Blog, Moederschap

Leren van de wet van Murphy

De ochtend begint al lekker voor mijn zoontje. Hij springt op zijn bed, valt en knalt met zijn hoofd precies tegen de kast. Hard huilen natuurlijk, maar er is niets te zien. Gelukkig maar, want morgen moet hij op de schoolfoto. Het is zo zonde als hij daar met een blauwe plek op staat. Helaas is deze valpartij nog maar het begin, zo blijkt een kwartier later: terwijl ik de koelkast open rent hij in al zijn speelsheid precies tegen het handvat aan. Kleng! Het resultaat: één blauwe plek op zijn voorhoofd en eentje onder zijn neus.

Heb je weleens gehoord van de Wet van Murphy? ‘If anything can go wrong, it will go wrong’Als er iets fout kan gaan, dan gebeurt dat ook. Als je kind van de bank valt, dan klapt hij precies op de salontafel. Wanneer er één legoblokje op de vloer ligt, dan ga je daar precies op staan. Herkenbaar?! Als je de koelkast opent en je zoon moet de volgende dag op de schoolfoto, dan… nou ja, je snapt het.

Of je deze uitspraak nou kent of niet, de kans is heel groot dat je er bewust of onbewust mee te maken krijgt. Je gaat als volwassene niet meer ondersteboven van de glijbaan, want je weet uit ervaring: dat kan flink fout gaan. De hete kraan zet je nooit té heet. En rennen met een schaar: welke volwassene doet dat nou? Zul je altijd zien: áls je een keer met een schaar rent, dat je uitgerekend dan op een verdwaald legoblokje gaat staan en valt met als resultaat dat scherpe ding in je buik.

Het moederschap bestaat uit een reeks van pogingen om je kleine telgjes te leren dat ze niet zo roekeloos moeten doen. Maar ik vind het niet altijd leuk om de party pooper te moeten zijn. Om de een of andere reden is mijn man dat zelden. Hij stimuleert onze zoon juist om van een klimrek te springen, gooit hem speels in de lucht en zet hem gerust op een hoge tak in een boom. En die kleine vindt dat fantastisch. Totdat het fout gaat natuurlijk. Dan sta ik er als spelbreker bij: ‘Zie je wel, zulk soort dingen gaan altijd mis.’

Als ik de Wet van Murphy moet geloven, kan er altijd wel iets misgaan en kun je dat ook níet tegenhouden. Dus ga ik het omarmen. Het vallen, de risico’s en het geëxperimenteer van mijn kind. Misschien klim ik zelfs wel mét hem in een boom of ga ik weer eens ondersteboven van de glijbaan. Onvermijdelijk heeft hij blauwe plekken op de pasfoto, maar dan kun je in ieder geval wel zien dat er in ons gezin wordt geleefd en genoten en dat we avonturen beleven. En van die pijn, daar leert hij vanzelf van. Alhoewel, het is wel een jongen en mannen blijven hardleers…

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven, Moederschap

De zegen van een zegenliedje

Mijn zoontje is beneden terwijl ik boven de was doe. Elly en Rikkert klinken luid over de boxen. Het zijn de liedjes waar ik als kind ook eindeloos naar luisterde. Ik vind het heel waardevol dat ik mijn zoontje deze muziek ook mee kan geven. Vroeger luisterde ik cassettebandjes, nu stream ik de muziek gewoon. We gaan nog wel een béétje met de tijd mee.

“Mama?,” roept mijn driejarige onderaan de trap. “Mag ‘ie nog een keer?”
“Wat bedoel je?,” vraag ik en ik hang over het traphek en kijk naar zijn breeduit lachende gezichtje.
“Ik zegen jou. Ik wil die nog een keer. Mag dat?”
Natuurlijk mag dat. Graag zelfs.

Ik zet het liedje nog een keer aan en wil weer naar boven gaan. Duty calls, die was hangt zichzelf niet op. Maar daar denkt mijn zoon anders over. “Nee, jij moet op de stoel zitten.” Hij gebaart naar waar ik moet gaan zitten en kijkt me poeslief aan. “Wil jij meezingen?”

Hoe kan ik dat verzoek weerstaan? Ik ga zitten en hij nestelt zich op mijn schoot, legt zijn hoofd tegen mijn borst en luistert stilletjes als ik meezing:

‘Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij bewijst Zijn trouw
Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij blijft bij jou’

“Nog een keer,” zegt hij. “Ik vind dit een heel mooi liedje.”
Ik tik op mijn telefoon het liedje nog een keer aan en het pianomuziekje begint weer.
“Nu moet ik op de stoel en dan moet jij bij mij op schoot. Dan ga ik voor jou zingen,” zegt hij vastberaden. Ik glimlach. “Zullen we anders zo blijven zitten?” Mijn gewicht op zijn schootje, dat wil ik hem toch niet aandoen.

Elly en Rikkert beginnen weer te zingen, maar niet alleen. Mijn peutertje doet mee. Hij legt zijn arm op de mijne en zingt loepzuiver: ‘Ik zegen jou in Jezus naam, Hij blijft bij jou.’ De coupletten zijn vals, er missen woorden, maar het zuiver gezongen refrein raakt me recht in mijn hart. Het is met recht een zegenliedje, dat is duidelijk.

Hoe vaak zegenen we onze kinderen, onze geliefden? In de kerk vind ik het altijd een van de fijnste momenten: het zegenmoment vlak voordat de dienst afgelopen is. Zegening is de vraag of God iemand overvloed, voorspoed en gezondheid wil geven. Vanuit ons geloof in Jezus mogen we zelfs de zegen over iemand uitspreken: ‘Ik zegen jou in Jezus’ naam.’ Zijn overvloed is het mooiste wat we de ander mogen geven.

Die mooie woorden mag ik dus best vaker uitspreken over mijn zoontje, maar ook over mijn man, vrienden of anderen die ik liefheb. Van Zijn zegen kun je niet genoeg ontvangen. Ikzelf ook niet. En dat had mijn peuter allang door, vandaar dat hij mij vroeg of ik bij hem op schoot kwam voor het liedje. Alhoewel mijn billen op zijn schootje voor hem dan weer niet zo’n zegen zijn.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Verhalen

Solliciteren naar problemen

‘Je hebt al eerder in een supermarkt gewerkt las ik in je CV?’, vraagt hij en ondertussen krabbelt hij wat op een formulier. Met zijn vingers krabt hij op zijn kalende hoofd en legt dan zijn hand op zijn buik. De knoopjes van zijn lichtblauwe met grasgroen geruite overhemd staan onder spanning. Onder zijn formulier steekt een stuk van mijn CV uit en her en der zijn er woorden geel gearceerd. Subtiel leun ik wat over het bureau om te zien wat precies, maar ik kan het niet goed zien.
‘Ja, dat klopt’, antwoord ik. ‘Bij de Jumbo en ook binnen een leidinggevende functie en dat paste me heel goed. Vooral het aansturen van het team is iets waar ik goed in ben, zien wat er moet gebeuren en wie je daarvoor het beste kan inzetten.’
Hij humt wat en schrijft wat op zijn papier, maar met elke letter wordt de pennenstreep dunner. Geërgerd schudt hij met zijn pen, zet hem weer op het papier en schrijft zonder kleur.
‘Juist’, mompelt hij en hij trekt een la open. Graait er wat in, zucht en trekt de la eronder open. ‘Geen pen te bekennen als je er een nodig hebt.’ Hij houdt zijn handen verontschuldigend in de lucht. Ik loop even naar de balie om er eentje te halen die het wel doet. Een momentje.’
Met grote passen loopt hij het kantoortje uit. Ik gluur achter me door het raam en zie hem door de grote deuren de supermarkt in verdwijnen.
Ik sta op en strek mijn benen even. Aan de muur hangen krantenknipsels waar de supermarktmanager opstaat, de ene keer met een blije klant die iets gewonnen heeft, de andere keer met zijn personeel. Op de lange tafel die eronder langs de muur staat staan tientallen dozen geopend. Met Snickers, voorverpakte roze koeken, chocoladerepen, pakjes kauwgom, doucheschuim, zakjes paprikachips en nog veel meer. Ze puilen uit de pakken, liggen ernaast op de tafel zonder enige vorm van logica.
Schichtig kijk ik door het raam en kijk uit op een ruimte met tientallen karren volgestapeld met dozen met boodschappen. Het is stil in het magazijn. Vluchtig werp ik een blik op de deur en gris dan een reep chocola, een zakje chips en een Snickers uit de chaos.
Weer gluur ik naar de deur die naar de supermarkt leidt. Niemand te zien. Zo snel ik kan open ik mijn handtas die op de grond staat aan mijn kant van het bureau en ik prop de spullen erin. Met een voorzichtige grijns ga ik weer zitten en staar naar de dozen op de tafel. Zal ik nog wat pakken?
In huis heb ik nauwelijks iets te eten meer. Sinds Leon bij me weg is ben ik steeds verder ingeteerd en in de rode cijfers gezakt. Afgelopen week verkocht ik mijn televisie via Markplaats en de huur kon ik daarna maar net betalen. Op de advertentie van mijn scooter reageert nog niemand, maar ik heb het geld nodig. De koelkast is helemaal leeg, op een potje mosterd en een halflege fles ketchup na. Ik moet deze baan krijgen. Hopelijk belt hij niet naar de Jumbo voor een referentie, want dan val ik gelijk door de mand. Een supermarktmanager van de Albert Heijn zal toch nooit naar een andere supermarkt bellen?
Een geluid, ik draai me om en zie de manager weer door de klapdeuren komen. Lachend steekt hij een pen in de lucht als hij binnenkomt.
‘Ik moest er heel wat voor doen’, grijnst hij, ‘maar ik heb er een.’
Met een plof gaat hij zitten op de bureaustoel die een stukje naar achter rolt onder zijn gewicht. Met zijn voeten stapt hij zodat de stoel weer vooruit rolt totdat zijn buik tegen het bureau aankomt.
‘Hoe zou je jezelf omschrijven?’, vraagt hij en hij zet zijn pen op het papier.
Hier ben ik op voorbereid, het antwoord op deze vraag heb ik tig keer opgeschreven, zodat ik het zo op kan zeggen.
‘Daadkrachtig’, begin ik en ik ga rechtop zitten. ‘Sociaal, empathisch, flexibel. Ik ben zorgvuldig.’ Kort staar ik naar de grond en zie dan dat ik de rits van mij tas niet goed heb dichtgedaan en de Snickers is duidelijk zichtbaar. Met mijn voet duw ik de flap van de tas eroverheen zodat je het niet meer ziet. ‘En ik ben eerlijk en betrouwbaar’, zeg ik met een glimlach.
Met een lach legt hij zijn onderarmen op de tafel en opent zijn handen. ‘Ik zal eerlijk zijn’, zegt hij, ‘Normaal zeg ik altijd dat ik een paar dagen later laat weten wat we doen, maar dat ga ik nu niet doen. Zeker gezien je eerdere ervaringen en je mooie CV heb ik er het volste vertrouwen in dat je een mooie aanwinst zal zijn voor ons team en dat je de ploeg van vakkenvullers goed aan zal sturen. Je hebt de baan’
‘Wow’, stamel ik en ik lach breeduit. ‘Wat leuk, fijn. Bedankt.’
‘De papieren moet ik natuurlijk nog regelen en een gesprek over de arbeidsvoorwaarden moeten we ook even inplannen. Ik stuur jou vanmiddag een mailtje met een voorstel, is dat goed?’
‘Ja, zeker, dat is prima’, antwoord ik. ‘Per wanneer zou ik dan beginnen?’
‘Is volgende week maandag goed?’
‘Uitstekend’
Hij staat op, geeft me een hand en loopt met me mee naar de deur.
‘We spreken elkaar deze week dan nog’, zegt hij. ‘O wacht, er valt iets uit je tas.’
Hij bukt en pakt het zakje paprikachips. Kort kijkt hij ernaar en met vuurrode wangen neem ik het van hem aan.
‘Bedankt’, zeg ik licht hakkelend en ik houd het onhandig in mijn hand. Het in mijn tas stoppen durf ik niet.
‘Goed’, hij opent de deur naar het magazijn, kijkt vluchtig naar de tafel met eten en vervolgens weer naar mij. ‘Ik mail jou vanmiddag. Bedankt voor het gesprek.’

Blog

Ik wil het zelluf doen

“Mag ik jou helpen?,” vraagt mijn zoontje als ik een sapje sta te maken bij het aanrecht. Ik kan bijna niets meer doen of meneertje staat al met zijn opstapkrukje klaar om me in de keuken te helpen. Bij poetsen in huis krijg ik ook hulp en tijdens het tuinieren wil hij samen de schoffel beethouden. Het is geen kinderarbeid als je kind het zelf wil, toch?

Als ik op de wc zit, krijg ik zelfs het wc-papier aangereikt. Hulp is wat hij krijgen én geven wil en daar leert hij natuurlijk enorm veel van. Maar eerlijk gezegd: ik mis mijn persoonlijke ruimte en het doen van dingen in mijn eentje nogal eens.

Nadat we samen een sapje hebben gemaakt, begin ik aan het avondeten. Naast me staat mijn 3-jarige hulpkok. Onhandig husselt hij de salade met een vork en lepel. De helft belandt naast de schaal. “Voorzichtig hoor, alles gaat ernaast,” wijs ik naar de groenten op het aanrechtblad. Ondertussen draai ik het vlees om in de koekenpan.

“Nu wil ik ook snijden,” zegt hij vastberaden en hij grijpt naar het enorme keukenmes dat naast de snijplank ligt. Net op tijd trek ik het terug. “Je weet toch dat je dat niet mag?,” roep ik geschrokken uit. “Messen zijn niet voor kinderen. Een mes is heel scherp.” Mijn zoon heeft duidelijk een andere mening. “Nee, ik wil het doen,” zegt hij en stampvoet op zijn krukje. Ik zucht diep.

Op dat moment gaat de achterdeur open. Mijn man komt binnen. Nadat hij zijn spullen heeft weggezet, komt hij bij ons staan. “Kan ik helpen?”, vraagt hij.
“Gaat dat wel goed?”
Hij wijst naar het vlees en ineens ruik ik een aangebrande geur.
“Je kan niet helpen,” antwoord ik nors.

Uit mijn keuken, denk ik, allemaal uit mijn keuken! Ik draai het vlees om dat wat zwarter is geworden dan hoort. Leuk hoor, al die helpers hier, maar het leidt behoorlijk af. De liefdestaal van mijn man is dienen, helpen. En dan ineens zie ik die ook terug in mijn peuter. Het is hun liefdestaal. Zo laten ze zien dat ze graag bij me zijn, dat ze van me houden. En door mijn hulp en het accepteren van de hunne zien ze hoeveel ik van hen houd.

“Nee, wacht. Jawel, jullie kunnen me helpen,” breng ik uit. “Willen jullie samen de tafel dekken?”
‘Ja’, knikken ze allebei en ze gaan aan de slag. Ik sta weer alleen in de keuken en heb het terrein heerlijk voor mezelf.

“Wat fijn dat jullie samen de tafel hebben gedekt,” zeg ik als we aan tafel zitten. Ik barst van de honger. “Het ziet er keurig uit.” Mijn zoontje glundert en kijkt dan ineens beteuterd. “Er is geen appelmoes.” Met een beetje tegenzin antwoord ik: “Die zal ik even pakken.” Maar meneertje heeft zijn stoel al naar achteren geschoven en zegt resoluut: “Nee, ík ga het doen. Jij moet blijven zitten.”

Kijk, ik wil misschien niet altijd geholpen worden, maar tegen zulke hulp zeg ik geen ‘nee’. Zolang we allemaal maar regelmatig iets ‘zelluf’ kunnen doen.

Foto: Unsplash – patrick-miyaoka

Gedichten, Moederschap, Natuur

Haaientanden

Kikkervisjes vangen
Slakken verhuizen, op de rand
van het bruggetje wiebelen met je benen

Middag na middag, betoverde
minuten worden uren

Een broekzak vol stenen, elfenzand
goud, haaientanden, avonturen

Gedichten, Leven, Liefde

Als jij mij houdt

Even kijk je me nog aan
Ik houd je tere hand
nog even in de mijne
voordat ik je laat gaan

Die laatste blik waarmee je zegt
ik moet nu gaan, maar
blijf bij jou als jij mij houdt
ga ik niet echt

Blog, Geloven

De dagelijkse strijd uit handen geven

In de hof van Eden stond een boom. De boom van goed en kwaad. Een overbekend verhaal. De slang verleidde Eva en ze nam een hap van de vrucht. Daarna ging ze naar Adam, ook hij at ervan. De hap was de eerste zonde en daarmee eindigde het paradijs op aarde én in ons denken.

Elke dag sta ik weer bij die boom en sta ik voor de keuze om te kiezen voor het goede of het kwade. Vertel ik die roddel die ik net hoorde tegen iemand anders? Of hou ik hem voor me? Word ik boos en scheld ik? Of kies ik een andere manier om mijn frustratie te ventileren? Laat ik me leiden door emoties of laat ik Wijsheid de boventoon voeren?

Het verhaal van de zondeval is duizenden jaren oud en toch nog steeds actueel. De keuze voor het goede is de strijd die we als christen dagelijks voeren en oh, wat voel ik me schuldig als ik voor het kwade gekozen heb. Al dan niet gewild, want soms lijkt het me ook te overkomen. Een zonde kan maar rond blijven cirkelen in mijn gedachten, het feit dat ik koos voor het verkeerde terwijl ik zo goed weet wat ik wél moet doen.

Pas hoorde ik een preek over deze interne strijd tussen het goede en het kwade en die raakte me. De preek trof me op een ochtend dat ik boos was uitgevallen tegen mijn zoontje, terwijl ik op dat moment beter even weg had kunnen lopen. Ik voelde schuldig, slecht. Het continue verliezen van de strijd tussen goed en kwaad maakt dat veel christenen zich ‘slechte’ christenen voelen, aldus de spreker. Onterecht. We weten met ons verstand dat Jezus voor onze zonden gestorven is en toch denken we dat elke nieuwe zonde die wij begaan een extra nagel aan het kruis is. De vinger precies op de zere plek.

Wat ik vaak vergeet is dat God allang wist dat ik zou blijven falen. Mijn en jouw strijd is juist dat we de strijd blijven verliezen en niet de worsteling met een enkele zonde telkens weer. Én daar is Jezus voor gestorven en daarin heeft Hij overwonnen: voor het feit dat wij verliezen, keer op keer.

We mogen die worsteling uit handen geven en doen wat we op dat moment kunnen doen. De vergeving ontvang je, hoewel je niet perfect bent. Omdat Jezus het voorval met de boom heeft hersteld, hoeveel vruchten je ook gegeten hebt of nog gaat eten. Hoe mooi is dat?

Foto: Pexels

Deze Faith Focus mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

.

Blog, Geloven

De hond en zijn baasje

Ken je zo’n blije hond die aan zo’n uittrekbare riem zit? Als hij ergens wat ruikt gaat hij er onmiddellijk van door en scharrelt soms als een kip zonder kop over de straat. Zodra hij meters verderop een tak met de potentie van apporteren ziet, stevent hij daar gelijk op af. De baas wandelt en de hond rent van voor na achter en soms, heel af en toe even naast zijn baasje. Heb je een beeld? Mooi. Voel jij je soms ook zo’n hondje? Ik wel namelijk.

Ik wil wel graag naast God wandelen. Luisteren naar Zijn stem die zegt of we naar links of rechts moeten gaan. Maar toch raak ik zo vaak afgeleid door de wijde wereld. Dan zie ik ineens een stok verderop en denk ik dat God daar een plan mee kan hebben, terwijl zijn plan misschien niet ‘apporteren’ is, maar juist een oefening in ‘naast’ wandelen of gewoon samenzijn.

Als we dan samen wandelen, komen we soms iemand tegen waartegen ik dan onnodig begin te blaffen, grommen of waar ik angstig voor terugdeins. Ik trek aan de riem, ik ga zitten als ik geen zin meer heb en ik bijt in dingen waarin dat niet moet. Als je zo’n felle terriër kent weet je dat ze ook niet altijd even goed luisteren naar commando’s als ‘af’ en ‘kom’. Zeker wanneer ze ergens in de verte ineens een duif zien fladderen. Zo’n hondje ben ik soms.

En toch, als je dan zo’n beestje met zijn baasje ziet wandelen, dan ziet het baasje er niet geteisterd uit. Hij heeft het ras niet voor niets uitgezocht. Hij heeft gekozen voor dat eigenwijze keffertje en hij geniet van zijn grillen, de speelsheid, het enthousiasme en het ongetemde denken. Ook al bijt hij soms een schoen kapot of graaft hij een gat in het nieuwe gazon, aan het eind van de dag wil zijn baas altijd met hem op de bank zitten en niets anders dan een aai over zijn bol geven.

Toen Jezus gedoopt werd, sprak God het volgende tegen hem en deze woorden zegt Hij ook tegen jou en mij: ‘Jij bent mijn geliefde kind. Ik houd heel van jou. Ik geniet van jou. (Markus 1:11, Basisbijbel enigszins vrij vertaald)

Deze Faith Focus mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.