Browsing Category

Moederschap

Blog, Moederschap

Alles is mogelijk

“Oh,” roep ik verrukt uit. “Wat een tof ding.”

We zijn bij een nogal bekende woonwinkel (met blauw-geel logo) en ik laat een mooi vormgegeven zandloper aan mijn man zien. Met een tevreden glimlach leg ik het hebbeding in de kar. Ik heb een zwak voor zulk soort kekke dingen. Thuisgekomen blijkt mijn zoontje ook een fascinatie voor de zandloper met gouden zand te hebben.

Ik draai de zandloper om. Het gouden zand stroomt door de smalle opening naar beneden en maakt een rustgevend ruisend geluid.
“Is dat een soort waterval?”, vraagt mijn tweejarige. Hij strekt zijn vinger uit.
“Niet aanraken,” is mijn eerste reactie en dan denk ik pas goed over zijn vraag na. Ik glimlach. Is dat een soort waterval? Wat een creativiteit. Geweldig. “Ja,” antwoord ik. “Het lijkt er wel een beetje op. Zullen we de zandloper zo nog een keer omdraaien?”
In stilte kijken en luisteren we samen naar het zand.

Onlangs zag hij tijdens het autorijden een ‘groot paars ei’. De hele rit heeft hij het over dat ‘ei’ gehad. In vlekken chocoladepasta ziet hij ambulances. Mét sirene, benadrukt hij dan altijd. Papa’s auto zit onder de poep. Net als de meeste molens. Ook kwam hij pas aanzetten met een bruin, ondefinieerbaar stukje, en vroeg: “Is dit soort geroosterde kak?” Echt gebeurd.

Ik kan enorm genieten van zulk soort opmerkingen. Prachtig hoe kinderen onbevooroordeeld naar de wereld kijken. Ergens in het opgroeien verliezen wij die onbevangenheid en beginnen wij te oordelen over hoe dingen horen te zijn en gaan. Kinderen zijn nog niet gekleurd, hebben nog geen filter: alles is mogelijk. Zandlopers zijn watervallen. Op een kleurplaat kun je de lucht alle kleuren geven die je wilt. Poepgrapjes zijn leuk. Melk kun je ook met een lepel drinken. Een gebouw is een paars ei. Op je boterham zit een ambulance en een emmer zand kun je ook over je hoofd leegkiepen.

De zandloper staat nu naast mijn laptop. Op mijn vaste schrijfplek. Als een reminder dat alles mogelijk is. Ik bepaal waarop ik focus, wat ik doe, wat ik denk en wat ik doorgeef. Ik bepaal hoe ik oordeel. Net als een kind mag ik, als volwassene, onbevangen en puur kijken naar het leven, naar anderen. Niet alles is wat het lijkt en andersom.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s

Blog, Moederschap

It takes a village to raise a child

Beladen met boodschappen ren ik achter mijn peuter aan. Hij heeft geen zin om boodschappen te doen en laat dit duidelijk merken door heel de tijd bij mij weg te lopen. Ik had gewoon een grote kar moeten pakken en hem in het zitje moeten zetten. Achteraf kijk je een koe in z’n… jeweetwel. 
“Hier blijven,” zeg ik bits en ik grijp hem bij zijn capuchon. Het pak melk onder mijn oksels glijdt naar beneden en valt op de grond. Ik buk om het op te rapen en wég is mijn zoontje weer. Ik krijg het helemaal warm. Soms heb je een dag dat alles misgaat en dit is er zo een.

Boodschappen doen met een peuter kan een enorme uitdaging zijn. Naast weglopers zijn er ook de driftkopjes. De peuters die de hele supermarkt bij elkaar krijsen omdat hun moeder geen spekjes wil kopen of omdat ze niet met de wijnflessen mogen spelen. Toen ik zelf nog geen moeder was, bekeek ik zulk soort taferelen altijd met een zweem van kritiek. Dan zag ik in mijn beleving een moeder die haar zaakjes niet op orde had, die geen idee had wat ze deed. Tegenwoordig weet ik wel beter.

Terug naar mijn supermarktavontuur. Ik sta met mijn zoontje mij de kassa. Met moeite weet ik mijn spullen op de toonbank te deponeren. Ik probeer mijn zoontje bij de activiteit te betrekken, maar ho maar. Dat lukt niet. Hij heeft zijn zinnen gezet op de schuifdeuren naar buiten. Daar zal hij niet blijven als die deuren opengaan. Hij rent zo naar buiten, zonder te kijken waar mama is.

“Kom hier,” zeg ik, mijn stem schiet omhoog. Met een verontschuldigend gezicht kijk ik naar de caissière als ik mijn peuter bij me probeer te houden en een poging doe ondertussen ook nog mijn tas in te pakken. In allebei ben ik niet succesvol. Het zweet breekt me uit.

“Geef hem maar aan mij,” zegt de caissière zacht. Ze knikt naar mijn zoontje en wenkt hem. “Kom eens kijken wat ik hier allemaal heb.” De oudere vrouw leidt mijn kleine achter de toonbank en tilt hem op schoot. Bemoedigend lacht ze me toe. Opgelucht haal ik adem en ruim snel mijn tas in, terwijl mijn zoontje de kassa mag bekijken. Glunderend zit hij bij haar. Volgens mij heb ik nog nooit zo dankbaar “bedankt” tegen iemand gezegd.

“It takes a village to raise a child,” is een bekend internationaal gezegdeEen kind opvoeden kun je overduidelijk niet alleen. We hebben anderen nodig om ons te bemoedigen, niet om ons te veroordelen dat we onze zaakjes niet op orde hebben.

We hebben meer heldinnen nodig als deze caissière, die moeilijke momenten net wat draaglijker maken. Haar actie laat me niet los. Het was alsof ze naar me knipoogde en zei: “You can do this.”
Vanaf nu ga ik bemoedigend lachen naar de moeder met haar krijsende baby, met de woedende peuter die krijsend op de grond ligt, naar de moeder die een grote mond van haar puber krijgt. Een vriendelijk knikje dat laat weten: “Ik weet het, moeder zijn is soms zwaar. Loodzwaar. Je bent niet alleen.”

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s

Foto: Pixabay

Blog, Lifestyle, Moederschap

De valpartij

Terwijl mijn man beneden met mijn zoontje een tent bouwt, ben ik boven. Ineens klinkt er gekrijs. Het soort gekrijs waardoor je weet dat het mis is. Goed mis. Al snel komt mijn man de trap op met ons zoontje in zijn armen.
‘Hij is van de bank gevallen en wordt niet stil. Wil jij kijken?’
Voorzichtig neem ik de kleine man in mijn armen en ga met hem op de grond zitten, bovenaan de trap. Ik sus en sus, maar tevergeefs.
‘Waar doet het pijn?’, vraag ik.
‘Hie-hier’, snikt hij luid en hij wijst naar zijn nek.
Zacht trek ik zijn shirt opzij. Mijn mond valt open. ‘Bel de huisartsenpost maar’, zeg ik tegen mijn man. ‘Hij heeft zijn sleutelbeen gebroken.’

Een uur in het ziekenhuis bevestigt mijn conclusies. Gelaten laat mijn zoontje alles toe; de röntgenfoto, alle vreemde mensen die aan zijn lijf komen, de rolstoel, het drankje en alle vreemde apparaten.
Bij een gebroken sleutelbeen is gips geen optie. Meneer krijgt een mitella en moet zijn arm ontzien.
Als een verpleegkundige de doek komt aanleggen, slik ik mijn tranen weg. Arme kleine jongen. Ook denk ik met een knoop in mijn maag aan de komende weken.
‘Het kan goed pijn doen’, vertelt de zuster. ‘Met name met het slapen.’
Dat worden korte nachten en pittige dagen, dat kan niet anders.
‘Vooral opletten dat hij niet valt’, waarschuwt de zuster nog als we naar huis gaan.

Na een middagdutje is mijn zoontje wakker. Waar ik verwachtte hem te moeten entertainen, is hij al snel lief zelf aan het spelen. Met één arm en de andere verstopt in de mitella. Hij kruipt, springt, bouwt, gooit en klimt zelfs weer op de bank.
‘Kijk uit’, roep ik verschrikt uit als hij op de bank gaat staan. ‘Straks val je weer.’

Wat is zo’n kind toch onbevangen. Ikzelf word zo snel geremd door angst. Als ik iets nieuws probeer en ik val, dan krabbel ik wel weer op. Maar opnieuw proberen? Pfoe.
Kinderen vallen hard, breken botten, schaven knieën, staan weer op én durven weer te vallen. Wat een moed.

Durf ik weer te vallen? Durf ik te falen als ik al eerder gefaald heb?
Er is een uitspraak die luidt: Je faalt pas als je stopt met proberen. En dat is een waarheid als een koe.
Als baby’s niet opstaan als ze gevallen zijn, zullen ze nooit leren lopen. Een peuter moet tig keer in zijn broek plassen voordat hij zindelijk wordt. Als ik stop met proberen wordt ik nooit wie ik wil worden.

De volgende dag zit ik op de bank. Mijn zoontje komt naast me staan en tikt op de zitting.
‘Niet er vanaf vallen, mama.’ Moeizaam klautert hij met één arm op de bank en gaat naast me zitten.
‘Nee’, zeg ik. ‘Het zou niet leuk zijn als we weer naar het ziekenhuis moeten.’
‘Ik doet voorzichtig’, stelt hij vast.
‘Goed zo.’ En ineens landt het bij mij: we falen als we stoppen met proberen en we leren als we het opnieuw proberen. Als we onze tactiek aanpassen, dan leren we van onze fouten. Zoals een kind dat doet. Moedig en onvermoeibaar.

Blog, Moederschap

Laat me leven

“Laat me leven,” roept mijn peuter en hij rent juichend door de woonkamer. Mijn man en ik kijken elkaar aan. Ik trek mijn wenkbrauw op. Verstond ik dat goed?
Ik wenk mijn zoontje.
Hij komt naar me toe gedribbeld.
“Wat zei je net?”, vraag ik.
“Laat me leven,” antwoordt hij en voordat ik verder nog iets kan zeggen rent hij weer naar zijn speelgoed toe.
“Hij heeft in elk geval voldoende levenslust,” grap ik tegen mij man. Toch zit het me niet helemaal lekker.

Wat een vreemde praat voor een tweejarige. Dit hoor je eerder in een scène van Breaking Bad, waar iemand een pistool op zich gericht krijgt, of flink door elkaar gerammeld wordt. Uit een kindermondje klinkt het nogal gek, zeker omdat ik absoluut geen idee heb hoe hij eraan komt. Waar heeft hij dit opgevangen?

Je kunt je kind niet altijd beschermen voor de wereld. Behalve naar Nijntje en Peppa Pig kijkt hij niets op TV. Zeker niet zonder mijn toezicht. Je hoort weleens van die filmpjes op YouTube waarin een stel mafketels een lieflijk kinderfilmpje doodeng maken. Je zet je kind nietsvermoedend achter de tablet en gaat vervolgens zelf de was doen, totdat je kindje in gehuil uitbarst omdat de toon van het filmpje ineens drastisch omslaat. Sinds ik dat weet laat ik mijn kleine niet zomaar iets kijken.

Een dag later zit mijn zoontje lekker te spelen met zijn nep-eten. Hij pakt een taartje en roept luid: “Laat me leven.”
Ik snel naar hem toe en ga bij hem zitten.
“Waarom zeg je dat?”, vraag ik. Hij kijkt me lachend aan, zich niet bewust van wat hij zegt.
“Ik vind het een beetje vreemd wat je zegt. Heeft een ander kindje dat gezegd?”
“Nee,” zegt hij en hij stopt een neptaartje in zijn mond.
Hij is duidelijk nog veel te jong voor dit soort gesprekken. Ik besluit er geen aandacht meer aan te besteden in de hoop dat het weer overwaait.

Uit zo’n kindermondje klinkt zo’n opmerking best komisch. Stiekem moet ik er ook wel een beetje om lachen. Toch blijf ik me afvragen waar hij het vandaan heeft. Heimelijk hoop ik ook dat hij het niet ergens anders roept, want wat zullen andere mensen daarvan denken? Dat ik hem een of andere moordserie laat meekijken op een onchristelijk tijdstip?

Later zitten we in de tuin. Mijn ouders zijn op visite. Ik snijd een appeltaartje in stukken en leg de parten op een bordje. Mijn zoontje zet zijn fietsje aan de kant en komt bij me kijken.
“Taart,” roept hij blij. Plotseling begint hij te zingen.  Luidkeels schalt hij door de tuin: “Laat me leven, laat me leven.” En dit loepzuiver gezongen op de melodie van Lang zal ze leven.

Aha. Gelukkig maar. Niks geen scène uit Breaking Bad. Niks geen enge filmpjes op Youtube. Op de peuterspeelzaal zingen ze Lang zal ze leven regelmatig, maar met al die kindjes die net kunnen praten zal dit wel een gevalletje Babylonische spraakverwarring zijn.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Foto: Unsplash

Blog, Geloven, Moederschap

Een prinses met een vetrolletje

Puffend sta ik voor de spiegel. Ik heb me met veel moeite in een zomers jurkje gewurmd. De rits op mijn rug kreeg ik net dicht. Het is een mooi jurkje. Op een paspop. Waarom heb ik dit ding in vredesnaam ooit gekocht? Elke bobbeltje, vetje en randje is zichtbaar. Veel te zichtbaar. Gefrustreerd stroop ik het jurkje van mijn lijf en mik het in de hoek. In no time vel ik een oordeel over mezelf: dik. Afvallen, dat moet ik. En naar de kapper, want mijn haar ziet er niet uit. Ik keer me van de spiegel af. Zonder verder na te denken, pluk ik de eerste de beste kledingstukken uit de kast en trek ze aan. Mijn haar doe ik in een vlecht, omdat het los geen gezicht meer is.
‘Kom, we gaan’, roep ik tegen mijn zoontje.

Spiegels zijn onverbiddelijk. Niets valt er te verbergen. Elk pukkeltje, ongewenst haartje, vetrolletje, alles is zichtbaar. Soms ben ik best tevreden als ik mezelf zie. Toch heb ik vaker wel wat op mezelf aan te merken. Hoe langer ik naar mezelf in de spiegel tuur, hoe meer imperfecties ik zie.

‘Naar school toe,’ zegt mijn peutertje enthousiast als we op de parkeerplaats uit de auto stappen. Samen lopen we hand in hand naar de peuterspeelzaal. ‘Kijk, mama,’ hoor ik een meisje ineens verruk uitroepen, ‘een prinses!’
Als ik me nieuwsgierig omdraai naar het kleutertje, zie ik dat ze opgewonden naar mij wijst. Haar moeder lacht naar me en aait het glunderende meisje over haar hoofd.
Ik glimlach. Een prinses. Ik. Met mijn pukkel, vetrol en dood haar. Toch ga ik wat meer rechtop lopen en de glimlach… die blijft.

Kon ik mezelf maar zien zoals dat meisje mij zag. Onbevooroordeeld, onbevangen en puur. Eigenlijk zoals God mij ook ziet: waardevol en mooi zoals ik ben. Ook al heb ik een vetrolletje, pukkel of wát dat ook.
Hij wil mij leren om mezelf te zien zoals Hij mij ziet. Geschapen naar het evenbeeld van de Koning. Blijkbaar gebruikt hij soms ook anderen om mij dat duidelijk te maken.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven, Moederschap

Bid en werk

‘We laten hem soms maar even huilen en zelf uitzoeken hoe hij iets moet doen,’ zegt de peuterleidster stellig, ‘dan leert hij het zelf op te pakken en wordt zijn zelfvertrouwen groter.’
We hebben een gesprek over mijn tweejarige zoontje die nogal huilerig was die morgen.
Ik zeg netjes ‘ja en amen’, maar vind het een harde methode. Zelf schakel ik na wat pogingen om hem gerust te stellen toch over op de knuffelmodus. Moet ik hem vaker laten huilen?

Mijn peuter is een gevoelig mannetje. Als hij een vlieg ziet wil hij knuffelen, want vliegen vindt hij eng. Onlangs is hij een periode doodsbang geweest voor het lampje op de brandmelder. Erbij in de buurt komen was een groot drama. Het lampje moest weg, maar ja, dat ging natuurlijk niet.

Bang van brandmelderlampjes ben ik niet. Vliegen en wespen boeien me ook weinig. Maar, man man, wat kan ik me toch soms zorgen maken. Over van alles en nog wat. Sinds ik moeder ben maak ik me nog het meest zorgen of ik het wel goed doe. Moet ik strenger zijn of ben ik al te streng? Hoe zorg ik dat mijn kind niet bang is? Hoe los ik die peuterdriftbuien op? En ga zo maar door. Die kleine van mij heeft die gevoeligheid niet van een vreemde.

Soms ben ik net als mijn tweejarige.  Op de momenten dat ik niet meer weet hoe het moet, roep ik het soms uit naar God: “Help me dan toch, Heer.”
Het liefst ontvang ik dan een pasklaar antwoord, waardoor het leven weer een en al zonneschijn wordt.
Soms komt er dan ineens wijsheid wat ik moet doen. Dat ervaar ik dan echt als een knuffel van Hem. Het bemoedigt me en het lost mijn probleem onmiddellijk op. Toch gaat als je bidt zal hij je geven vaak toch wat anders. Meestal is het hard werken. Soms heb ik zelfs het gevoel dat Hij me bijna laat verdrinken, dat hij het me zelf laat uitzoeken. Vurig blijf ik dan bidden, soms zelfs huilen, maar de situatie blijft onveranderd.

Zou God mij soms ook bewust laten huilen, zodat ik zelf leer wat ik moet doen? Bidden en onmiddellijk ontvangen is vast niet altijd goed voor me. Dan wordt ik als een verwende peuter die schreeuwt om koek en onmiddellijk een rol koekjes krijgt. Opvoedkundig gezien niet erg verstandig. Ook ik wordt opgevoed om een volwassen christen te worden. Niet onmiddellijk ontvangen, maar hard werken samen met God. Ora et Labora, bid en werk. Hij laat me niet verdrinken, maar zwemt altijd naast me met Zijn reddingsvest. Het vergoot in ieder geval mijn zelfvertrouwen als ik na maanden oefenen ineens doorheb hoe ik rustig moet blijven als mijn peuter ontvlamd in woede bijvoorbeeld.

Hoe mijn peuter van zijn brandmelderlampjesfobie is afgekomen? Tijd en geduld. Heel veel geduld. En laat dat nou net een leerpuntje van mij zijn.

Blog, Moederschap

De app die het leven van een moeder makkelijker maakt

Sinds het begin van mijn zwangerschap gedroeg ik me als een demente oma. Ik gooide het eerst elke keer maar op ‘zwangerschapsdementie’. Ik vergat van alles, verjaardagen, boodschappen, afspraken. Dus ik ging maar lijstjes maken. Maar dan vergat ik het weer op het lijstje te schrijven, want die had ik natuurlijk niet altijd bij me. Op een gegeven moment had ik overal verschillende soorten lijstjes rondslingeren. Het overzicht was ver te zoeken.

Mijn bevalling naderde, dan zou ik daarna verlost zijn van die irritante zwangerschapsdementie. Althans, dat dacht ik. Een paar weken nadat mijn kindje geboren was, gebruikte ik de term nog steeds. ‘’Ja, dikke doei”, zei mijn man: “Je bent toch allang niet meer zwanger?”  Daar had hij een punt, dus gooide ik het vanaf toen maar op ‘de hormonen’.

Ik had het er met mijn nicht over. Ze herkende het demente-oma-gedrag helemaal en zei: “Dat is nou het moederbrein en dat blijft zo!” Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik het ‘Moederbrein’ best wel stoer vind klinken. Het klikt als een supermoeder, die briljant is, maar wel een beetje vergeetachtig. Aangezien ze super en briljant is , mag ze dan -in mijn ogen-  een tikje vergeetachtig zijn. En nu gebruik de term te pas en te onpas. Boodschappen gedaan, maar de helft vergeten? Moederbrein. Het bad aangezet en het water een half uur laten stromen. Om er vervolgens achter komen dat de stop er nog niet in zat? Moederbrein.  Mijn mobiel in de koelkast gelegd? Moederbrein.

Hoe stoer ik het ‘Moederbrein’ ook vind klinken. De manier waarop mijn hersenen zich gedragen, blijft lastig en irritant. Als ik boodschappen vergeet te doen, dan kost me dat tijd. Want ik moet nog een keer naar de winkels.  Wanneer ik een cadeautje ben vergeten te kopen voor een verjaardag, dan krijg ik daar stress van. Dit soorten dingen overkwamen mij nogal eens. Totdat ik de app Wunderlist ontdekte.

Ongetwijfeld zijn er meerdere apps die hetzelfde voor je doen als Wunderlist. De app is ideaal voor vergeetachtige moeders met tig lijstjes, maar ook voor de echtgenoten van deze moeders. In de app kan je namelijk zelf diverse soorten lijsten aanmaken, die je ook nog eens kunt delen met andere Wunderlist-gebruikers. Mijn man en ik delen bijvoorbeeld een boodschappenlijst. Als een van ons ziet dat er iets op is, wordt het op de lijst gezet. In de winkel loop je met je telefoon in de hand je lijstje na. Ook kan je dan afvinken wat is gekocht, waardoor je nooit iets kunt vergeten.

Samen delen mijn man en ik nog een andere to-do lijst, met regeldingetjes. Ik heb een lijstje voor mijn werk en voor huishoudelijke taken. Mag je iets absoluut niet vergeten? Dan kun je je  door de app laten herinneren op het moment dat jij dat wilt.

Sinds het ontdekken van deze app ben ik nog steeds de trotse eigenaar van een Moederbrein. Maar het niet onthouden kan en mag nu, omdat ik herinnerd word door de app.  En aangezien ik zelfs vergeet om in de app te kijken, is die herinneringsfunctie echt een dik pluspunt!

Meer weten over deze app? Klik hier.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s en is gepubliceerd in het boek ‘Kraamjournal’ van Daniëlle Koudijs.

 

Blog, Moederschap

Rubberen Willie

Autodeur dicht, motor starten, gordel om en radio aan. Met een volgeladen auto rijd ik weg van de supermarkt. Op naar huis. Ik zing mee met het liedje op de radio, een lekker catchy nummer. Direct daarna begint het journaal. Met een ijzeren stem vertelt de vrouwelijke presentator over een gruwelijke verkrachting. Ze treed zo enorm in details, ik raak er geëmotioneerd door . Had ik zwanger geweest, dan had ik het  zeker te weten niet droog weten te houden. De mevrouw vervolgt met onbewogen stem haar programma. Als ik nog niet geraakt was door het gruwelijke verhaal, geen nood: een kapper is ook nog in brand gestoken. Einde journaal, fijne dag nog!

Een paar tellen is het stil in mij, ik ben verbijsterd. Waarom worden de details zó breed uitgemeten? Ondertussen begint de reclame op de radio. Ik word uit mijn gedachten gehaald door een vrolijk babykoor dat ‘Twinkle twinkle little star” zingt. Een reclame voor een ovulatietest, zo vredig als het maar zijn kan.

Volgende reclame. Een lustige vrouw prijst op haar zwoelst haar rubberen en trillende vriend aan. Elke vrouw zou Willie, want zo heet ‘ie, moeten hebben! De smakeloze naam laat me spontaan in de lach schieten. Na de volgende advertentie, over een heerlijke gezinsvakantie bij Center Parcs, is de Willie-liefhebster weer terug. Ik zucht en druk de radio uit, gelukkig ben ik bijna thuis.

Thuisgekomen blijf ik een paar minuten in de auto zitten. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik een leeg kinderstoeltje. Mijn zoontje is thuis met mijn man. Gelukkig. Ik ben blij dat  hij niet ‘vervuild’ is door dit autoritje. Vastbesloten pak ik een CD van Elly & Rikkert en stop hem alvast in de radio voor de volgende autorit . Zo. Daar heeft Willie niet van terug.

 

 

Blog, Moederschap

Waarom doe je dat zo snel?

Met een flinke vaart parkeer ik mijn auto in een parkeervak voor ons huis. Ik heb er een lange, drukke dag op zitten. Uit mijn ooghoeken zie ik een buurmeisje op de stoep voor mijn auto lopen. Gehaast zwiep ik de autodeur open en stap uit. Met een paar vlotte passen loop ik richting de achterbak en open hem. Vlug pak ik de boodschappen eruit. Afgeladen met spullen draai ik me om. Ik struikel nog net niet over het buurmeisje. Het kleutertje staat ineens recht voor mijn neus. Met haar grote bruine ogen kijkt ze mij aan en vraagt: “Waarom doe jij dat zo snel?”

Daar heb ik even niet van terug. “Ik heb honger”, antwoord ik.
“Wat ga je eten?” ,vraagt ze, “Boontjes?”
Ik heb hier geen tijd voor en antwoord: “Nee, iets anders. Ga nog maar even lekker buiten spelen.”  Ik zeg haar gedag en loop naar mijn voordeur. Ik heb het heet. Dat mag ook wel met dat warme weer. Zuchtend zet ik mijn boodschappen op de mat. Ik kijk achterom en zie het kleutertje op haar blote voeten weg slenteren.

Waarom doe je dat zo snel? Dezelfde avond hoor ik de vraag regelmatig in mijn gedachten. Ik ben te druk om er verder aandacht aan te besteden. Als ik eindelijk even rustig zit, hoor ik het buurmeisje weer in mijn hoofd. Als ik eerlijk naar mezelf kijk, doe ik alles in een toptempo. Douchen, eten, werken, schoonmaken. Ik doe alles zo snel mogelijk. Zelfs de dingen die ontspannen zouden moeten zijn, doe ik rap. Waarom?

Van snel-snel word ik niet echt relaxed. Ik geniet veel minder. Het avondeten dat ik in sneltreinvaart naar binnen prop, smaakt veel minder goed. Als ik het eten in dat tempo bij mijn baby naar binnen schuif, dan gaat hij dat niet waarderen. Van snel douchen word ik schoon, niet ontspannen.  Als ik supersnel schoonmaak word ik opgefokt. Eigenlijk voel ik me over het algemeen ook behoorlijk gehaast. Niet alleen in mijn hoofd, maar ook in mijn lichaam. En laten we zeggen dat ik daar geen hyperblije positieve Ernie van Sesamstraat van word. Bert komt meer in de buurt.

Volgens mij is Ernie ook zo iemand die aan Bert vraagt: “Zeg Bert, waarom doe jij dat zo snel? Ernie vertelt hem dan hoe hij lekker ontspannen moet worden. Door lekker lang in bad te gaan met je bad eendjes. Of door gewoon een keer te gaan lummelen in plaats van schoonmaken. Langzamer aan en minder doen dus. Dat wil ik ook. Leerzame gast, die Ernie.

Een half uur later stap ik onder de douche. Ik was me vlug. Zet de kraan uit en stap de douche uit. Droog me af, hup-hup. Ik kijk in de spiegel. Daar staat Bert, met zijn dikke wenkbrauw. Direct daarna hoor Ernie in mijn hoofd: Waarom doe je dat zo snel? Hij heeft gelijk. Maar goed, ik ben nu eenmaal een hardleerse donder. Die blijkbaar ook snel is in dingen vergeten.

Deze blog heb ik geschreven voor Power to the Mama’s.

 

 

Blog, Geloven, Moederschap

Wat ik tijdens een koude douche leerde over Gods liefde

Samen met mijn zoontje sta ik onder de douche. Terwijl al het warme water over hem heen stroomt, sta ik te vernikkelen van de kou. Op dat moment leer ik iets moois over de vaderliefde van God.

Met mijn glibberige zoontje sta ik onder de douche. Ik pak de shampoo, terwijl ik hem strak tegen me aanhoud. Ik probeer hem zo goed mogelijk onder de warme douchestraal te houden. Zelf voel ik bijna niets van het warme water. Sterker nog, ik ril. Via mijn zoontje stroomt het warme water het doucheputje in. De kleine man heeft zijn zinnen gezet op zijn Dikkie Dik badboekje dat net niet binnen handbereik ligt. Hij strekt zijn armpjes uit naar het boekje en zet zich met zijn voetjes af tegen mijn buik. Eventjes komt hij onder de warme douchestraal vandaan en direct zie ik zijn lipje trillen. Hij heeft het koud.

Snel pak ik het boekje voor hem. Hup, vlug weer onder het warme water. Zijn trillende lipje verdwijnt en tevreden bekijkt hij zijn badboekje. Tijdens zijn draai naar Dikkie Dik stond ik ineens onder het warme water. Het was van korte duur. Als ik daarna weer ril, besef ik ineens iets bijzonders.

Het maakt me niet uit dat ik het koud heb. Mijn kindje moet het warm hebben. Als er iemand warm water krijgt, dan is hij dat. Wanneer we allebei honger hebben, krijgt hij eerst eten. Als het regent bescherm ik hem met mijn jas. En wanneer hij pijn heeft, wil ik dat ik het kon overnemen. Alles wat naar is voor hem wil ik dragen, zodat hij het niet hoeft te doen. Ik wil me opofferen voor hem.

Ineens wordt Gods liefde mij zo duidelijk. God kijkt ook zo naar Zijn kinderen. Zijn opoffering als Vader gaat zoveel verder. Hij gaf het Mooiste wat Hij had, zodat wij vrij zijn. Hij geeft ons zijn levende water. In de regen van het leven geeft hij ons Zijn paraplu om ons te beschermen. Als we honger hebben voedt Hij ons met Zijn woord. Wow!

Terwijl ik me dat zo besef krijg ik het helemaal warm. Ineens heb ik geen last meer van de koude douche. Wat een prachtige voorbeeld is Hij als vader. Dáár wil ik als moeder op lijken.

God is treating you as his children. 
Hebrews 12:7

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.