetje doorknal kan ik vanavond nog een aflevering van mijn favo serie kijken. Mijn man brengt ondertussen de kleine naar bed en ik poets de keuken. Mijn hoofdpijn is nog steeds aanwezig. Met een golf water spoel ik twee paracetamol weg. Zuchtend kijk ik naar de ravage op de woonkamervloer. Duplo hier, auto’s daar, de halve bank is van zijn kussens ontdaan en er kleeft een half afgekloven koekje aan de salontafel, what a mess. Efficiënt ga ik te werk, alsof ik een etude op de piano speel.

Als mijn man weer beneden komt is de woonkamer keurig aan kant. Het zweet staat nog net niet op mijn voorhoofd. Naast mijn hoofdpijn is er nu ook een lichte duizeligheid bijgekomen.
‘Wow, je hebt alles al opgeruimd’, zegt hij en dan kijkt hij me peilend aan. ‘Gaat het wel? Je ziet helemaal bleek.’
‘Ik weet het niet’, prevel ik, ‘Een beetje lichthoofdig en hoofdpijn.’
‘Ga dan lekker op de bank hangen.’
‘Nee’, ik schud mijn hoofd. ‘Ik moet nog even de was doen en een column schrijven.’
‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man met een glimlach.

Ik geef het niet graag toe, maar: hij heeft gelijk. Pianissimo is een muziekterm die aangeeft dat er een bepaalde passage heel zacht gespeeld moet worden. Iets waar ik nogal slecht in ben. Ik ben meer van de fortissimo, ofwel zeer luid spelen. De overgave die mijn peuter had bij zijn pianospel, met die bevlogenheid leef ik ook. Bij mij is het over het algemeen álles of niks. En dat niks is dan met name omdat de emmer helemaal leeg is en ik alles gegeven heb.

In de muziek is het de balans tussen hard en zacht, toenemend, afnemend en de rustmomenten wat de melodie tot zijn recht laat komen. Het is niet erg om fortissimo te leven en om bevlogen te zijn, zolang er altijd maar weer een moment komt dat je rust zoekt of dat je wat gas terugneemt.

Op zich is het dan wél handig dat je dat tijdig doet en dat je niet, zoals ik, oververmoeid op de bank ligt. Want een rust-teken op het verkeerde moment doet de melodie niet veel goeds.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Kleine evangelist

Want ik schaam mij niet voor het goede nieuws van Christus.
Romeinen 1:16 (Basisbijbel)

Op de fiets rijden we door Kopenhagen, een briljante manier om deze stad te bezichtigen. We piepen overal behendig tussendoor en hoeven niet te wachten. Ideaal met onze peuter, want het is zalig weer en hij vindt het achterop de fiets fantastisch. Uit volle borst zingt hij liedjes, terwijl hij tussendoor voertuignamen scandeert die we in het voorbijgaan tegenkomen.

We komen aan bij De Kleine Zeemeermin, zo ongeveer de bekendste bezienswaardigheid van Kopenhagen. Een klein beeldje waarom zich hele hordes toeristen met iPads en selfiesticks drommen. In onze Hollandse nuchterheid fietsen we erlangs, met die hele meute die ermee op de foto wil verdwijnt toch een groot deel van de charme. Om ons heen staan massa’s mensen en dan opeens begint de kleine man in het fietsstoeltje weer luidkeels te zingen.

Ik zegen jou in Jezus’ naam. Snoeihard zingt hij het. Mensen kijken hem aan, mensen kijken mij aan.
En ik glimlach, want in mijn hoofd hoor ik mijn moeder zeggen: ‘Heidi, de kleine evangelist.’
Als kleuter huppelde ik over de camping en zong ik (aldus mijn moeder) met volle overgave: De B-IJ-B-E-L mijn trouwe metgezel, ik vind alles wat ik maar nodig heb in de B-IJ-B-E-L.

‘Zo, die kleine heeft een hoop mensen gezegend’, zeg ik later tegen mijn man. Zo vrijmoedig als hij zong, zo vrij ben ik allang niet meer. Eerlijk gezegd vraag ik me af of ik er ook zo om had kunnen glimlachen als het in hartje Rotterdam was gebeurd en iedereen hem had verstaan. Waar is die kleine evangelist in mij gebleven?

Het zet me aan het denken. Binnen mijn christelijke kringetje is het heel makkelijk om voor mijn waarden uit te komen, maar daarbuiten… In deze westerse wereld kan in principe alles. Je mag op iedereen verliefd worden, je mag alles met je lichaam doen wat je wilt en je mag overal een mening over hebben. Maar als christen lijk je niet mee te mogen doen met die vrijheid van meningsuiting. Als je vindt dat je met zorg om moet gaan met je lichaam, je een christelijke mening hebt over huwelijk, abortus, euthanasie en wat al niet meer, dan lijkt dat niet te mogen. Alles lijkt te moeten kunnen, maar vinden dat dat niet zo is, niet. Volg je ‘em nog?

Buiten mijn vertrouwde christelijke kringetje verschuil ik me daarom al snel achter gedachten als: mensen moeten het aan mijn daden zien dat ik bij Jezus hoor. En dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Geen woorden, maar daden. Toch voelt het soms ook als een excuus om niets te hoeven zeggen.

Er zijn momenten dat alleen daden niet genoeg zijn. Dat ik juist moet zeggen waar ik voor sta en uitspreken dat ik bij Hem hoor, vrijmoedig zoals een kind dat doet. Vertellen waarom ik ervoor kies om iets niet te doen, zonder bang te zijn voor de mening van anderen en hun oordeel. Vrij van schaamte, zoals de kleine evangelist die 25 jaar geleden over de camping banjerde.

Hoe is dat bij jou? Wie ben je buiten je christelijke wereldje? Wie wil je daar zijn?

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Gedichten, Liefde

Luide stilte

Jouw blik kruist
de mijne, even kijk
je me aan, we houden vast
voor 1-2-3 tellen

Een lach speelt
om je lippen, stil
en luider dan
alles kan vertellen

Ik zíe jou en jij
mij

Blog, Geloven

Rommelkont

Mijn zoontje zit op de grond te midden van een enorme ravage. Ik was boven om de was op te ruimen en in dat korte moment heeft meneer al zijn speelgoed verspreidt over de woonkamervloer. ‘Wat heb jij nou gedaan?’, vraag ik geërgerd.

Om hem heen staat de halve inhoud van mijn keukenkastjes. Pannen, lepels en plastic bakjes. Boos been ik op hem af. Een scherpe pijn trekt door mijn voet en ik slik een schelwoord in. Ik til mijn voet op en zie de pijnveroorzaker: een stuurse duplogeit met horens.
Met fonkelende ogen kijk ik mijn driejarige aan en zeg woest: ‘Opruimen. Nu.’

Wakker
Die nacht kan ik niet slapen. Ik ga er even uit en ga op de bank liggen. Ik graai achter mijn rug en daar kruist de duplogeit mijn pad voor de tweede keer. Dit keer doet hij me wat minder pijn, gelukkig. Ik zet ‘em op de salontafel naast me en staar naar het plafond. De ene na de andere gedachte raast voorbij. Over werk, regeldingen, relaties en of ik daarin beter mijn best moet doen, opvoeding… Doe ik het wel goed? Zo boos worden omdat je op een mini geit gaat staan, lekker voorbeeld. Wat ben ik voor waardeloze moeder? Pas werd ik ook al zo boos.

Chaos
Ik haal alles uit de kastjes in mijn hoofd. De bak met zorgen, het krat met frustratie en de emmer met zelfverwijt. Wat is dat toch met de nacht? Alles lijkt groter, erger en problematischer en ikzelf lijk incapabeler. Zodra het donker valt, verandert het perspectief op je zorgen. Inmiddels ben ik geen moeder meer die een keer boos is geworden, maar een levensgevaarlijk explosief dat op scherp staat. In mijn hoofd is het een rommel. Alles moet terug de kast in, anders kan ik straks helemaal niet meer slapen.

Dan moet ik ineens denken aan de volgende Bijbeltekst:

Als ik ‘s nachts wakker lig en aan U denk, prijs ik U.

Psalm 63: 8 (Basisbijbel)

Focus
Mijn focus is compleet verkeerd: ik ben wakker, maar denk aan mezelf. Aan dingen waarin ík tekortschiet en problemen die ík op moet lossen. Ik haal net als mijn peuter alle spullen uit de kast en weet niet meer wat ik met al die rommel moet. Als mijn focus op God was geweest, was alles in de kast gebleven. Ik pak de Bijbel erbij en begin te lezen in Psalmen waar God groot gemaakt wordt. Al snel ervaar ik Rust, de nacht mét God is anders dan zonder Hem.

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Waar focus jij op?

“Kijk nou”, zeg ik vol verbazing tegen mijn man. In mijn hand heb ik een manshoge onkruidplant. Hoe kan ik die al die tijd over het oog gezien hebben? Zeker omdat er toch wekelijks onkruid gewied wordt. Hij had zich wel verdekt opgesteld, tussen een struik en een boompje in. Maar toch, eigenlijk had ik hem niet kunnen missen.

Later die dag wandel ik een rondje door mijn woonplaats. De ene tuin staat bomvol onkruid. In de aarde onder een tweetal vaste planten groeien distels, hondsdraf en allerlei andere plantjes die zich graag vermenigvuldigen. In de tuinen waar de vaste beplanting de overhand heeft, zie je nauwelijks onkruid. Er is simpelweg te weinig plaats en licht om op te komen.

Tijdens mijn wandeling moet ik ineens denken aan het verhaal van de zaaier en leerde ik iets nieuws.

Jezus zei: “Een zaaier ging zaaien. Een deel van het zaad viel langs de weg. Het werd door de vogels opgegeten. Een ander deel viel op rotsgrond, waar het niet veel aarde had. Daardoor kwam het zaad snel op. Maar toen de zon opkwam, ging het dood. Het verdroogde doordat het haast geen wortels had. Een ander deel viel tussen de distels. Toen de distels opkwamen, verstikten die het.
Mattheus 13:3-7 Basisbijbel

Een deel van het zaad viel tussen de distels en het zaad kon niet groeien. Omgekeerd is het ook zo. Als je tuin vol staat met hortensia’s, lavendel of vrouwenmantel is er voor het onkruid nauwelijks plek om te groeien. Mooie bodembedekkers zaaien zichzelf uit en maken een beschermend kleed in je tuin, tegen onkruid. Hoe meer ruimte de Heilige Geest krijgt, des te minder plek er is voor zonde om te ontkiemen.

En toch staat er dan ineens een manshoge onkruidplant in je tuin. Iets wat er blijkbaar ingeslopen is en waarvan je dacht dat je het niet meer deed. Want je bent toch al jaren christen en eigenlijk zou je toch beter moeten weten? Dat zelfverwijt ken ik maar al te goed. Ik zou nu toch meer geduld of zelfbeheersing moeten hebben? Maar dat rottige onkruid blijft maar opkomen, ondanks de mooie planten.

Terug naar de enorme onkruidplant uit mijn tuin. Het is een joekel, maar een zacht rukje aan de stengel en hij is er gelijk uit. Zo groot als de plant is, zo klein is het wortelstelsel. Vaste planten daarentegen, wortelen zich diep in de aarde, om daar tijden te blijven staan.

Focus jij je op het onkruid of op het goede in je tuin?

 Lieve vader, help mij om te zien wie ik ben in U, ondanks al mijn fouten. In U ben ik meer dan overwinnaar.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap

Leren van de wet van Murphy

De ochtend begint al lekker voor mijn zoontje. Hij springt op zijn bed, valt en knalt met zijn hoofd precies tegen de kast. Hard huilen natuurlijk, maar er is niets te zien. Gelukkig maar, want morgen moet hij op de schoolfoto. Het is zo zonde als hij daar met een blauwe plek op staat. Helaas is deze valpartij nog maar het begin, zo blijkt een kwartier later: terwijl ik de koelkast open rent hij in al zijn speelsheid precies tegen het handvat aan. Kleng! Het resultaat: één blauwe plek op zijn voorhoofd en eentje onder zijn neus.

Heb je weleens gehoord van de Wet van Murphy? ‘If anything can go wrong, it will go wrong’Als er iets fout kan gaan, dan gebeurt dat ook. Als je kind van de bank valt, dan klapt hij precies op de salontafel. Wanneer er één legoblokje op de vloer ligt, dan ga je daar precies op staan. Herkenbaar?! Als je de koelkast opent en je zoon moet de volgende dag op de schoolfoto, dan… nou ja, je snapt het.

Of je deze uitspraak nou kent of niet, de kans is heel groot dat je er bewust of onbewust mee te maken krijgt. Je gaat als volwassene niet meer ondersteboven van de glijbaan, want je weet uit ervaring: dat kan flink fout gaan. De hete kraan zet je nooit té heet. En rennen met een schaar: welke volwassene doet dat nou? Zul je altijd zien: áls je een keer met een schaar rent, dat je uitgerekend dan op een verdwaald legoblokje gaat staan en valt met als resultaat dat scherpe ding in je buik.

Het moederschap bestaat uit een reeks van pogingen om je kleine telgjes te leren dat ze niet zo roekeloos moeten doen. Maar ik vind het niet altijd leuk om de party pooper te moeten zijn. Om de een of andere reden is mijn man dat zelden. Hij stimuleert onze zoon juist om van een klimrek te springen, gooit hem speels in de lucht en zet hem gerust op een hoge tak in een boom. En die kleine vindt dat fantastisch. Totdat het fout gaat natuurlijk. Dan sta ik er als spelbreker bij: ‘Zie je wel, zulk soort dingen gaan altijd mis.’

Als ik de Wet van Murphy moet geloven, kan er altijd wel iets misgaan en kun je dat ook níet tegenhouden. Dus ga ik het omarmen. Het vallen, de risico’s en het geëxperimenteer van mijn kind. Misschien klim ik zelfs wel mét hem in een boom of ga ik weer eens ondersteboven van de glijbaan. Onvermijdelijk heeft hij blauwe plekken op de pasfoto, maar dan kun je in ieder geval wel zien dat er in ons gezin wordt geleefd en genoten en dat we avonturen beleven. En van die pijn, daar leert hij vanzelf van. Alhoewel, het is wel een jongen en mannen blijven hardleers…

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.