All Posts By

Heidi Bikker

Uncategorized

Post-it Poetry

Ken je van die koelkastmagneten met woorden erop? Je kan er gekke zinnetjes of leuke gedichtjes mee maken. Ik besloot mijn eigen versie te maken met Post-its en vroeg op Insta om tips voor woorden. Wat kreeg ik leuke reacties en woorden die ik zelf nog niet bedacht had.
Toen ze allemaal op een geeltje stonden, ging ik plakken en kleefde onder andere dit gedicht op de kast.

Blog, Geloven

Ze was een moeder net als wij

Ze was een moeder.
Net als jij en ik.

Vanaf het moment dat ze de eerste beweging in haar buik voelde, wist ze dat ze nooit meer dezelfde zou zijn. Ook al had ze haar kind nog nooit in haar armen gehad.

Vol verwachting zag ze uit naar Zijn komst. Liefdevol legde ze haar hand op haar buik, op de plaats waar Hij met Zijn voet duwde. In het begin waren de schopjes zacht, maar tegen het einde voelde ze Hem steeds sterker worden. Ze had genoten van haar zwangerschap, nog meer omdat ze wist wat het betekende. Zijn komst zou álles veranderen. Alles. Zou Hij nog lang op zich laten wachten?

Eerst moest ze nog honderddertig kilometer lopen naar Bethlehem. Ze werd verslingerd tussen spanning en hoop, de zorgen om de reis stonden in enorm contrast met het Wonder dat in haar groeide.

Zou het onderweg wel goedkomen? Kon ze wel zo lang lopen?

Haar rug deed de laatste weken steeds meer pijn, wandelen en slapen gingen steeds moeilijker. Jozef had nog geprobeerd een ezel te regelen bij iemand uit het dorp zodat ze kon zitten.

Maar eenmaal in Bethlehem dienden de eerste weeën zich aan. Jozef zocht een slaapplek, maar de stad barstte uit zijn voegen van de mensen die samengekomen waren als voor een feest. Alleen in een soort stal in een onderhuis was er plek voor hen. Ze liet zich daar op de grond zakken en barstte in huilen uit. Hoe kon Hij dáár nou geboren worden? De Koning die zijn troon verliet en inruilde voor deze armoedige plek?

Een nieuwe wee nam haar zorgen over, ze pufte totdat hij weer weg-ebde. Langs haar slaap liepen zweetdruppels die Jozef met de punt van zijn mouw steeds wegveegde tot Hij geboren werd.

En daar was Hij eindelijk.

Vol verwachting had ze uitgezien naar Zijn komst en toen Hij in haar armen lag, was alles anders. Het maakte niet meer uit waar ze was en wat iedereen van haar dacht. Dit Kind, dit bijzondere Kind was vol belofte.

Ze was een moeder net als wij, maar kreeg een kind zoals geen ander. Deze Zoon geeft nog steeds leven: Jezus Christus.

Dit kerstverhaal mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Illustratie is gemaakt door Bianca van Studio Creakip.

Gedichten, Moederen

Alles voor jou

Voor jou vang ik dan
een ster
Ik pluk er -hup- één uit het zwart
Met een lief woord blaas ik hem
op totdat hij spat
in duizend glitters goud
Voor jou klim ik naar de maan
Ik kan alles
zeg jij

Gedichten, Liefde

Waar dan ook

Vraag maar of ik mee kom
Ik zeg toch wel
ja
Ja tegen bossen, kloven, bergen
wegen waar dan ook
Zolang ik maar niet alleen
maar naast jou loop

Gedichten, Natuur

Zee

Met mijn voeten sta ik
in de koude kou
Je bruist kolk suist
Als ik me overgeef
voer je me mee
drijvend in jouw armen

Ik wist niet dat stilte
zo luid kon zijn

Blog, Geloven

Dikke donkere wolk

De zon scheen net nog, maar nu pakken donkere wolken zich samen aan de hemel. Met grote passen wandel ik naar huis. Vlak voordat ik thuis ben vallen de eerste druppels al. Ik ga nog sneller lopen. Binnen een mum van tijd veranderen de druppels in dikke spetters. Zodra ik op de mat sta, barst het buiten los. De lucht is diepgrijs, bijna groen. Het lijkt mijn hoofd wel.

De herfst is helemaal niet mijn seizoen. Hoewel ik de verandering in de natuur wel prachtig vind: de bontgekleurde bladeren, de geur daarvan en de paddenstoelen. De kortere dagen vind ik maar niks. Ik ben veel vermoeider dan anders en alles voelt zwaarder, somberder.

Dat mensen in de winter last krijgen van een depressie kan ik heel goed begrijpen. Het gebrek aan licht doet wat met me. Maar dit jaarlijks terugkomende gegeven accepteren bij mezelf? Man, man, wat is dat moeilijk. Liever ga ik gewoon door en voel ik me gewoon zoals ik me in de lichtere maanden voel: energiek.

Na mijn wandeling in de beginnende regen, ga ik lekker voor het raam op een luie stoel zitten. Met een dampende kop thee in mijn hand en een kleedje over mijn benen. De eerdere zon is nergens meer te bekennen, ik heb zelfs een lampje aan moeten doen. De regen druipt troosteloos over de ruiten. Gelukkig was ik net op tijd thuis.

Thuis, denk ik plotseling, dáár gaat het om.

Als de grijze wolken in mijn gedachten zich aandienen en het begint te spetteren, blijf ik dan in die regen staan? Als ik negatief denk, ga ik daar dan mee door? Wanneer ik me moe voel, dender ik dan door? Of als ik ergens geen puf in heb, dwing ik mezelf dan alsnog om dat ene te doen? Meestal blijf ik in die regen staan, terwijl ik beter naar ‘Huis’ kan gaan.

God wil niet dat ik me rot voel. Hij wil ook niet dat ik streng voor mezelf ben. Wat hij wel voor mij wil is liefde. Zelfliefde. Dat ik compassie heb voor mijzelf als ik me somber voel, moe of verdrietig. En toch geef ik mezelf op lastige momenten dat vaak niet. Mag ik het niet voelen. En waarom kan ik hier in vredesnaam gewoon niet beter mee omgaan? Maar als ik het vergelijk met Zijn Woord, dan valt me op dat Hij nooit zoiets zegt over mij. Of over jou. Hij is altijd, altijd, ALTIJD vol liefde en compassie.

Dus ga ik vanaf nu proberen op die momenten naar Huis te gaan. Ik ga Hem opzoeken. Buiten regent het dan misschien, maar als ik bij Hem ben dan is het minder erg. Zijn voorbeeld is goed en dat mag ik naleven. Ik mag positiever zijn, ik mag zijn wie ik ben en voelen wat ik voel. Ook als dat an sich niet zo positief is. Door die compassie worden de wintermaanden misschien lichter en wat warmer. Het is zonder meer een heel stuk beter dan een kop thee en een kleedje. Kun je nagaan  😉.

Deze blog verscheen eerder bij www.powertothemamas.nl.

Blog, Lifestyle

Een beetje pianissimo alsjeblieft

Met mijn handen vol vlieg ik door de keuken van links naar rechts. Alsof ik als een virtuoos een instrument bespeel. Snel, hak-hak, groenten in de pan. Even roeren in een andere pan. Vuur omhoog, soepel schudden met de wok alsof ik al jaren in een sterrenrestaurant werk. Mijn kokerij laat ik even zijn eigen gang gaan, tafel leegruimen. Hop, hop. Alles op zijn oorspronkelijke plaats en weer roeren in de pan. Het klinkt als een soepel gespeeld nummer, maar niets is minder waar. Het lawaai van de afzuigkap overstemt mijn gedachten en de vaat staat zo ongeveer metershoog te druppen op het aanrecht. Om over mijn knallende koppijn nog maar niet te spreken.

Ondertussen kruipt mijn peuter achter de piano. Wonderkind Mozart speelde op zijn derde al ingewikkelde sonates op zijn klavecimbel, mijn zoon houdt het echter graag bij een vorm die tussen metal en hardcoremuziek in zit. Al rammend mishandelt hij de -onlangs gestemde- piano in al zijn enthousiasme.

‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man tegen onze peuter. Hij kijkt me even gekscherend aan en verklaart zichzelf dan tegen de kleine man. ‘Speel maar wat zachter, dit is niet zo goed voor de piano.’

Na het eten hervat ik het tempo weer. Er is nog genoeg op te ruimen, te regelen en als ik een beetje doorknal kan ik vanavond nog een aflevering van mijn favo serie kijken. Mijn man brengt ondertussen de kleine naar bed en ik poets de keuken. Mijn hoofdpijn is nog steeds aanwezig. Met een golf water spoel ik twee paracetamol weg. Zuchtend kijk ik naar de ravage op de woonkamervloer. Duplo hier, auto’s daar, de halve bank is van zijn kussens ontdaan en er kleeft een half afgekloven koekje aan de salontafel, what a mess. Efficiënt ga ik te werk, alsof ik een etude op de piano speel.

Als mijn man weer beneden komt is de woonkamer keurig aan kant. Het zweet staat nog net niet op mijn voorhoofd. Naast mijn hoofdpijn is er nu ook een lichte duizeligheid bijgekomen.
‘Wow, je hebt alles al opgeruimd’, zegt hij en dan kijkt hij me peilend aan. ‘Gaat het wel? Je ziet helemaal bleek.’
‘Ik weet het niet’, prevel ik, ‘Een beetje lichthoofdig en hoofdpijn.’
‘Ga dan lekker op de bank hangen.’
‘Nee’, ik schud mijn hoofd. ‘Ik moet nog even de was doen en een column schrijven.’
‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man met een glimlach.

Ik geef het niet graag toe, maar: hij heeft gelijk. Pianissimo is een muziekterm die aangeeft dat er een bepaalde passage heel zacht gespeeld moet worden. Iets waar ik nogal slecht in ben. Ik ben meer van de fortissimo, ofwel zeer luid spelen. De overgave die mijn peuter had bij zijn pianospel, met die bevlogenheid leef ik ook. Bij mij is het over het algemeen álles of niks. En dat niks is dan met name omdat de emmer helemaal leeg is en ik alles gegeven heb.

In de muziek is het de balans tussen hard en zacht, toenemend, afnemend en de rustmomenten wat de melodie tot zijn recht laat komen. Het is niet erg om fortissimo te leven en om bevlogen te zijn, zolang er altijd maar weer een moment komt dat je rust zoekt of dat je wat gas terugneemt.

Op zich is het dan wél handig dat je dat tijdig doet en dat je niet, zoals ik, oververmoeid op de bank ligt. Want een rust-teken op het verkeerde moment doet de melodie niet veel goeds.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Kleine evangelist

Want ik schaam mij niet voor het goede nieuws van Christus.
Romeinen 1:16 (Basisbijbel)

Op de fiets rijden we door Kopenhagen, een briljante manier om deze stad te bezichtigen. We piepen overal behendig tussendoor en hoeven niet te wachten. Ideaal met onze peuter, want het is zalig weer en hij vindt het achterop de fiets fantastisch. Uit volle borst zingt hij liedjes, terwijl hij tussendoor voertuignamen scandeert die we in het voorbijgaan tegenkomen.

We komen aan bij De Kleine Zeemeermin, zo ongeveer de bekendste bezienswaardigheid van Kopenhagen. Een klein beeldje waarom zich hele hordes toeristen met iPads en selfiesticks drommen. In onze Hollandse nuchterheid fietsen we erlangs, met die hele meute die ermee op de foto wil verdwijnt toch een groot deel van de charme. Om ons heen staan massa’s mensen en dan opeens begint de kleine man in het fietsstoeltje weer luidkeels te zingen.

Ik zegen jou in Jezus’ naam. Snoeihard zingt hij het. Mensen kijken hem aan, mensen kijken mij aan.
En ik glimlach, want in mijn hoofd hoor ik mijn moeder zeggen: ‘Heidi, de kleine evangelist.’
Als kleuter huppelde ik over de camping en zong ik (aldus mijn moeder) met volle overgave: De B-IJ-B-E-L mijn trouwe metgezel, ik vind alles wat ik maar nodig heb in de B-IJ-B-E-L.

‘Zo, die kleine heeft een hoop mensen gezegend’, zeg ik later tegen mijn man. Zo vrijmoedig als hij zong, zo vrij ben ik allang niet meer. Eerlijk gezegd vraag ik me af of ik er ook zo om had kunnen glimlachen als het in hartje Rotterdam was gebeurd en iedereen hem had verstaan. Waar is die kleine evangelist in mij gebleven?

Het zet me aan het denken. Binnen mijn christelijke kringetje is het heel makkelijk om voor mijn waarden uit te komen, maar daarbuiten… In deze westerse wereld kan in principe alles. Je mag op iedereen verliefd worden, je mag alles met je lichaam doen wat je wilt en je mag overal een mening over hebben. Maar als christen lijk je niet mee te mogen doen met die vrijheid van meningsuiting. Als je vindt dat je met zorg om moet gaan met je lichaam, je een christelijke mening hebt over huwelijk, abortus, euthanasie en wat al niet meer, dan lijkt dat niet te mogen. Alles lijkt te moeten kunnen, maar vinden dat dat niet zo is, niet. Volg je ‘em nog?

Buiten mijn vertrouwde christelijke kringetje verschuil ik me daarom al snel achter gedachten als: mensen moeten het aan mijn daden zien dat ik bij Jezus hoor. En dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Geen woorden, maar daden. Toch voelt het soms ook als een excuus om niets te hoeven zeggen.

Er zijn momenten dat alleen daden niet genoeg zijn. Dat ik juist moet zeggen waar ik voor sta en uitspreken dat ik bij Hem hoor, vrijmoedig zoals een kind dat doet. Vertellen waarom ik ervoor kies om iets niet te doen, zonder bang te zijn voor de mening van anderen en hun oordeel. Vrij van schaamte, zoals de kleine evangelist die 25 jaar geleden over de camping banjerde.

Hoe is dat bij jou? Wie ben je buiten je christelijke wereldje? Wie wil je daar zijn?

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Gedichten, Liefde

Luide stilte

Jouw blik kruist
de mijne, even kijk
je me aan, we houden vast
voor 1-2-3 tellen

Een lach speelt
om je lippen, stil
en luider dan
alles kan vertellen

Ik zíe jou en jij
mij