Uit de categorie

Moederschap

Blog, Moederschap, Rust & balans

Laat. Me. Met. Rust.

Ik kijk in de spiegel naar mijn gezicht. De slapeloze nachten zie ik duidelijk terug in de donkere randen onder mijn ogen. De afgelopen nachten waren geen feestje. De jongste is al een paar dagen ziek en de oudste wordt door het babygehuil, ook om de haverklap wakker. Ik heb het gevoel dat ik constant paraat moet staan. Tijd voor mezelf is er niet. Beneden roept mijn kleuter om mijn hulp bij het zoeken van een legoblokje. ‘Ja, ik kom zo’, roep ik terug. Ik wil alleen zijn. Al is het maar om mijn tanden te poetsen. In de rust. 
Nog geen drie tellen later klinkt er gestommel op de trap. ‘Mama, waar zit je?’ Ik onderdruk de neiging om de badkamerdeur op slot te draaien. ‘Mam, kom je nou?’ Mijn zoon komt naast me staan en laat een legoboekje aan me zien. ‘Dit blokje kan ik niet vinden.’ Hij tikt op een plaatje van een grijs blokje. ‘Dan moet je even goed zoeken’, zeg ik kortaf. ‘Nee, jij moet hem zoeken.’ Hij zet zijn handen in zijn zij.

Ik adem diep in en schraap al mijn geduld bij elkaar. Op duidelijke toon leg ik uit dat ik moet wassen en aankleden en dat ik hem kom helpen als ik klaar ben. Dat is niet het antwoord dat hij wil horen. Geïrriteerd kijkt hij me aan. ‘Ik wil het legoblokje hebben, nu kan ik niet verder.’ En ík wil alleen mijn tanden kunnen poetsen. Beneden begint mijn baby die in de box zit te huilen.

Laat. Me. Met. Rust.

Sommige moeders lijken het moederschap allemaal zo makkelijk te doen en dát met een hele kudde kinderen én naast een verantwoordelijke baan. Hun kinderen zien er perfect uit, ze zijn succesvol op hun werk en in het weekend doen ze leuke dingen. Hebben die moeders dan geen behoefte aan rust? Is hun energie eindeloos? In ieder geval heb ik rust, ruimte en tijd voor mezelf nodig. Daarvan krijg ik bakken met energie en dan kan ik een leukere moeder zijn.

Terwijl ik beneden mijn baby troost, denk ik aan de afgelopen dagen. Aan hoe weinig rust ik had. Dat lag niet alleen aan de omstandigheden, maar ook aan mezelf. Op de momenten dat ik kon opladen, ging ik namelijk mijn to-do list afwerken. En nee, daar krijg ik nou niet echt veel energie van. Ik heb niets gedaan waar ík blij van word, realiseer ik me opeens. Zoals lezen, tekenen of in mijn eentje wandelen.

Ik app mijn man of hij me vanmiddag een uurtje ruimte kan geven door op de kinderen te passen. Al snel krijg ik een omhooggestoken duim en een kusje terug. Ik glimlach en voel mijn nekspieren ontspannen. ‘Wil je dan nu het legoblokje zoeken?’, vraagt mijn zoon poeslief als de baby weer in de box zit. ‘Dat is goed. Dan kun je daarna weer even verder bouwen.’

En dan kan ik even mijn tanden poetsen, alleen. Een win-winsituatie noem je dat toch?

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloof, Moederschap

Slechte moeder

Mijn vijfjarige kijkt me lief aan, met het dekbed tot net onder zijn kin opgetrokken. De oren van zijn knuffelbeer komen er net bovenuit. Het was zo’n dag waarbij ik beter een sticker op mijn voorhoofd had kunnen hebben met ‘ontploffingsgevaar’ erop. Iets met het verkeerde moment van de maand, een kleuter met streken en een deadline. Meerdere keren explodeerde ik vandaag en dat ging gepaard met harder schreeuwen dan ik eigenlijk wilde. ‘Sorry dat ik vandaag zo boos deed, lieverd’, zeg ik terwijl ik hem over zijn witblonde haren aai. Het is al de derde keer dat ik dat zeg vandaag.

Boos worden leidt bij mij meestal tot schuldgevoel. Had ik niet beter anders kunnen doen? Welke moeder schreeuwt er zo? Waarom kan ik niet gewoon rustig reageren? Al gauw geef ik mezelf het label ‘slechte moeder’. Dat geeft me niet bepaald een beter gevoel. Net als herhaaldelijk sorry zeggen dat ook niet doet. Op mijn zoon ben ik helemaal niet boos meer, maar op mezelf wel.

Terwijl ik nog worstel met mijn gevoelens lijkt mijn zoon het allang vergeten. Hij vraagt of ik even bij hem in bed kom kroelen. ‘Weet je’, zeg ik als ik naast hem onder het dekbed kruip: ‘Ook als ik boos ben, houd ik van je. Ik hou altijd van je.’ Hij is even stil en plukt aan mijn oor.

‘En ook van jezelf?’, vraagt hij dan.

Niet doorhebbende wat een grote vraag hij stelt. Die komt binnen. Heel hard binnen. Ik trek hem tegen me aan en fluister: ‘Ook van mezelf’.

Als ik het licht van zijn kamer heb uitgedaan, loop ik wat wiebelig naar de gang toe. Want houd ik echt van mezelf? Hoe ik mezelf behandel is niet bepaald vriendelijk en ik blijf maar hameren op mijn fouten. Ik leer mijn kinderen dat het goed is als we sorry hebben gezegd. Dit lijkt voor iedereen in het huis op te gaan, behalve voor mezelf.

De mensen waar ik van hou krijgen steeds weer een nieuwe kans. Die krijgen mijn lieve woorden, mijn support en mijn vergeving. Mijn man en mijn kinderen mogen vallen, falen en dikke vette fouten maken. Maar ik? Ik geef mezelf een trap na. Of drie.

Later die avond popt ineens de volgende vraag in me op: ben ik echt een slechte moeder? De waarheid is dat ik dat niet ben. Ik houd oneindig veel van mijn gezin. Maar ik ben ook een mens dat fouten maakt, ongesteld is en soms veel te veel tegelijk wil doen. En ondanks alles, ben ik kostbaar in Zijn ogen. ‘Dank U wel dat U alles vergeeft’, zeg ik zachtjes tegen God. En daarmee is het klaar met mijn verwijten. Geen trappen na meer voor mezelf vandaag. Hopelijk lukt het me morgen om wat milder voor mezelf te zijn. Zo niet: een eenmalig sorry alvast.

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap

Hamsterwangen, gebed en geloof

‘Dadada’, zegt mijn dochtertje van negen maanden oud. Ze heeft pretlichtjes in haar ogen en lacht breed. Het is net of ik naar een babyfoto van mezelf aan het kijken ben. Hard giechelt ze, ze graait naar een speelgoedje en kijkt me dan weer helder aan. Glimlachend aai ik haar over haar wang. Net zo’n rond hamsterwangetje als ik als baby had.

Terwijl ik naar haar kijk, moet ik denken aan mijn oma. Onlangs overleed ze. Nog geen twee weken voor haar sterven maakten we een foto met vier generaties vrouwen erop. Dat was bijzonder, want moeders met hun dochters op de foto was binnen onze familie alleen maar met ons vieren mogelijk. Het was nóg specialer omdat oma haar achterkleinkind eindelijk kon knuffelen, het kindje waarvoor ze gebeden had vanaf het moment dat ze wist dat ik zwanger was.

Mijn oma stond bekend om haar gebedsleven en grote geloof. Als er iets was, dan ging oma bidden en dat deed ze dagelijks. Elke dag bracht ze al haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en alle aanhang voor Gods troon. Dan ging ze iedereen naam voor naam af. Tijdens haar begrafenis werd er gezegd: ‘Er is hier niemand in de zaal waarvoor ze niet gebeden heeft’. Dat raakte me zo en dat doet het nog steeds. Want wat was ze hierin inspirerend. Als zo’n biddende kracht wegvalt, is dat echt een gemis.

Mijn moeder vertelde kort na het overlijden dat oma al jaren bad voor een ongelovige man. Toen zijn moeder op sterven lag, zei ze tegen mijn oma: ‘Als ik er zo meteen niet meer ben, kan ik niet langer bidden dat mijn zoon Jezus leert kennen.’ Mijn oma nam toen het stokje van haar over en bad vervolgens elke dag voor die ongelovige zoon. Iets wat waarschijnlijk niemand anders deed. Maar wie neemt nu het stokje van mijn oma over?

Natuurlijk moesten de spullen van oma uitgezocht worden. Zwartwit foto’s kwamen tevoorschijn, foto’s die nog niemand eerder had gezien. Muf ruikend, maar met uiterste zorg bewaard. Er zaten babyfoto’s bij die zelfs de oorlog overleefd hadden. Samen met mijn moeder keek ik ernaar, al snel ontdekten we gelijkenissen. Want ik lijk op mijn moeder en mijn moeder lijkt op mijn oma. We zagen zelfs wat van mijn dochtertje terug in de oude foto’s. Allemaal hadden we dezelfde hamsterwangetjes.

Niet alleen de gezichtsvorm is doorgegeven. Mijn moeder is ook een bidder. Als er wat is, hoef ik niet om gebed te vragen. Want ik weet dat ze ervoor bidt. Elke dag brengt ze haar kinderen, schoonzoons en kleinkinderen bij God. Zij is nu de biddende kracht in de familie. Wát een nalatenschap van oma. Terwijl ik zo naar mijn dochtertje kijk met haar glimmende oogjes denk ik aan wat ik aan haar doorgeef. Hoe volhardend ben ik in gebed? Hoe wil ik mijn kinderen inspireren? Hoe krachtig is het als ik, net als mijn oma, herinnerd wordt als iemand die biddend klaar stond? Ik besluit het stokje van mijn oma over te nemen. Met gesloten ogen bid ik voor de man waar zij altijd voor bad, dat hij Jezus leert kennen.

Oma had niet veel waardevolle spullen om te erven, maar wat ze wel doorgaf is veel kostbaarder.

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap, Rust & balans

Omarm de chaos

‘Al die rotzooi’, grom ik. Met een frons in mijn voorhoofd gooi ik het legoblokje waarop ik zojuist op stond op het kleed. Zuchtend bekijk ik de rest van de woonkamer. De kussens van de bank zijn gebruikt voor een hut, al het speelgoed is uit de kasten gehaald en de eettafel is net een slagveld door het avondeten.

Alsof dat nog niet genoeg is ligt op de grond een stift zonder dop en een boel papiersnippers die hooi voor het zelfgemaakte konijnenhok voorstellen, van het hok zelf ontbreekt nog elk spoor. En laten we het over de chaos op de bovenverdieping nog maar niet hebben. Het voelt alsof ik de hele dag al aan het opruimen ben, maar de toestroom van bende gaat maar door. Terwijl mijn kleuter op een stoel hangt, ruim ik boos en met een gejaagd gevoel de Kapla-plankjes op.

Waarom ben ik dit eigenlijk alleen aan het doen?

Onder protest helpt mijn zoontje uiteindelijk mee. Maar het schiet niet op, ik zie dat hij moe is en ook de baby begint te huilen. Dus ik kies eieren voor mijn geld en besluit straks alles zelf maar op te ruimen. Iets met ‘de weg van de minste weerstand kiezen’. Zodra het kindervolk op bed ligt, voel ik mijn eigen vermoeidheid. De troep in huis maakt het er niet beter op, gevoelsmatig ziet het eruit als een gigantische vuilnisbelt. Mijn man lijkt het niet te deren, ontspannen stapt hij tussen het speelgoed door om vervolgens de volle vaatwasser uit te ruimen.

Dan moet ik denken aan een podcast van Bij Jorieke (met David en Carianne Ros) die ik eerder die week luisterde over rommel en stresshormonen. Het ging over opruimen en laat dat nou nét mijn hobby zijn. Bij rommel in huis blijkt het stresshormoon cortisol bij vrouwen toe te nemen, bij mannen gek genoeg niet. Als het lange tijd een rommelig is in huis, gaan vrouwen zich nerveus voelen en ze kunnen andere klachten krijgen zoals gespannen spieren, hoofdpijn en slechter slapen. Blijkbaar kunnen wij minder goed tegen chaos dan mannen. Op zich verbaast dat me niet, als ik het verschil tussen mij en mijn man zie.

‘Elke avond zijn we een uur bezig om alles weer een beetje netjes te krijgen. Ik word gek van al die bende elke keer’, steek ik van wal. ‘Waarom jij niet?’ ‘Het heeft toch geen zin om op te ruimen’, antwoordt mijn man nuchter en hij zet rustig de kopjes in de kast. ‘Het kan pas weer netjes worden als de kinderen op bed liggen.’ ‘Chaos omarmen dus?’, zeg ik zuchtend. Hij loopt naar me toe en slaat zijn armen op me heen. ‘Chaos omarmen inderdaad.’ Warmte en rust overspoelen me als ik mijn hoofd op zijn schouder leg.

Omarmen is de remedie tegen chaos.

Maar niet alleen de troep moet omarmd worden, ik ook. Door knuffelen maak je ook hormonen aan: oxytocine. Dit verlaagt het cortisolniveau in je lichaam. Ook knuffelen helpt dus tegen rommel. En laten mijn kleine bendemakertjes nou ook heel goed zijn in kroelen. Dus als mijn opruimstress morgen weer de kop op steekt, omarm ik vanaf nu alles wat los en vast zit. Kinderen én troep.

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap

Curry is gemaakt van frikandel

Het ene na het andere cherrytomaatje verdwijnt in de mond van mijn kleuter. Het verbaast me, want meestal valt hij eerst aan op de rest van zijn eten. Groenten eet hij over het algemeen niet zo gemakkelijk. En dat is een understatement. Aan de meeste groenten wil hij nog niet eens likken, laat staan zijn tanden erin zetten. ‘Wat zit je van je eten te genieten’, zeg ik tegen hem. ‘Weet je’, zegt hij ernstig en hij trekt de ketchup naar zich toe en wijst naar het plaatje op de fles. ‘Tomaten zijn heel lekker. Want die zijn gemaakt van ketchup.’

Er volgt een heel gesprek over het ontstaan van de desbetreffende saus en tomaten, waarbij hij kritisch van mij naar de tomaat op de fles kijkt. ‘Maar dat klopt niet’, zegt hij boos als hij hoort dat ketchup is gemaakt van tomaten en niet andersom. Alsof hij zich voor de gek gehouden voelt door mij en de ketchupfabriek. ‘Waarom doen ze dan een plaatje van tomaten op de fles?’

De herkomst van ons voedsel is iets wat de laatste tijd vaker bij ons ter sprake komt tijdens het eten. Zo hadden we eerder al een gesprek over hoe boter gemaakt wordt, dat kon onmogelijk van melk zijn, aldus mijn kleuter. Curry daarentegen lustte hij nooit. Totdat hij de verpakking goed ging bestuderen en er een plaatje van een frikandel op ontdekte. Curry moest dus wel gemaakt zijn van frikandellen. Ik probeerde nog uit te leggen hoe de vork in de steel zit, maar hoe ingewikkeld is het dat er op een ketchupfles een tomaat staat en op curry een frikandel?

Het enige wat voor hem wél klip-en-klaar is, is de herkomst van eieren. We hebben namelijk zelf kippen, die scharrelen hier rond in de tuin. Vlees is, net als curry, nog steeds een mysterie. Eén keer stelde hij daar een vraag over toen ik een stukje op zijn bord legde. ‘Waar is dit van gemaakt?’ ‘Van kip’, zei ik en ik keek hem aan, nieuwsgierig naar zijn reactie. Maar die was totaal anders dan ik had verwacht. Hij schoot keihard in de lach, terwijl hij door het raam liefdevol naar onze kippen Ria en Jannie keek. ‘Nee hoor, gekke mama.’ En toen was het gesprek klaar.

O, wat geniet ik van dit soort gesprekken. Ook al wordt alles wat ik over eten zeg, per definitie in twijfel getrokken. Soms probeert hij ineens nieuwe dingen. Zo wilde hij na zijn pindakaasopenbaring, opeens doppinda’s proeven. Nu moet ik nog wat verzinnen zodat hij groenten gaat proberen. Misschien plak ik binnenkort wel foto’s van spruitjes, broccoli en wortels op het broodbeleg. Want, zeg nou zelf, spruitjes gemaakt van hagelslag zijn natuurlijk het allerlekkerst.

Blog, Moederschap

Bang zijn mag

‘Ik wil niet,’ huilt mijn zoontje. Hij moet een coronatest doen omdat hij al dagen ziek is en klinkt als een zeehond uit Pieterburen. Mijn hart breekt als hij huilend uitroept: ‘Ik ben zo bang’. Ik sla mijn armen om hem heen. Ik probeer hem te overtuigen dat het goed is om de test te doen, maar hij weigert pertinent. Ik ben niet van plan hem gedwongen te laten testen, dus zit aardig in de rats. Hoe moet dat dan als hij zonder negatieve test niet naar school mag?

Na een heel lang gesprek waarin ik uitleg waarom het écht nodig is en dat hij bang mag zijn, gaat hij toch overstag. ‘Wat ben jij dapper,’ zeg ik trots als hij de test toch heeft gedaan. ‘Je was bang en hebt het toch gedaan. Dát is dapper zijn.’

Die middag moet ik steeds aan zijn angst voor de test denken. Het heeft indruk op me gemaakt wat een diepe angst kinderen kunnen voelen. Mijn zoontje is inmiddels weer doorgegaan met zijn leven en kijkt hangend op de bank een filmpje. Het raakt me hoe duidelijk hij zei dat hij bang was. Iets wat ik als volwassene verleerd lijk te zijn. Angst voel ik nog regelmatig, zeker in deze coronacrisis. Hoe vaak zeg ik nog in alle eerlijkheid: ‘ik ben bang’?

Want als ik eerlijk ben, maakt deze rare tijd een hoop in me los. Het feit dat we allemaal gewend zijn aan de bizarre maatregelen maakt me bang, dat mijn kleuter niet eens meer weet dat we naar de dierentuin konden gaan, dat mijn baby mij bevreemd aankijkt als ik haar wegbreng met mondkapje op. Ik ben bang dat de wereld vanaf nu altijd anders zal blijven. Kunnen we straks nog wel terug naar ‘het oude normaal’ of blijven er dingen anders? Ik wil dat niet. Maar net als de noodzakelijke test van mijn zoontje is dit niet iets waaraan we ontsnappen kunnen.

Kom op, vermaan ik mezelf. Het komt vast wel weer goed. Maar hoe hard ik die gedachte ook aan mijzelf opdring, het werkt averechts. Mijn hoofd weigert aan te nemen dat angst overbodig is. Totdat ik me realiseer dat ik het verkeerde tegen mezelf zeg. Ik vergeet iets tegen mezelf te zeggen wat ik wél tegen mijn zoontje zeg.

Je mag bang zijn.

Met dat ik dat denk voel ik me wat lichter. Deze tijd haalt voor veel mensen oud zeer naar boven, maakt nieuwe pijn en dat allemaal met veel minder nabijheid. We weten niet hoe lang het duurt, we weten niet hoe alles wordt. We mogen bang zijn tot het voorbij is en we mogen dit ook delen met anderen, want ik geloof dat ik niet de enige ben die dit een angstige tijd vindt.

In Stevig staan in een kwetsbare wereld schrijft Claartje Kruijff:

Het erkennen van kwetsbaarheid en imperfectie kan voor ons een bron van kracht en ontmoeting zijn.

Laten we elkaar ontmoeten (digitaal of coronaproof) in onze kwetsbaarheid. Zodat we tegen elkaar kunnen zeggen: ‘Wat ben jij dapper’. Want dat kunnen we allemaal wel wat vaker gebruiken.

Wie vind jij dapper?

Deze blog is gepubliceerd bij Power to the Mama’s.

Blog, Groei, Moederschap

Groeipijn

Huilend ligt mijn 5-jarige in zijn bed. ‘Mijn benen doen zo’n pijn,’ snikt hij terwijl hij naar zijn scheenbenen wijst. Het is niet de eerste keer dat hij zo wakker wordt laat op de avond. Al meerdere keren heb ik ’s avonds of ’s nachts zijn benen gemasseerd met kamilleolie. Ik pak het flesje er weer bij en druppel wat in mijn handpalm. We hadden het al snel herkend als groeipijn, die voorafgaat aan een groeispurt. Het is volkomen onschuldig, maar ik wist niet dat dat zo veel pijn kon doen bij een kind. ‘Ga maar lekker liggen,’ zeg ik zacht en ik leg zijn benen op mijn schoot.

Opschieten

De volgende ochtend besteed ik nauwelijks meer aandacht aan wat er die nacht is gebeurd. Ik moet opschieten, de school is weer geopend en de baby moet voor het eerst naar het kinderdagverblijf. We schuiven ons ontbijt naar binnen en proppen de lunch in de tas. Dan is het wassen, aankleden, inpakken en eerst naar school. Daarna lever ik stipt om 8.30 uur mijn baby coronaproof af. Het kinderdagverblijf is nieuw en door corona heb ik er ook niet echt een gevoel bij. Vrolijk zit mijn dochter in de armen van een wildvreemde. Ik slik mijn tranen weg terwijl ik naar haar zwaai.

Als ik in de auto zit, komen de waterlanders toch. Bij mijn zoon had ik het ook toen ik hem voor het eerst naar de gastouder toe bracht. Het loslaten van mijn kind en de zorg aan iemand toevertrouwen die ik niet ken, dat vind ik ingewikkeld. Komt het wel goed? Wat nou als ze niet kan slapen daar? Straks geven ze haar per ongeluk de verkeerde voeding. Moet ik anders nog even bellen om iets over haar slaapritueel te vertellen?

Groeipijn, denk ik ineens

Ik heb ook gewoon groeipijn. Toen ik net wegging, hoefde mijn dochter niet te huilen. Ik wel. Dit voelt als het einde van een tijdperk. Een era waarin ik er maandenlang 24/7 voor haar was. We hebben pittige maanden achter de rug en ik vond het erg moeilijk om iemand op haar te laten passen. Nu mijn verlof erop zit, moet ik wel. Ik kan mijn meisje moeilijk meenemen naar kantoor.

Doordat ik weer ga werken, ga ik een nieuwe fase in. Een fase waarin ik de zorg voor mijn baby moet delen en gedeeltelijk moet loslaten. Ik kan niet alles meer voor haar doen en oplossen. En dat losweken doet een beetje pijn. Volgens mij vooral bij mij, want als ik later op de ochtend bel, hoor ik van de juffen dat ze alleen maar lacht naar alles en iedereen.

De keren daarna wordt het wegbrengen steeds wat makkelijker. Het loslaten blijft nog wel een dingetje. Als ik op mijn werk weer eens groeipijn heb en de control freak in mij het kinderdagverblijf wil bellen om te horen of het wel goed gaat, dan denk ik aan de zere benen van mijn zoontje. Net zoals massage hem hielp, helpt het masseren van mijn hersenen ook als ik mezelf liefdevol toespreek: laat het maar los, je dochter is in goede handen. De groeispurt komt eraan.

Deze blog is gepubliceerd bij Power to the Mama’s.

Blog, Geloof, Groei, Moederschap, Rust & balans

Het seizoen van moederen

Rachel Held Evans, Corrie ten Boom, Rosa Parks. Zomaar een greep namen uit het boek Kijk ons leven! dat ik aan het lezen ben. Het gaat over inspirerende vrouwen die de wereld hebben veranderd. Vrouwen die keihard werkten om licht te schijnen in deze wereld. Op een rustig momentje zit ik op de bank, behaaglijk onder een kleedje met een kop koffie naast me. Mijn baby slaapt, mijn zoontje is op school. Ik lees het ene inspirerende verhaal na de andere.

De ene vrouw wijdde zich volledig aan God en volgde Hem tot aan India, de ander betekende veel in de strijd tegen het racisme en weer een andere vrouw stond op om een groot voorbeeld te zijn op het gebied van feminisme. Het zijn dames die stuk voor stuk leiders waren op een bepaald gebied. Als ik het lees voel ik me trots ook vrouw te zijn, onderdeel te zijn van een groter geheel. Mijn handen gaan jeuken om meer bij te dragen aan Gods Koninkrijk.

Ideeën heb ik genoeg. Schrijven dit, delen dat. Kaartje sturen zus en interesse tonen zo. Het is niet zo dat ik niets doe of dat ik niet weet wat. Ik zou alleen veel meer wíllen doen, maar het ontbreekt me simpelweg aan tijd, zoals de meeste moeders. En dat frustreert me.

Dan lees ik in het boek een citaat van Wilma Vermaat: ‘Mijn voeten hebben Zijn spoor gevolgd’.

Even wordt het stil in mij als deze tekst tot me doordringt. Al deze vrouwen hebben Zijn spoor voor hun leven gevolgd. God stuurt de ene vrouw naar Guatemala, de andere laat hij schijnen in Pakistan, maar ik lees ook over vrouwen die op de tweede plaats lijken te schijnen. Die hun man steunen die een belangrijke functie vervult. En ik?

Ik mag staan op de plaats die Hij mij gegeven heeft, waar ik nú sta. Nu is het seizoen van moederen.

Het stuk op het spoor waar ik nu loop is momenteel druk. Met kinderen, huishouden, werk. Er is simpelweg geen tijd om veel op te pakken. Sommige dingen die ik wil en verlang te doen gaan nu even niet. Maar er komt weer een tijd dat er meer ruimte komt. En in de tussentijd grijp ik aan wat God me aanreikt en wat past op mijn spoor.

Geraakt door dat inzicht blijf ik nog even op de bank hangen. Ik ben nu hier, in deze fase van mijn leven. Dat is op dit moment Zijn plan voor mij en mijn gezin. Nieuwe bloemen groeien op Zijn tijd. Geduldig wachten tot dingen tot bloei kunnen komen, is voor mij wel een dingetje. Maar als ik dat mag doen onder een kleedje met een kopje koffie, dan heb ik niks te klagen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Het boek ‘Kijk ons leven!’ is verkrijgbaar via Wijzijnlume.

Blog, Moederschap, Rust & balans

Viezigheid

Ik zit met mijn drie maanden oude meisje op de bank. Ze kijkt me aan met haar pretoogjes en er verschijnt een gulle lach op haar gezichtje. Meisje, wat ben je mooi. Wat ben je lief. Na de eerste moeilijke maanden kan ik eindelijk genieten van dit wondertje op mijn schoot. Want man, man, wat was het begin van haar leven zwaar.

In haar korte leventje is ze al twee keer opgenomen geweest in het ziekenhuis. Er waren allerlei fysieke problemen waardoor ze niet wilde slapen en maar blééf huilen. Op een gegeven moment kon ik niet meer, ik had geen energie meer om voor haar te zorgen. En niet alleen mijn energie was op. We hebben als gezin enorm geworsteld met de situatie. Nog steeds ben ik niet de oude. Ik heb een fikse klap van dit alles gehad en daar ben ik niet één, twee, drie overheen. Als ik alles tot me door laat dringen kan ik zo huilen. In plaats van een roze wolk voelde het alsof ik op een diepgrijze donderwolk zat.

Nu ze zo heerlijk bij me zit te lachen, met haar handje om mijn vinger, zuig ik dit genietmoment helemaal in me op. Er zit een uitgerust meisje dat zich eindelijk kan ontwikkelen en dat zichtbaar geniet van haar grote broer die gekke bekken trekt. Zachtjes aai ik over haar bolletje met pluishaartjes. Ik kus haar handje, waarbij ik me ineens gewaarword van een merkwaardige geur. Ik ruik nog eens aan haar vingertjes. Hoe kunnen die zo stinken? Het is niet dat ik haar nooit badder. Voorzichtig open ik haar knuistje en tref daar een partij vuiltjes en pluizen aan waar je ‘u’ tegen zegt. Aha, dat verklaart de stank.

Als ze later in haar bed ligt en ik de keuken aan het opruimen ben, voel ik de vermoeidheid in mijn lijf terugkeren. Het is een gevoel dat ik ken sinds de laatste ziekenhuisopname. Een intense moeheid die me voortdurend overvalt. Het liefst zou ik in bed kruipen en daar voorlopig blijven, maar duty calls. Op de eettafel staan nog drie volle wasmanden die opgevouwen moeten worden.

Terwijl ik de washandjes opstapel, denk ik aan het stinkende handje van mijn dochter en ineens dringt er iets tot me door. Op het eerste oog leek haar hand schoon, maar er zat een hoop viezigheid in. Het is een beetje hoe ik me nu voel. We zijn als gezin in rustiger vaarwater doordat ons meisje zich herstelt, maar in mijn hoofd is het nog een puinhoop. Er kleeft nog een hoop viezigheid aan me in de vorm van een gedachtenwarboel, moeheid en verdriet om wat ons allemaal overkwam. Tijd om mijn hoofd van binnen ook maar eens schoon te gaan maken, voordat het daar nog harder gaat stinken.

Ik laat de was voor wat die is en nestel mezelf onder een kleedje op de bank. Mijn ogen zijn te moe om open te houden, dus ik sta mezelf toe om ze dicht te doen. Rust, daar begint het mee. Iedereen roept al weken tegen me dat ik meer voor mezelf moet gaan zorgen zodat ik bij kan komen. Maar het is een vies babyknuistje dat me de ogen opent.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Geloven, Moederschap

Help, Heer

Met mijn baby van net 5 weken oud zit ik op de bank. Ze krijst, ze krimpt ineen en overstrekt zich. Krampjes. Ik heb al gewandeld met haar op mijn arm, gefietst met haar beentjes in de lucht en inmiddels ligt er al even een speciaal warmtekussentje op haar buikje. Het helpt allemaal niet. En dit is niet de eerste keer dat we vandaag zo zitten. Mijn kleintje wordt enorm geplaagd door pijn in haar buik, elke dag weer. Slapen is er voor haar en mij weinig bij.

We zijn al een aantal keer in het ziekenhuis geweest en zijn inmiddels de diagnoses koemelkallergie en reflux rijker. Het huilen staat me ondertussen nader dan het lachen. Zeker als ik mijn 4-jarige weer moet laten wachten tot ik een spelletje met hem ga spelen. Dat mijn huis één grote ontplofte chaos is, boeit me nog het allerminst. Het feit dat we al drie keer een magnetronmaaltijd hebben opgepiept deze week frustreert me wel. Ik wil mijn gezin graag gezond en goed voeden.

‘Help, Heer. Het is zo zwaar’, fluister ik zacht.

En dan bid ik uit radeloosheid iets wat ik nooit eerder gebeden heb. ‘Wilt U hulp sturen?’

Hulp accepteren is iets wat ik voorheen nooit deed. Mijn eerste kindje had ook een pittige start. Destijds kreeg ik hulp aangeboden. Ik zei tegen iedereen dat ik het lief vond, maar vervolgens liet ik de hulp niet toe. Ik wilde het zelf oplossen. Dat móest ik kunnen. Van mezelf. Anders schoot ik tekort. Ik moest in staat zijn alle ballen in de lucht te houden.

Inmiddels ben ik er na vier jaar achter dat dat onmogelijk is. Soms lukt het een poosje om alles smooth te laten verlopen, maar veel vaker lopen er dingen in het honderd. Ik accepteer steeds meer dat ik het niet op eigen kracht kan, dat ik God nodig heb. Maar praktische hulp accepteren kan ik nog steeds niet goed.

Nog diezelfde dag krijg ik een appje van mijn schoonzusje. Of mijn zoontje daar een keertje wil komen spelen, zodat ik wat meer ademruimte heb thuis. Dankbaar maak ik een afspraak. De volgende dag vraagt mijn zus of ze iets kan doen om ons te helpen. ‘Wil je een keer een maaltijd voor ons maken?,’ durf ik te vragen. ‘Zal ik een lekkere grote lasagne maken?,’ stelt ze voor. ‘Dan kun je er twee keer van eten. En zal ik ook boodschappen voor je doen? Stuur me maar een lijstje.’ Hartverwarmend.

Ineens glinsteren er vanuit verschillende kanten meerdere behulpzame lichtpuntjes. De vermoeidheid en de zorgen zijn niet ineens opgelost, maar ik voel me gedragen. Door de hulp om ons heen kost het me minder moeite om door deze periode heen te komen, want er ontstaat verbinding met anderen en ruimte voor wat meer ontspanning. Blijkbaar was het nodig dat ik zelf het punt bereikte dat ik om hulp kón vragen.

Een aantal dagen later luister ik, terwijl ik rondwandel met mijn jongste in een draagdoek, naar een podcast van ‘Bij Jorieke’, waarin Carianne Ros het heeft over hulp accepteren. Ze zegt dat God mensen in Zijn Koninkrijk gebruikt om andere ´kinderen´ te helpen. Daarom mag ik, en ook jij, hulp accepteren als je dit nodig hebt. De hulp van een ander komt van Hem. Hij wil zijn liefde aan ons geven, door anderen heen. Durf God erom te vragen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash