Uit de categorie

Persoonlijke ontwikkeling

Al de innerlijke kinderen

Soms merk je dat je reageert op een manier die niet helemaal past bij het moment. Je voelt je plotseling boos, bang, onzeker of juist over-verantwoordelijk. Vaak zijn het niet je volwassen delen die dan spreken, maar de kinddelen in jou die ooit iets hebben meegemaakt en nog steeds proberen je te beschermen.

In ons allemaal wonen innerlijke kinderen, elk met hun eigen gevoelens, verlangens en manieren van reageren. Wanneer je ze leert kennen, kun je ze stap voor stap begeleiden vanuit volwassenheid.

Het boze innerlijk kind

Het boze innerlijk kind uit zich door conflict aan te gaan vanuit pijn. Het doet dit niet uit kwade wil, maar uit onvermogen. Het voelt boosheid, maar weet nog niet hoe hiermee om te gaan.

Beland je vaak in conflicten of voel je je snel boos op anderen? Dan kan een innerlijk kind jouw kar trekken. Vanuit volwassenheid kun je leren om dit patroon te herkennen, te stoppen en te onderzoeken wat er in jou geraakt wordt.

Het angstige innerlijk kind

Dit kind zet je op de rem of het activeert je juist tot overmatige actie.
Het twijfelt aan je gedachten en impulsen en is bang dat dingen mislukken, dat je alleen komt te staan, niet gezien wordt, zult falen of zelfs doodgaat.

Het angstige innerlijk kind heeft daar goede redenen voor. In je verleden heb je waarschijnlijk iets meegemaakt waardoor die angst begrijpelijk is geworden. Onverwerkt of onbekend trauma kan een grote rol spelen wanneer dit kinddeel de leiding neemt in je leven.

Het reddende innerlijk kind

Het reddende innerlijk kind wil niets liever dan van betekenis zijn. Het heeft zich ontwikkeld om betekenis te ervaren op momenten dat die erkenning van de ouders ontbrak.

Dit kinddeel voelt vaak wat anderen nodig hebben en probeert daarop in te spelen, of het lost andermans problemen op. Zo zet het zijn eigen behoeften opzij om zich waardevol te kunnen voelen.

Het reddende kind ontstaat vaak al op zeer jonge leeftijd, soms zelfs kort na de geboorte, wanneer een baby aanvoelt dat de moeder het niet volledig kan dragen en besluit stil te blijven of mee te zorgen voor de ander.

Het spelende en vrije innerlijk kind

Dit kinddeel is een waardevolle bron van levenslust, creativiteit en ontspanning. Toch staat het bij veel volwassenen op de parkeerplaats, onbereikbaar geworden door opvoeding, regels of generationeel trauma.

Door dit vrije en spelende deel weer te verwelkomen, komt er ruimte om dichter bij je essentie te leven. Het helpt je om jezelf te reguleren en vreugde toe te laten in het dagelijks leven.

Volwassen worden met al je innerlijke kinderen

Vanuit volwassenheid kun je stap voor stap de lagen afpellen die je weghouden bij je volwassen potentie. Groei ontstaat door onderzoek te doen, tijd te nemen om jezelf en je innerlijke kinddelen te leren kennen en ze bewust te begeleiden.

Net zoals echte kinderen opvoeding nodig hebben, vragen ook je innerlijke kinderen om zorg: grenzen, aandacht, geruststelling, aanmoediging en ruimte om te spelen.

Zo krijg je steeds meer volwassen potentie tot je beschikking om deze delen te herkennen en te erkennen, zonder dat ze je overspoelen of je leven overnemen.


Wanneer je merkt dat wat ooit klopte, een trucje is geworden

De glans die verdwijnt

Soms wordt wat ooit vervullend was, een trucje.
Ik hoor het vaak terug bij mensen die creatief werken – kunstenaars, ondernemers, coaches, creatives. Wat ze doen is ergens ontstaan, groeide uit tot iets moois, iets wat werkte. Het bracht erkenning, geld, waardering. De buitenwereld spiegelde terug dat het goed was. En dat voelde fijn, want ieder mens verlangt ernaar gezien te worden in wat hij doet.

Maar langzaam verliest het zijn glans. Het werk dat ooit bezieling droeg, wordt een herhaling van zetten. Het roept nog steeds waardering op, maar niet meer van binnenuit. Het vult niet langer, het voedt niet meer. En toch is het moeilijk om het los te laten. Want het trucje heeft iets opgeleverd — succes, stabiliteit, bevestiging. Loslaten lijkt te veel te kosten.

Het pantser dat verandering tegenhoudt

Toch houdt juist dat vasthouden de verandering tegen.
Een trucje is als een pantser dat ooit bescherming bood, maar nu verstrakt. Het bewaart het oude, terwijl het nieuwe zich aandient. Vaak is er een crisis nodig om dat zichtbaar te maken. Want zolang het nog enigszins werkt, zolang het leven doorgaat zoals het gaat, is er geen reden om het te ontmantelen.

Pas als het lijden groter wordt dan de voordelen, ontstaat beweging.
Wanneer de leegte niet langer te vermijden is.
Wanneer de angst om iets te verliezen kleiner wordt dan het verlangen om echt te leven.

Ik zie het bij kunstenaars die met hun werk erkenning krijgen, maar van binnen weten dat het ze niet meer draagt. Bij coaches die geen zin hebben in hun klanten, maar hun trajecten in stand houden omdat het ‘werkt’, maar ondertussen voelen dat ze zichzelf kwijtraken. Bij ondernemers die hun succesvolle product blijven aanbieden, terwijl iets in hen schreeuwt om te mogen stoppen.

Het trucje als oud overlevingsmechanisme

Het trucje is niet verkeerd.
Als kind leer je dat bepaalde manieren van doen je iets opleveren. Zo ontwikkel je je. Je ontdekt hoe de wereld reageert op jou, hoe je succes kunt ervaren, hoe je kunt overleven. Dat is functioneel — tot het dat niet meer is.

Want succes vervult alleen als wat je doet om dat succes te bereiken, ook van binnen klopt. Wanneer de activiteit zelf voeding geeft, niet enkel de opbrengst ervan.

Een trucje herhalen voelt dan leeg. Er is weerstand, verveling, soms zelfs een subtiele afkeer. Toch is dat vaak precies het moment waarop iets nieuws geboren wil worden: iets wat nog geen vorm kent, iets dat vraagt om moed, om stilvallen, om het niet-weten te dragen.

De uitnodiging van het leven

En juist daarin schuilt iets hoopvols.
Het moment dat je beseft dat je een trucje uitvoert, is niet het einde van iets, maar het begin van groei. Het leven nodigt je uit om verder te ontwikkelen, om oude vormen los te laten zodat nieuwe creatie kan ontstaan.

Er zit meer in jou dan het trucje laat zien.
Meer potentie, meer leven, meer waarheid.
Het proces van loslaten hoort erbij: de leegte, de verwarring, de tussenruimte. Daarin wordt het nieuwe geboren.

Betekenis ervaren

Doordat wij een bewustzijn hebben, kunnen we betekenis geven aan wat ons overkomt en aan wat we doen. Dat vermogen ontwikkelt zich al vroeg in ons leven. Als kind zoeken we voortdurend taal voor wat we meemaken, voor gebeurtenissen, maar ook voor de gevoelens die ze oproepen. We leren wat “goed” of “niet goed” is, niet alleen uit woorden, maar vooral uit de reacties van anderen.

Wanneer we als kind onvriendelijke woorden gebruiken en merken dat het iemand pijn doet, leren we iets over de betekenis van ons gedrag. En als we iets doen dat een glimlach of warmte bij een ander oproept, voelen we dat we ertoe doen. In die ervaringen ligt de eerste vorm van betekenis: het gevoel van waarde hebben, iets kunnen bijdragen.

Van leegte naar waarde

Sommige kinderen ontdekken al vroeg dat ze iets kunnen geven wat de ander nodig heeft.
Zeker wanneer een ouder, bijvoorbeeld een moeder, zelf veel tekorten kent en weinig emotionele voeding kan bieden, leert het kind dat liefde niet vanzelfsprekend komt. De leegte die dat veroorzaakt, is moeilijk te verdragen. En dus zoekt het kind manieren om wél contact te voelen, door te zorgen, te helpen, te troosten of de ander blij te maken.

Zo ontstaat een strategie van betekenis: “Als ik voor jou van waarde ben, voel ik dat ik besta.”
Dat is een vorm van overleven. Want zonder verbinding kan een kind niet groeien.

Maar wat in de kindertijd een noodzakelijke overlevingsstrategie was, kan in het volwassen leven een last worden. We blijven dan betekenis ontlenen aan het helpen van anderen, aan het dragen van situaties, aan het voortdurend beschikbaar zijn. Vaak zonder het te merken, vullen we zo een oude leegte, een leegte die ooit ontstond in de relatie waarin we zelf niet ontvangen werden.

De leegte opnieuw ontmoeten

In periodes van burn-out, depressie of stilstand komt die oude leegte vaak weer naar boven.
Alsof de bodem onder onze betekenis wegvalt. We doen niet meer wat we altijd deden, en ineens voelen we wat eronder lag: eenzaamheid, verlies, een diep gemis aan vervulling.

Sommige mensen proberen dan nog harder te geven, te zorgen, te presteren. Maar de leegte laat zich niet vullen door iets of iemand buiten ons. Hoe liefdevol de ander ook is, die ander is nooit blijvend genoeg. Wat vandaag even past, schuift morgen weer weg.

De enige beweging die werkelijk vult, is die naar binnen:
de vraag “Waar vind ík de zin in wat ik doe?”

De zin van doen wat je graag doet

Zin gaat niet alleen over betekenis in grote, existentiële zin, maar ook over zin hebben: plezier ervaren.
Wanneer je iets doet, niet omdat de ander het nodig heeft, maar omdat het jou voedt, dan krijgt het leven vanzelf betekenis.

Koken wordt dan niet langer een daad van zorg, maar een vorm van zelfexpressie.
Leiden wordt niet meer een taak, maar een manier om iets in jezelf te ontwikkelen.
Vragen stellen wordt niet meer een middel om de ander te begrijpen, maar om zelf te groeien.

Zinvol leven gaat over voelen waar iets jou dient, waar iets jou ondersteunt en verzorgt. Pas dan kan wat jij doet ook werkelijk iets betekenen voor een ander, niet vanuit tekort, maar vanuit overvloed.

Van betekenis zijn voor jezelf

Betekenis geven verschuift dan van “van waarde zijn voor de ander” naar “ervaren dat iets van waarde is voor mij.”
Het is een beweging van buiten naar binnen, van overleven naar leven.

Wanneer je vanuit plezier en echtheid handelt, stroomt wat jij doet vanzelf naar de wereld om je heen, op een manier die je niet kunt regisseren, maar die klopt.

Zin ontstaat niet door te doen wat nodig lijkt, maar door te voelen wat jij te doen of te laten hebt.
Betekenis groeit niet door te geven aan de ander, maar door trouw te zijn aan wat in jou wil leven.

Podcast met video – Professionals in dialoog – Het nieuwe creëren

In september 2025 was ik te gast in de podcast ‘Professionals in dialoog’ van Marcel den Hartog.
We onderzochten het thema ‘Het nieuwe creëren. Ik deel mijn visie op creatie en samen onderzoeken we tot welke beweging wij als individu en maatschappij worden uitgenodigd. We raken aan thema’s als de dramadriehoek, de winnaarsdriehoek, macht, liefde en dood.

Meer over Marcel den Hartog en Isemi opleidingen.

Podcastopname, videomontage en afbeelding door Marcel den Hartog.

In je hoofd zitten als overlevingsstrategie

Veel ‘in je hoofd’ zitten, herken je dat patroon? Gedachten razen, je analyseert situaties en gevoelens, piekert over wat er was of wat er nog gaat komen. Dit denkende hoofd kan soms een veilige plek lijken waardoor je controle over een situatie behoudt, maar het is ook een overlevingsstrategie die ontstaat wanneer verbinding met je lijf onveilig voelt. In dit artikel ga ik dieper in op dit overlevingsmechanisme en maak ik de link met de polyvagaal theorie en het zenuwstelsel. Ook deel ik kunstwerken die een indruk geven van deze overlevingsstrategie.

Wat betekent het om ‘in je hoofd te zitten’?

Wanneer je te veel in je hoofd zit, ben je vooral bezig met denken en analyseren. Voelen lijkt minder toegankelijk of zelfs beangstigend. Deze manier van “vluchten naar je hoofd” is vaak een teken dat je lijf signalen geeft die je niet wilt, kunt of durft te voelen. Dit is een strategie die zijn oorsprong vind in ervaringen die moeilijk voor je waren en waar ontkoppelen van je lichaam en denken de enige oplossing voor de situatie waren.

Kenmerken van veel in je hoofd zitten:

  • Overmatig analyseren: je blijft nadenken over situaties, mensen of jezelf.
  • Over voelen denken: je probeert gevoelens te begrijpen in plaats van ze te doorvoelen.
  • Piekeren: je gedachten blijven malen, vaak over het verleden of de toekomst.
  • Afwezigheid van lichamelijke gewaarwording: je voelt je lichaam niet of nauwelijks.
  • Moeite met beslissingen nemen: je weegt alles af en komt niet in actie.
  • Vermoeidheid of spanning: het denken kost veel energie en zet spanning in je lijf.

De polyvagaal theorie

Je hoofd biedt een illusie van controle en veiligheid. Wanneer het lichaam stress ervaart, kan het zenuwstelsel ervoor kiezen om te vluchten naar het hoofd. Dit mechanisme komt voort uit een overlevingsstrategie die diep in ons systeem verankerd is.

Volgens de polyvagaaltheorie van Dr. Stephen Porges werkt ons zenuwstelsel op drie niveaus:

  1. Veilige verbinding (ventrale vagus): Je voelt je rustig, verbonden en veilig. Je bent aanwezig in je lichaam.
  2. Vechten/vluchten (sympathische activatie): Je lichaam staat ‘aan’ en maakt zich klaar om te reageren op gevaar.
  3. Bevriezen/ontkoppelen (dorsale vagus): Wanneer vechten of vluchten geen optie is, schakelt het systeem over naar bevriezing of dissociatie. Je trekt je terug en raakt losgekoppeld van je lichaam.

In je hoofd zitten gebeurt vaak op een onbewuste laag en is een teken dat je zenuwstelsel in de vecht/vlucht-modus of zelfs in bevriezing zit. Door te denken probeert je systeem ongemakkelijke lichamelijke gevoelens te vermijden, zoals spanning, verdriet of angst. Dit is een beschermingsmechanisme dat reageert op een trigger, een manier om te zorgen dat je een gewond innerlijk deel niet hoeft te voelen. (Lees hier meer over in het artikel over de polyvagaal theorie en Internal Family Systems)

De rol van dissociatie

Dissociatie is een diepere vorm van ontkoppeling en gebeurt vaak wanneer je zenuwstelsel naar de dorsale vagus schakelt, het valt in de polyvagaal theorie onder het deel ‘bevriezing’. Dit betekent dat je systeem zich letterlijk ‘afsluit’ om overleving te waarborgen. Terwijl je in je hoofd zit en analyseert, kan er tegelijkertijd sprake zijn van een onderliggende dissociatie van je lichaam.

Signalen van dissociatie kunnen zijn:

  • Een gevoel van afwezigheid of alsof je ‘niet helemaal hier’ bent.
  • Een vervreemd gevoel van je eigen lichaam (alsof je het niet meer voelt).
  • Het idee dat de wereld om je heen onwerkelijk of ver weg lijkt.
  • Onvermogen om emoties te voelen, herkennen of ze als verdoofd ervaren.

Hoewel dissociatie oorspronkelijk bedoeld is om je te beschermen tegen overweldigende stress of pijn, kan het je ook langdurig loskoppelen van je lichaam en het hier-en-nu.

De gevolgen van in je hoofd zitten

Hoewel je hoofd een veilige plek lijkt, heeft het langdurig “denken” ook gevolgen:

  • Je raakt de verbinding met je lichaam kwijt, waardoor je signalen zoals stress, vermoeidheid of pijn negeert.
  • Je mist het hier-en-nu: je leeft in het verleden of de toekomst en verliest de aanwezigheid in het moment.
  • Je lichaam bouwt spanning op omdat emoties en sensaties niet worden doorvoeld.
  • Dissociatie kan je loskoppelen van zowel fysieke sensaties als je emotionele wereld.
  • Je voelt je vaak uitgeput en leeg, ondanks dat je mentaal actief bent.

Het zenuwstelsel zoekt terug naar veiligheid, maar kan dit niet vinden in het hoofd alleen. Het hoofd biedt slechts een tijdelijke ontsnapping door controle en denken, terwijl echte veiligheid en rust in het lichaam gevonden worden.

Conclusie: Het lichaam als veilige basis

In je hoofd zitten is een teken dat je zenuwstelsel veiligheid zoekt. Door te begrijpen hoe dit werkt en kleine stappen te zetten richting je lichaam, kun je jezelf weer laten landen in het hier-en-nu. De polyvagaaltheorie leert ons dat echte veiligheid in verbinding ligt: verbinding met jezelf, met anderen en vooral met je lichaam.

Wanneer je leert om je hoofd los te laten en weer in je lijf te zakken, ontstaat er ruimte voor ontspanning, aanwezigheid en veerkracht. Het is in het lichaam dat je de veiligheid vindt waar je zo naar verlangt.

Lees hier de uitleg van de polyvagaal theorie voor beelddenkers.

Het overlevingsmechanisme ‘Behagen en vervagen’

In onveilige of stressvolle situaties ontwikkelen veel mensen overlevingsmechanismen om zich staande te houden. Eén van deze mechanismen is behagen en vervagen. Dit patroon, dat gericht is op het behagen van anderen en het onzichtbaar maken van jezelf, heeft niet alleen emotionele en energetische gevolgen, maar ook fysieke effecten. Het versmelten met anderen (symbiose) en het loslaten van je eigen grenzen brengt een dynamiek op gang die je fysieke, emotionele en energetische gezondheid beïnvloeden.

Wat is ‘Behagen en Vervagen’?

Behagen draait om het voortdurend aanpassen aan de behoeften en verwachtingen van anderen om goedkeuring, acceptatie of conflictvermijding te bereiken. Je richt je op de ander en onderdrukt je eigen verlangens, emoties en gevoelens. Door te voelen bij een ander ben je niet of mindr in verbinding met de jouw eigen lichaam, het voelen daar en jouw intuïtie.

Vervagen betekent dat je je aanwezigheid minimaliseert, je energie intrekt en jezelf klein of onzichtbaar maakt. Dit is een beschermingsreactie om afwijzing, kritiek of emotionele pijn te vermijden. Het vervagen uit zich ook in je fysieke verschijning, waarin je je ook letterlijk kleiner maakt in je houding.

Deze strategieën hebben vaak hun oorsprong in vroege ervaringen van onveiligheid, zoals het opgroeien in een omgeving waarin je alleen werd geaccepteerd als je aan bepaalde verwachtingen voldeed, of waarin je emoties werden genegeerd of afgewezen.

Symbiose en het verliezen van grenzen

Een belangrijk aspect van behagen en vervagen is de symbiose met de ander. Je raakt zo afgestemd op de ander dat je je eigen grenzen verliest. Je kunt voelen wat de ander voelt en reageren op diens behoeften, maar je bent tegelijkertijd minder in contact met je eigen lichaam en emoties. Dit resulteert in een energetische vermenging: jouw energieveld wordt één met dat van de ander, en je eigen energie raakt verstrooid of onderdrukt.

Wat gebeurt er fysiek bij het terugtrekken van energie en symbiose?

De fysieke gevolgen van behagen, vervagen en symbiose kunnen aanzienlijk zijn. Het terugtrekken van je energie en het verliezen van jezelf in een ander beïnvloedt zowel je zenuwstelsel als andere lichaamsfuncties. Hier zijn enkele belangrijke fysieke effecten:

  1. Chronische spanning in het lichaam
    Wanneer je je energie steeds terugtrekt om jezelf onzichtbaar te maken of om conflicten te vermijden, kan dit leiden tot chronische spanning in je spieren. Veelvoorkomende klachten zijn gespannen schouders, een strakke kaak of een gesloten borstgebied. Deze spanningen zijn een fysieke uitdrukking van het voortdurend in een staat van alertheid verkeren.
  2. Ademhalingsproblemen
    Het vervagen en jezelf klein maken gaat vaak gepaard met een oppervlakkige ademhaling. Dit komt doordat je jezelf letterlijk probeert in te houden. Een verminderde ademhaling kan leiden tot een lagere zuurstoftoevoer naar je lichaam, wat vermoeidheid en een verhoogd stressniveau veroorzaakt.
  3. Verstoord zenuwstelsel
    Het constante gevoel van alertheid activeert het sympathische zenuwstelsel (de ‘vecht- of vluchtreactie’). Dit houdt je lichaam in een staat van stress, wat kan leiden tot diverse fysieke klachten van hartkloppingen, chronische hyperventilatie tot darmproblematiek.
  4. Energieverlies en vermoeidheid
    Door je energie naar de ander te richten en jezelf voortdurend aan te passen, raakt je lichaam uitgeput. Je eigen energiereserves worden niet aangevuld, omdat je aandacht nooit volledig bij jezelf is. Dit kan resulteren in chronische vermoeidheid en een gevoel van innerlijke leegte.
  5. Verlies van lichaamsbewustzijn
    Wanneer je gefocust bent op de ander, raak je minder bewust van je eigen lichaam. Je negeert signalen zoals honger, pijn of spanning, omdat je aandacht extern gericht is in plaats van intern. Dit kan op de lange termijn leiden tot klachten zoals spijsverteringsproblemen, hormonale onbalans of onverklaarbare fysieke pijn.
  6. Fysieke uitputting door symbiose
    In symbiose met een ander ‘leef’ je energetisch mee met diens emoties. Je voelt dit dus aan jouw eigen lijf alsof deze emoties jou ook overkomen. Dit kan je eigen lichaam belasten, omdat je niet alleen je eigen gevoelens verwerkt en verteert, maar ook die van een ander. Dit leidt tot een overbelasting van het zenuwstelsel.

De rol van veiligheid en zelfverlating

Het mechanisme van behagen en vervagen ontstaat vaak als reactie op een gebrek aan veiligheid in de jeugd. Door een ander te behagen en jouw behoeftes en gevoelens te laten vervagen creëerde je als kind veiligheid voor jezelf. Dat was enorm nodig voor het kind dat was je was, je hebt dankzij dat mechanisme overleeft. Als je dit als volwassene nog doet laat je jezelf echter in de steek: je verlaat je eigen lichaam, grenzen en emoties om te voldoen aan de verwachtingen van de ander.

Zelfverlating creëert een diepe disbalans. Het lichaam schreeuwt vaak om aandacht via fysieke signalen zoals pijn of ziekte, maar deze worden genegeerd zolang de focus op de ander blijft.

Wat gebeurt er met je energieveld?

Je energieveld is de energetische manifestatie/vorm van je fysieke en emotionele staat, van wie jij bent. Het is de energetische ruimte die jij met je meebrengt en inneemt. Behagen en vervagen hebben een directe invloed op je energieveld:

  1. Energiecontractie: Bij het vervagen trek je je energie samen en maak je jezelf klein. Dit kan een tijdelijk gevoel van veiligheid bieden, maar zorgt ervoor dat je minder van jouw eigen kracht en authenticiteit ervaart en minder verbinding voelt met je omgeving. Jouw energie is vaak voor andere mensen ook minder voelbaar, je aanwezigheid wordt letterlijk minder opgemerkt.
  2. Energielekkage: Het voortdurend behagen van anderen leidt tot het weggeven van je energie. Er is minder energie beschikbaar voor de dingen die jij daadwerkelijk belangrijk en fijn vindt.
  3. Symbiotische vervaging: Bij symbiose raakt jouw energieveld vermengd met dat van de ander. Dit kan ervoor zorgen dat je emoties, gedachten en spanningen van anderen overneemt, waardoor je niet meer helder kunt voelen wat van jou en wat van de ander is.

Hoe herstel je de balans?

Het doorbreken van het patroon van behagen en vervagen vraagt om bewustwording en actie:

  1. Herstel van lichaamsbewustzijn: Lichaamsgerichte oefeningen, ademhalingsoefeningen of somatic experiencing kunnen helpen om weer contact te maken met je eigen lichaam en signalen.
  2. Grenzen leren stellen: Door te oefenen met nee zeggen en je eigen grenzen te bewaken, bescherm je zowel je fysieke als energetische ruimte.
  3. Veiligheid in jezelf cultiveren: Zoek interne veiligheid door meditatie, zelfreflectie en innerlijk (kind)werk. Dit helpt je om je niet afhankelijk te voelen van externe bevestiging.
  4. Zelfzorg en rust: Door jezelf op de eerste plaats te zetten, kun je jouw systeem de kans geven om te herstellen van de uitputting die door behagen en vervagen is ontstaan, ook maak je hierin ruimte om jouw lichaam weer te leren horen.

Conclusie

Het mechanisme van behagen en vervagen is een diepgewortelde reactie op onveiligheid, die niet alleen je emoties en energie, maar ook je fysieke gezondheid beïnvloedt. Door bewust te worden van deze patronen en jouw lichaamsbewustzijn te vergroten, kun je leren om weer verbinding te maken met jezelf. Dit brengt niet alleen je energieveld terug in balans, maar versterkt ook je fysieke gezondheid, zodat je krachtiger, authentieker en veerkrachtiger in het leven kunt staan.

De polyvagaal theorie – een reis op de trap van je zenuwstelsel

De Polyvagaal Theorie: Een Reis Op de Trap van Je Zenuwstelsel

Stel je een trap voor. Deze trap loopt van de kelder naar een zonnige woonkamer, met ergens halverwege een verdieping vol actie en beweging. Dit is geen gewone trap, maar de trap van je zenuwstelsel – een handig hulpmiddel om te begrijpen hoe je lichaam en geest omgaan met stress en veiligheid. Deze metafoor brengt de Polyvagaal Theorie tot leven, een prachtig model ontwikkeld door Dr. Stephen Porges.

De bovenverdieping: De zonnige woonkamer (Ventrale Vagale Toestand)

Bovenaan de trap bevindt zich de ventrale vagale toestand, het deel van je zenuwstelsel dat je ervaart wanneer je je veilig, verbonden en kalm voelt. Hier schijnt het zonlicht door grote ramen, staan er comfortabele banken, en is er ruimte voor gezelligheid.

Kenmerken:

  • Je voelt je sociaal en verbonden. Je ervaart flow, speelsheid en nieuwsgierigheid.
  • Je kunt helder nadenken en uitdagingen met vertrouwen aangaan.
  • Je lichaam is ontspannen, je ademhaling diep en rustig.

De drukke tussenverdieping (Sympathische Toestand)

Halverwege de trap ligt een verdieping vol actie. Hier bevindt zich de sympathische toestand, die wordt geactiveerd wanneer je een bedreiging voelt en je lichaam in de vecht- of vluchtreactie schiet. Denk aan een kamer vol energie, lawaai en beweging.

Kenmerken:

  • Je voelt je gespannen, alert en geactiveerd.
  • Je hartslag versnelt, en je ademhaling wordt oppervlakkiger.
  • Je bent klaar om te rennen, de situatie op te lossen, te beheersen of te vechten.

De donkere kelder (Dorsale Vagale Toestand)

Beneden aan de trap is de kelder: donker, stil, en een beetje benauwend. Dit is de dorsale vagale toestand, die optreedt wanneer je je overweldigd voelt en je zenuwstelsel de “bevriesmodus” inschakelt. Dit is de plek waar je je terugtrekt wanneer alles te veel wordt.

Kenmerken:

  • Je voelt je moe, afgestompt of losgekoppeld van de wereld.
  • Je lichaam voelt zwaar, je ademhaling traag.
  • Er is een gevoel van hopeloosheid of verlamming.

De Trap Op en Af: Flexibiliteit is de Sleutel

Het leven is een constante beweging op deze trap. Soms verblijf je ontspannen rond in de zonnige woonkamer, op andere momenten ren je halsoverkop naar beneden naar de tussenverdieping, of glijd je zelfs af naar de kelder. Deze beweging is normaal – het laat zien dat je zenuwstelsel flexibel is en reageert op je omgeving.

Het probleem ontstaat wanneer je vast komt te zitten op een van de verdiepingen:

  • Altijd in de woonkamer Het kan zijn dat je stress ontkend of vermijdt.
  • Constant op de tussenverdieping? Chronische stress houdt je in een constante staat van alertheid en activiteit wat jouw lichaam uitput.
  • Langdurig in de kelder? Wanneer je langdurig in de kelder verblijft ervaar je hopeloosheid, depressie en chronische lichamelijke klachten. Het kan moeilijk zijn zelf weer uit de bevriezingsmodus te komen, omdat er sprake is van een traumareactie.

Hoe Klim Je Weer Omhoog?

Als je langere tijd op een verdieping verblijft, dan is het belangrijk dat je op onderzoek gaat naar de reden daarvan. Welk oud zeer houd je nu op die verdieping en tegen welk gevaar probeert jouw zenuwstelsel je te beschermen?

Om jezelf te verzorgen en reguleren kun je de volgende oefeningen doen:

  1. Ademhalingsoefeningen: Diepe, langzame ademhalingen helpen je om te kalmeren en je ventrale vagale systeem te activeren. Er zijn verschillende soorten ademhalingsoefeningen die je hierbij kunnen helpen. Bijvoorbeeld de 4-7-8 ademhaling, waarbij je vier tellen inademt, 7 tellen vasthoudt en 8 tellen lang uitademt.
  2. Beweging: Fysieke activiteit kan je helpen om van de kelder naar de actie van de tussenverdieping te komen en uiteindelijk naar de woonkamer. Houdt hierbij de beweging vriendelijk, denk aan wandelen of een milde work-out.
  3. Sociale verbinding: Praat met een vriend(in), lach, of zoek een veilige connectie zoals een coach of therapeut. Sociale interactie is een krachtig hulpmiddel.
  4. Zintuiglijke regulatie: Denk aan warme dekens, rustgevende muziek of geuren die je fijn vindt – dit helpt je lichaam om zich veiliger en geborgen te voelen.

Conclusie: Je Trap, Je Reis

De trap van je zenuwstelsel is geen statische plek, maar een dynamische reis die je elke dag maakt. Wanneer je langere periodes in de vecht/vlucht of bevriezingsmodus zit, heeft dit een grote invloed op je geest, ziel en lichaam. Om hierin verandering te ervaren is het helpend om bewustzijn te krijgen op je triggers en gedrag, zodat je weer vrijer over de trappen kunt bewegen en de Ventrale Vagale toestand kunt gaan ervaren.

Lees hier meer over de overlap tussen IFS en de polyvagaal theorie

IFS en de polyvagaal theorie

De therapeutische modellen van Internal Family Systems (IFS) en de Polyvagaal Theorie bieden ieder op hun eigen manier inzicht in hoe mensen omgaan met stress, trauma, en emotionele uitdagingen. Beide modellen zijn oorspronkelijk los van elkaar ontwikkeld, samengevoegd bieden ze een krachtig inzicht in de innerlijke dynamiek en de (lichamelijke) uitingen die daarbij horen.

Internal Family Systems: Innerlijke Beschermers en Verbinding met het Zelf

IFS, ontwikkeld door Dr. Richard Schwartz, ziet de psyche als een systeem van innerlijke “delen,” elk met hun eigen rol en dynamiek. Deze delen kunnen worden onderverdeeld in:

Managers: Delen die proactief proberen pijn of kwetsuren te voorkomen door controle te houden.

Firefighters: Reactieve delen die intense emoties of stress proberen te dempen door afleiding, vermijden of verdoving.

Exiles: Kwetsbare delen die pijnlijke herinneringen, emoties of overtuigingen dragen en vaak worden onderdrukt door de protectors.

De kern van het IFS-model is het Zelf, een innerlijke bron van compassie, kalmte en wijsheid. Therapie of coaching richt zich op het herstellen van de verbinding tussen het Zelf en de delen, zodat een gezonde interne harmonie kan ontstaan.

De Polyvagaal Theorie: De Neurologische Basis van Overleving

De Polyvagaal Theorie, ontwikkeld door Dr. Stephen Porges, beschrijft hoe het autonome zenuwstelsel ons helpt omgaan met bedreigingen en stress. Het model onderscheidt drie hoofdtoestanden, gebaseerd op de vaguszenuw:

Ventrale vagale toestand: Geassocieerd met veiligheid, verbinding, flow, speelsheid en sociale betrokkenheid.

Sympathische toestand: Gekenmerkt door vecht- of vluchtreacties. Hieronder valt ook het fixen.

Dorsale vagale toestand: Een toestand van bevriezing, dissociatie en instorting

Deze toestanden vormen een evolutionair mechanisme om te overleven, waarbij het zenuwstelsel flexibel schakelt tussen veiligheid en overlevingsmodi afhankelijk van de situatie. Het beoordelen (neuroceptie) of een situatie veilig is of niet raakt verstoord door trauma. De scanner van veilig/onveilig geeft dan signalen die niet gelijk staan aan de daadwerkelijke situatie.

Artikel gaat verder onder afbeelding.

De Overlap: Protectors en Overlevingsmodi

In het schema wordt de verbinding tussen de delen van IFS en de overlevingsmodi van de Polyvagaal Theorie zichtbaar.

  1. Managers en de ventrale vagale toestand
    Managers streven naar controle en stabiliteit en zijn vaak gericht op het vermijden van stressvolle situaties. Wanneer ze effectief functioneren, kan dit bijdragen aan een gevoel van veiligheid dat vergelijkbaar is met de ventrale vagale toestand. Wanneer overmatige controle wordt ingezet, kan dit echter leiden tot een onvermogen om te ontspannen of echt te verbinden met anderen.

    De Manager zegt: ‘Ik moet de situatie onder controle houden, beheersen.’
  2. Firefighters en de sympathische toestand
    Firefighters reageren snel en intens om acute pijn of stress te dempen. Dit gedrag is te vergelijken met de sympathische vecht- of vluchtreactie, waarin het zenuwstelsel hyperactief wordt om met dreiging om te gaan. Gedragingen zoals emotionele uitbarstingen, verslavingen of impulsieve beslissingen weerspiegelen deze reactieve dynamiek.

    De firefighter zegt: ‘Ik ben het helemaal zat.’
  3. Exiles en de dorsale vagale toestand
    Exiles worden vaak geassocieerd met overweldigende gevoelens van schaamte, angst of verdriet, die het systeem probeert te vermijden. Wanneer exiles dominant worden, kan dit leiden tot dissociatie of een gevoel van totale stilstand – een toestand die overeenkomt met de dorsale vagale respons.

    De exile zegt: ‘Ik kan niet meer.’

Mogelijkheden

Het combineren van IFS en de Polyvagaal Theorie biedt nieuwe mogelijkheden.

Herkennen van lichamelijke signalen: De fysieke sensaties van overlevingsmodi (bijvoorbeeld hartslag, ademhaling) kunnen worden gekoppeld aan de innerlijke delen in IFS. Dit kan inzicht geven in het herkennen van de delen en helpen om de bijbehorende lichamelijke reacties te reguleren en de innerlijke delen te verzorgen.

Toegang tot het Zelf via het lichaam: Door het zenuwstelsel te kalmeren, bijvoorbeeld met ademhalingsoefeningen of veilige verbindingen met anderen, kun je weer in verbinding komen met je Zelf.

Harmoniseren van delen: Het herstellen van een ventrale vagale toestand kan managers en firefighters helpen minder reactief te worden, waardoor ze beter kunnen samenwerken met het Zelf.

Opdracht

Schrijf voor jezelf aan de hand van het model op welk deel uit de IFS bij jou het meest actief is. Hoe uit dat deel zich bij jou? Wat zegt dat deel tegen jou? Schrijf ook op voor jezelf welke lichamelijke sensaties jij regelmatig ervaart en waar je die terugvindt in het model. Hoe is jouw innerlijke houding ten opzichte van deze lichamelijke sensaties?
Eindig de opdracht met de boodschap aan jezelf dat je jouw inzichten nu niet hoeft op te lossen. Laat ze even met je mee reizen om stap voor stap te ontdekken wat er in beweging is gezet.