Gedichten, Leven

Ik sta in de hal

Onderweg naar waar
weet ik veel
wist ik maar
waar de stip staat
wat de weg is
op de kaart

De rest is er al
maar roerloos sta ik
in de hal
Ze dragen allemaal een hoed
Ik doe -blijkbaar- niet
wat de rest wel doet

Het feest gaat los daarbinnen
maar ik ga hier
een hoedloze party
beginnen

Blog, Geloven

Als brood in de handen van de Meesterbakker

Op het aanrecht maak ik een mooie cirkel van meel en bloem. Het meel heb ik gekocht bij een molenaar, want als je brood bakt moeten de ingrediënten van uitstekende kwaliteit zijn. Hoe beter het meel en de bloem, hoe lekkerder en mooier het brood. Voorzichtig meng ik de gist en wat zout door het meel. Daarna maak ik een kuiltje in het midden en giet er langzaam lauw water bij.

Zodra de ingrediënten goed samengekomen zijn begint het harde werk: kneden. Je kan het natuurlijk door een handige machine laten doen, maar met de hand vind ik toch beter. Brooddeeg maken, komt vrij nauw. Te kort of te lang kneden: het kan allebei je brood verpesten. Daarnaast blaas je met je handen het deeg als het waren leven in. Een groot pluspunt: je kan je sportschoolabonnement opzeggen, want man, brood kneden is een ware work-out die gewoon vijftien minuten duurt!

Na vijf minuten kneden beginnen mijn armen een beetje zwaar te worden. Voor de Heel Holland Bakt-fans onder ons: slaan met je brood zoals Liesbeth deed, is een goed idee. Hoewel je je brood dus mag slaan, moet je het wel ook met liefde behandelen. Niet op de grond laten vallen bijvoorbeeld. En als ik zo met mijn deeg als een ware bakker op het aanrecht mep, denk ik ineens aan God.

Hij is de bakker. De Meesterbakker. En ik ben het brood. Hij koos de beste ingrediënten voor mij; alle mooie karaktereigenschappen waarmee hij mij gemaakt heeft. Vol zorg koos hij ze uit en plantte ze in me, toen ik groeide in de buik van mijn moeder. Toen zag Hij al wat voor brood ik mag worden.

De Bakker kneedt. Soms heel hard, dan leert Hij mij geduld op te brengen voor mijn peutertje en dat doet soms pijn. En soms kneedt Hij heel zacht en liefdevol, als ik boos ben op mijn eigen falen en hij dan zegt: “Kom maar gewoon hier zoals je bent.”

En er zijn ook momenten dat het lijkt of mijn Bakker er even niet meer is, maar hij laat mij nooit vallen. Met liefde dekt hij me toe en laat het brood rijzen.

Terug naar mijn eigen brood. Na een aantal keer rijzen en kneden mag mijn brood eindelijk de oven in. Een heerlijke geur vult mijn huis. Mijn maag knort en ik ga op mijn knieën voor de oven zitten. De bol deeg is een prachtig rond broodje geworden. Een paar minuten later gaat de kookwekker. Ik open de ovendeur en tik op de bovenkant van het brood. Het klinkt als een knapperige korst. Met een glimlach op mijn gezicht haal ik het brood uit mijn oven.

Door kneden en kneden, hard en zacht, met liefde en geduld, word ik gevormd. Onze Bakker weet precies hoe lang hij ons moet kneden voor het beste resultaat. Bij de een voegt hij rozijnen toe, bij de ander lekkere kruiden. Hij overziet het proces en draagt zorg voor het deeg, zodat we allemaal mooie broden worden die een heerlijke geur verspreiden.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Verhalen

In de rij

Via Schrijven Online vond ik een schrijfopdracht met als thema Pride and Prejudice: schrijf een scène over trots en vooroordeel in minder dan 300 woorden, ik redde het net met 299.

In de rij

Hij strijkt door zijn glanzende haar, een donkere lok schiet terug en valt op zijn voorhoofd. Achteloos houdt hij het pak melk vast, alsof het geen onderdeel van hem en zijn zwarte maatpak mag worden. Ik klem het volgeladen mandje tegen mijn heup, een snijdende pijn trekt door mijn schouder. Had ik maar een karretje genomen. Zuchtend staar ik langs de man in maatpak naar de lange rij voor me. Waarom doen ze niet nog een kassa extra open? Ik kan het mandje nauwelijks houden. Puffend zet ik hem op de grond en draai met mijn schouders tot de pijn wat verzacht. De man voor me schuift met zijn glanzende schoen. Voor ons schuiven de andere mensen door en rekenen een voor een af, maar hij blijft onbewogen staan als een filerijder die weigert vooruit te gaan als de rest voetstaps doorrijdt. Ik kuch dwingend. Loop door, hooghartige vent.
Even lijkt hij in beweging te komen, maar hij blijft toch staan en zwiept het pak traag langs zijn been heen en weer. Ik zet een stap opzij en tuur langs hem heen. De rij voor ons is bijna opgelost en hij staat daar maar. Denkt-ie dat hij als enige boven alle wetten van de supermarkt staat?
‘Sta je nog in de rij?’, vraag ik scherp.
Hij draait zich om. Zijn bruine ogen glanzen en hij glimlacht wat onbeholpen. ‘Sorry, ik stond te dromen.’ Met zijn hand gebaart hij naar de kassa. ‘Wil jij anders voor? Ik heb geen haast.’
Het schaamrood kleurt mijn wangen. ‘Nee, bedankt’, mompel ik. ‘Ik ook niet.’ We kijken elkaar even aan en dan draai ik mijn hoofd vlug weg.
Traag wandelt hij naar de kassa en rekent af. Voordat hij wegloopt kruist zijn blik de mijne. ‘Fijne dag nog’, zegt hij zacht.

Blog, Geloven

De opstandingsplant

Veel zin in Bijbellezen heb ik niet en écht connecten met God lukt me niet. Ik jakker door de volgeplande dagen, entertain mijn ondeugende peuterzoon, doe het huishouden, werk en ga zo maar door. Als ik ’s avonds mijn bed instap, vallen mijn ogen direct dicht. Moe ben ik, kapot moe. Ik prevel een kort gebed voordat ik in slaap val, maar het vuur in mij lijkt niet te branden. Het voelt alsof ik uitgedroogd ben. Waar is die passie voor God gebleven? En hoe vind ik die weer terug?

Na een bomvolle dag plof ik met een zucht op de bank neer en zet de tv aan. Ik zet een documentaire aan over de Sahara. Er wordt verteld over de opstandingsplant. Misschien ken je hem wel uit films: in een droge en uitgestorven vlakte waait er opeens een uitgedroogde bol met takken langs. Zie je ‘em voor je? Die opstandingsplant lijkt dood, zonder wortels en als een bal wordt hij voortgedreven door de wind over zandduinen, over eindeloze uitgedroogde zandvlaktes. Soms rolt die bal wel honderd jaar rond, als speelbal van de Saharawind en alles verterende zon. En dan plotseling rolt hij in een klein modderpoeltje dat ontstaan is na lang verwachte regen.

Zodra hij de modderpoel raakt, gebeurt er iets bijzonders. De plant, die een verzameling van dode takken lijkt, ontspant. Hij vouwt open en zuigt zich vol met het water uit het poeltje. Daarna wacht hij op regen en zodra die valt, draagt hij vrucht. De zaadjes verspreiden zich door de wind en komen op. Als hij niet in het water staat, verdort hij langzaam weer en rolt weer voort door de woestijn totdat hij water gevonden heeft.

De opstandingsplant rolt op het juiste moment mijn leven binnen. Op een moment dat ik me moedeloos voel. Niet kokend heet, maar lauw. Niet zout, maar flauw. Ben ik afgezwakt?
“Nee,” zegt God, “je bent een opstandingsplant.”
Ik denk na, peins, overdenk en pak de Bijbel er eens bij.

Lessen van de opstandingsplant

Voel je je ook lauw, flauw en uitgedroogd? Misschien kan de opstandingsplant je bemoedigen en inspireren. Ik leerde er het volgende van: 

  • Het is niet heel vreemd om af en toe droge periodes te hebben, waarin je minder energie of verlangen hebt om met God te praten of te werken aan je geloofsleven. Je bent niet de enige.  
  • Ook al voelt het alsof je compleet uitgedroogd bent: God kan alles veranderen. Hij is het Levende Water dat door jou heen wil stromen, je wil verkwikken en laten groeien. Soms hoort een tijd van droogte erbij en kom je daarna rijkelijk tot bloei. 
  • De opstandingsplant is een volhardend ding. Hij rolt en rolt door de droge woestijn, totdat hij eindelijk water vindt. Soms duurt het wat langer voordat we water vinden. Bedenk dan dat het Levende Water altijd op ons wacht. God zal ons nooit verlaten ook al antwoordt Hij soms niet gelijk. Het water zoeken we door te blijven bidden, Bijbellezen, iemand voor je laten bidden, dankbaar te zijn en te aanbidden.  
  • Als we ons wortelen in het water, dan kan Hij zorgen dat we vrucht dragen: dat we doen waarvoor we bestemd zijn.  
  • Ook als we niet altijd die connectie met God voelen, die connectie is er wel omdat Hij ons nooit loslaat. We mogen altijd terugkomen en dan wil Hij ons weer aanraken en doorstromen. 

De opstandingsplant rolde mijn leven in en ík rolde het water in. Als ik weer een keer uitgedroogd door de woestijn dwaal, weet ik dat ik moet volhouden en me mag blijven laven aan Gods liefde. Zijn regen is dichtbij.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Gedichten, Natuur

Bergkoningin

Statig verrijst ze
De koningin van het dal
Aan haar voet ben ik slechts
een aanwezigheid

Ze behelst alle schoonheid
van kam tot mos en den
Ik beklim en ze laat
Verweeft me in haar rijk

Foto: Pixabay

Verhalen

Aanwezigheid

Op Schrijven Online vind je een hoop leuke, uitdagende schrijfopdrachten. Ik maakte er een waarin de opdracht was om een scène (van maximaal 500 woorden) te schrijven waarin iemand onder de douche staat en een vreemd geluid hoort op zijn/haar slaapkamer.

Aanwezigheid

Ik draai de douchekraan wat heter. Het warme water ontspant me. Na een dag met schreeuwende kinderen om me heen, vind ik het heerlijk om alleen thuis te komen. Naarmate sinterklaasavond dichterbij komt worden de kinderen in mijn klas steeds onrustiger. Als mijn stagiaire niet ziek was, had ik het wel gered, maar in mijn eentje twintig extatische kleuters in het gareel houden was me vandaag te veel. Gelukkig was Bart zo aardig dat hij me wilde helpen, terwijl hij als directeur zoveel andere dingen te doen heeft. Het was alsof hij wist dat ik hulp nodig had. De hele middag heeft hij geholpen met plakken en knippen, lezen en begeleiden. Af en toe keek hij me aan, iets langer dan gebruikelijk, alsof hij wilde peilen of ik zijn aanwezigheid nog op prijs stelde. Ik glimlachte en hij grijnsde terug.
Ik open de fles shampoo die ik vanmiddag kocht. Zacht knijp ik in de fles, laat de geur ontsnappen en snuif hem op. Lavendel vermengt met een frisse bosgeur. Ik knijp de parelmoerkleurige zeep eruit en laat het een cirkel vormen in mijn handpalm. Tussen mijn handen wrijf ik tot het schuimt en masseer het dan in mijn donkere krullenbos.
Ineens hoor ik een doffe dreun, alsof er iets zwaars omvalt. Mijn hart slaat een bons over. Onmiddellijk draai ik de douche uit en spits mijn oren. Wat was dat? Is er iemand boven? Met ingehouden adem luister ik. De vloer kraakt en ik weet precies waar. Mijn slaapkamer. Er is iemand in mijn slaapkamer. Er klinkt gestommel, geschuifel. Is het een inbreker? Of erger… Hij heeft me ongetwijfeld gehoord. Ik ruk de handdoek van de douchedeur en wikkel hem zo snel mogelijk om me heen. Langzaam ademen, straks hoor hij me. Ik probeer mijn hijgende ademhaling te veranderen, maar het lukt niet. Mijn hart bonkt driftig, alsof hij een weg uit mijn borstkas zoekt. Ik moet met verstoppen, maar ik sta hier open en bloot. Terwijl ik me zo klein mogelijk maak, sluip ik de douche uit en ga op handen en voeten voor de deur zitten. Zo stil als ik kan doe ik de badkamerdeur op slot. Ik moet 112 bellen. Ik zet mijn nagels in mijn bovenbeen. Shit. Mijn telefoon ligt nog op mijn slaapkamer.
Ik sluit mijn ogen en luister. Is hij weg? Aan de andere kant van de deur is niets meer te horen. Nog een paar minuten blijf ik roerloos bij de badkamerdeur staan en als het stil blijft open ik hem. Zodra ik de deur open kijk ik recht mijn slaapkamer in. In mijn bed ligt iemand met zijn rug naar mij toe, onbeweeglijk en schijnbaar diep in slaap. Op de punten van mijn tenen sluip ik naar het bed, waar mijn telefoon vlak naast hem ligt. Ik verstijf als ik zijn gezicht zie. Bart. Het is Bart.
‘Ben je blij dat ik er ben?’, fluistert hij met gesloten ogen.

Foto: Pixabay

Blog, Geloven

Hij is erbij, ook in 2019

“Waar ben je dankbaar voor?” Een vraag die mijn man en ik elkaar regelmatig stellen als we ’s avonds in bed liggen. De ene keer was het een schitterende dag en kan ik dingen blijven opnoemen waarvoor ik dankbaar was. Soms was de dag intensief of loodzwaar. Een andere keer gebeurde er dingen die me tot tranen roerden of me boos maakten. Dan is het wat harder zoeken naar redenen tot dankbaarheid en kan ik het gevoel van dankbaar zijn moeilijk opbrengen.

Oudjaarsavond is uitgerekend het moment om het afgelopen jaar eens onder de loep te nemen. Waarschijnlijk ken je het aftelmoment op televisie wel waarbij je de highlights in het nieuws voorbij ziet flitsen. Zo voelt het voor mijn persoonlijk leven ook altijd een beetje op die avond. Ik zie mezelf nog zitten, een jaar eerder, onwetend wat er allemaal op mijn pad zou komen. En dan, één voor één floepen er allerlei gedachten en gebeurtenissen van het afgelopen jaar in me op en trekken ze als in een film aan me voorbij.

Waar ben jij dankbaar voor?

Misschien kreeg je dit jaar een nieuwe baan of ben je verhuisd. Heb je een nieuw project opgezet, een nieuwe hobby ontdekt of ben je een nieuwe vriend rijker. Wie weet heb je plannen gemaakt die invloed hebben op het nieuwe jaar of ben je zwanger en krijg je volgend jaar (nog) een kindje. Misschien werd je dit jaar wel moeder.

Het kan zijn dat je je niet zo dankbaar voelt voor het afgelopen jaar. Misschien ben je je kindje wel verloren of een andere dierbare. Of ben je gescheiden en voel je je juist nu eenzaam. Misschien heeft dit jaar wel een donkere rand en vraag je je af of je volgend jaar de zon wel weer gaat zien.

Hoe je er ook bij zit op oudjaarsavond, of je tienduizend redenen tot dankbaarheid hebt of als je bijna niets kunt bedenken en hoe cliché het ook klinkt: Het jaar 2018 wordt voor iedereen afgesloten en 2019 staat voor de deur. Of je nu staat te trappelen om wat komen gaat of niet vooruit te branden bent.

Ga met God

Als je overloopt van dankbaarheid voor het afgelopen jaar, geef Hem dan de eer. Hij is het die jou al dit goeds geschonken heeft. Wij danken als gezin God altijd op oudjaarsavond voor het mooie dat gebeurd is. Een prachtige traditie die ik mijn zoontje ook wil meegeven. Het is fijn om dat moment te connecten met God en met Hem nieuwe jaar in te gaan.

Misschien denk je met tranen in je ogen terug aan 2018. Ook daarmee mag je naar God toegaan. Hij wil jou helpen om de moeilijke dingen van dit jaar te dragen en te verwerken. Het maakt voor hem niet uit hoe je komt: dankbaar of bedroefd. Hij wil op oudjaarsavond bij jou zijn als je niet met blijdschap maar met pijn het nieuwe jaar ingaat.

2019

Het nieuwe jaar heeft van alles in petto. 2019 is zo onbeschreven als een leeg dagboek. Soms voelt dat lege en onbekende juist beangstigend. Wat zal het komende jaar brengen? Lief of leed? Overkomt ons geluk of komt er pijn?

Maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput. Jesaja 40:31

Gelukkig hoeven we het nieuwe en onbekende niet alleen aan te gaan. Bij elke stap die je zet, loopt je Vader met je mee. We hoeven niet bang te zijn voor de dag van morgen, omdat Hij aan onze zijde staat en ons kracht geeft. Wat er ook gebeurt.

Foto: Pixabay

Blog, Geloven

Geef het Licht door

In het kleine vestingstadje waar ik woon, gaan in de tweede week van december de straatlantaarns een avond uit. Lampen in huis blijven die avond ook uit. De hele middag is het overal een drukte van belang ter voorbereiding. Op straat worden kleine glazen potjes met waxinelichtjes neergezet, er worden kerstlampjes opgehangen en kaarsen krijgen een plekje in de vensterbanken en buiten op straat. Het stadje is gevuld met blijheid en saamhorigheidsgevoel: het is lichtjesavond.

Als alle lichten uit zijn en het aardedonker is, worden de kaarsen ontstoken. De kleine feestlichtjes gaan aan. Een duistere decemberavond wordt helder door een zee van lichtjes. Elk huis binnen de vesting doet mee. Ook als je niet mee kunt doen omdat je ziek bent of oud. Dan helpen buren elkaar en zetten kaarsjes voor elkaars huis. Geen enkel huis is pikkedonker, overal twinkelt licht.

Albert Einstein zei: “Duisternis is de afwezigheid van licht”. Zonder ook maar enige vorm van licht zien we helemaal niets. Dan zijn we als vissen die in het diepst van de zee leven en alles enkel op de tast doen. We hebben licht nodig om elkaar in de ogen te kunnen kijken, om de schoonheid in deze wereld te kunnen zien en om goed te kunnen zien wat we moeten doen.

In onze fysieke wereld hebben we de zon, de maan en sterren die ons daarbij helpen. Zij maken scheiding tussen licht en donker. Zelfs in de nacht is het niet duister als we de theorie van Einstein aanhouden, dan twinkelen er nog ontelbare lichtjes aan de hemelboog.

In de geestelijke wereld heerst er helaas wel bij veel mensen een duisternis. Iedereen heeft wel mensen om zich heen die niet in God geloven. Vaak wat verder van je af, maar soms ook dichtbij in je familie- of vriendenkring. Deze mensen missen Jezus, het Licht. Het Licht dat de duisternis compleet weg kan spoelen, dat elk hoekje in je hart verlicht.

In Mattheus 5 zegt Jezus:
Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

Jezus wil ons gebruiken om mensen tot Hem te leiden. Niet alleen iemand met sprekerstalent of iemand die enorm begaafd is. Alle gelovigen: mij en jou, ons allemaal. Wow.

Terug naar lichtjesavond. Als wij ons afstemmen op het grote Licht en doen wat Hij vraagt, dan steken we van binnen ons kaarsje aan en kunnen we zelf licht verspreiden. Ons licht schijnt als we omkijken naar de oude buurvrouw die geen kaarsjes aan kan steken voor lichtjesavond, als we een zieke kerkgenoot een kaartje sturen, als we in de supermarkt naar de caissière lachen die er somber uitziet. Als we ons maar afstemmen op Jezus, dan kan hij met zijn Licht door ons heen schijnen, zodat iedereen wordt verlicht die we ontmoeten. Samen mogen we als een stad zijn die verlicht is door een zee van kaarsen.

Schijn je mee?

Foto: Unsplash – Melanie Magdalena

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Gedichten, Leven

Bergtop

De ene voet voor
de andere
op naar de top
waar ik het verzicht
aanschouwen zal

In het dal zijn
de bergen mijlen hoog
Werpen schaduwen
als dekens
over mij heen

Op de top is het wonderschoon
als je het dal kent

Foto: Denys Nevozhai (Unsplash)