Browsing Category

Moederschap

Blog, Moederschap

Groeipijn

Huilend ligt mijn 5-jarige in zijn bed. ‘Mijn benen doen zo’n pijn,’ snikt hij terwijl hij naar zijn scheenbenen wijst. Het is niet de eerste keer dat hij zo wakker wordt laat op de avond. Al meerdere keren heb ik ’s avonds of ’s nachts zijn benen gemasseerd met kamilleolie. Ik pak het flesje er weer bij en druppel wat in mijn handpalm. We hadden het al snel herkend als groeipijn, die voorafgaat aan een groeispurt. Het is volkomen onschuldig, maar ik wist niet dat dat zo veel pijn kon doen bij een kind. ‘Ga maar lekker liggen,’ zeg ik zacht en ik leg zijn benen op mijn schoot.

Opschieten

De volgende ochtend besteed ik nauwelijks meer aandacht aan wat er die nacht is gebeurd. Ik moet opschieten, de school is weer geopend en de baby moet voor het eerst naar het kinderdagverblijf. We schuiven ons ontbijt naar binnen en proppen de lunch in de tas. Dan is het wassen, aankleden, inpakken en eerst naar school. Daarna lever ik stipt om 8.30 uur mijn baby coronaproof af. Het kinderdagverblijf is nieuw en door corona heb ik er ook niet echt een gevoel bij. Vrolijk zit mijn dochter in de armen van een wildvreemde. Ik slik mijn tranen weg terwijl ik naar haar zwaai.

Als ik in de auto zit, komen de waterlanders toch. Bij mijn zoon had ik het ook toen ik hem voor het eerst naar de gastouder toe bracht. Het loslaten van mijn kind en de zorg aan iemand toevertrouwen die ik niet ken, dat vind ik ingewikkeld. Komt het wel goed? Wat nou als ze niet kan slapen daar? Straks geven ze haar per ongeluk de verkeerde voeding. Moet ik anders nog even bellen om iets over haar slaapritueel te vertellen?

Groeipijn, denk ik ineens

Ik heb ook gewoon groeipijn. Toen ik net wegging, hoefde mijn dochter niet te huilen. Ik wel. Dit voelt als het einde van een tijdperk. Een era waarin ik er maandenlang 24/7 voor haar was. We hebben pittige maanden achter de rug en ik vond het erg moeilijk om iemand op haar te laten passen. Nu mijn verlof erop zit, moet ik wel. Ik kan mijn meisje moeilijk meenemen naar kantoor.

Doordat ik weer ga werken, ga ik een nieuwe fase in. Een fase waarin ik de zorg voor mijn baby moet delen en gedeeltelijk moet loslaten. Ik kan niet alles meer voor haar doen en oplossen. En dat losweken doet een beetje pijn. Volgens mij vooral bij mij, want als ik later op de ochtend bel, hoor ik van de juffen dat ze alleen maar lacht naar alles en iedereen.

De keren daarna wordt het wegbrengen steeds wat makkelijker. Het loslaten blijft nog wel een dingetje. Als ik op mijn werk weer eens groeipijn heb en de control freak in mij het kinderdagverblijf wil bellen om te horen of het wel goed gaat, dan denk ik aan de zere benen van mijn zoontje. Net zoals massage hem hielp, helpt het masseren van mijn hersenen ook als ik mezelf liefdevol toespreek: laat het maar los, je dochter is in goede handen. De groeispurt komt eraan.

Deze blog is gepubliceerd bij Power to the Mama’s.

Blog, Geloof, Moederschap

Het seizoen van moederen

Rachel Held Evans, Corrie ten Boom, Rosa Parks. Zomaar een greep namen uit het boek Kijk ons leven! dat ik aan het lezen ben. Het gaat over inspirerende vrouwen die de wereld hebben veranderd. Vrouwen die keihard werkten om licht te schijnen in deze wereld. Op een rustig momentje zit ik op de bank, behaaglijk onder een kleedje met een kop koffie naast me. Mijn baby slaapt, mijn zoontje is op school. Ik lees het ene inspirerende verhaal na de andere.

De ene vrouw wijdde zich volledig aan God en volgde Hem tot aan India, de ander betekende veel in de strijd tegen het racisme en weer een andere vrouw stond op om een groot voorbeeld te zijn op het gebied van feminisme. Het zijn dames die stuk voor stuk leiders waren op een bepaald gebied. Als ik het lees voel ik me trots ook vrouw te zijn, onderdeel te zijn van een groter geheel. Mijn handen gaan jeuken om meer bij te dragen aan Gods Koninkrijk.

Ideeën heb ik genoeg. Schrijven dit, delen dat. Kaartje sturen zus en interesse tonen zo. Het is niet zo dat ik niets doe of dat ik niet weet wat. Ik zou alleen veel meer wíllen doen, maar het ontbreekt me simpelweg aan tijd, zoals de meeste moeders. En dat frustreert me.

Dan lees ik in het boek een citaat van Wilma Vermaat: ‘Mijn voeten hebben Zijn spoor gevolgd’.

Even wordt het stil in mij als deze tekst tot me doordringt. Al deze vrouwen hebben Zijn spoor voor hun leven gevolgd. God stuurt de ene vrouw naar Guatemala, de andere laat hij schijnen in Pakistan, maar ik lees ook over vrouwen die op de tweede plaats lijken te schijnen. Die hun man steunen die een belangrijke functie vervult. En ik?

Ik mag staan op de plaats die Hij mij gegeven heeft, waar ik nú sta. Nu is het seizoen van moederen.

Het stuk op het spoor waar ik nu loop is momenteel druk. Met kinderen, huishouden, werk. Er is simpelweg geen tijd om veel op te pakken. Sommige dingen die ik wil en verlang te doen gaan nu even niet. Maar er komt weer een tijd dat er meer ruimte komt. En in de tussentijd grijp ik aan wat God me aanreikt en wat past op mijn spoor.

Geraakt door dat inzicht blijf ik nog even op de bank hangen. Ik ben nu hier, in deze fase van mijn leven. Dat is op dit moment Zijn plan voor mij en mijn gezin. Nieuwe bloemen groeien op Zijn tijd. Geduldig wachten tot dingen tot bloei kunnen komen, is voor mij wel een dingetje. Maar als ik dat mag doen onder een kleedje met een kopje koffie, dan heb ik niks te klagen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Het boek ‘Kijk ons leven!’ is verkrijgbaar via Wijzijnlume.

Blog, Moederschap

Viezigheid

Ik zit met mijn drie maanden oude meisje op de bank. Ze kijkt me aan met haar pretoogjes en er verschijnt een gulle lach op haar gezichtje. Meisje, wat ben je mooi. Wat ben je lief. Na de eerste moeilijke maanden kan ik eindelijk genieten van dit wondertje op mijn schoot. Want man, man, wat was het begin van haar leven zwaar.

In haar korte leventje is ze al twee keer opgenomen geweest in het ziekenhuis. Er waren allerlei fysieke problemen waardoor ze niet wilde slapen en maar blééf huilen. Op een gegeven moment kon ik niet meer, ik had geen energie meer om voor haar te zorgen. En niet alleen mijn energie was op. We hebben als gezin enorm geworsteld met de situatie. Nog steeds ben ik niet de oude. Ik heb een fikse klap van dit alles gehad en daar ben ik niet één, twee, drie overheen. Als ik alles tot me door laat dringen kan ik zo huilen. In plaats van een roze wolk voelde het alsof ik op een diepgrijze donderwolk zat.

Nu ze zo heerlijk bij me zit te lachen, met haar handje om mijn vinger, zuig ik dit genietmoment helemaal in me op. Er zit een uitgerust meisje dat zich eindelijk kan ontwikkelen en dat zichtbaar geniet van haar grote broer die gekke bekken trekt. Zachtjes aai ik over haar bolletje met pluishaartjes. Ik kus haar handje, waarbij ik me ineens gewaarword van een merkwaardige geur. Ik ruik nog eens aan haar vingertjes. Hoe kunnen die zo stinken? Het is niet dat ik haar nooit badder. Voorzichtig open ik haar knuistje en tref daar een partij vuiltjes en pluizen aan waar je ‘u’ tegen zegt. Aha, dat verklaart de stank.

Als ze later in haar bed ligt en ik de keuken aan het opruimen ben, voel ik de vermoeidheid in mijn lijf terugkeren. Het is een gevoel dat ik ken sinds de laatste ziekenhuisopname. Een intense moeheid die me voortdurend overvalt. Het liefst zou ik in bed kruipen en daar voorlopig blijven, maar duty calls. Op de eettafel staan nog drie volle wasmanden die opgevouwen moeten worden.

Terwijl ik de washandjes opstapel, denk ik aan het stinkende handje van mijn dochter en ineens dringt er iets tot me door. Op het eerste oog leek haar hand schoon, maar er zat een hoop viezigheid in. Het is een beetje hoe ik me nu voel. We zijn als gezin in rustiger vaarwater doordat ons meisje zich herstelt, maar in mijn hoofd is het nog een puinhoop. Er kleeft nog een hoop viezigheid aan me in de vorm van een gedachtenwarboel, moeheid en verdriet om wat ons allemaal overkwam. Tijd om mijn hoofd van binnen ook maar eens schoon te gaan maken, voordat het daar nog harder gaat stinken.

Ik laat de was voor wat die is en nestel mezelf onder een kleedje op de bank. Mijn ogen zijn te moe om open te houden, dus ik sta mezelf toe om ze dicht te doen. Rust, daar begint het mee. Iedereen roept al weken tegen me dat ik meer voor mezelf moet gaan zorgen zodat ik bij kan komen. Maar het is een vies babyknuistje dat me de ogen opent.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Geloven, Moederschap

Help, Heer

Met mijn baby van net 5 weken oud zit ik op de bank. Ze krijst, ze krimpt ineen en overstrekt zich. Krampjes. Ik heb al gewandeld met haar op mijn arm, gefietst met haar beentjes in de lucht en inmiddels ligt er al even een speciaal warmtekussentje op haar buikje. Het helpt allemaal niet. En dit is niet de eerste keer dat we vandaag zo zitten. Mijn kleintje wordt enorm geplaagd door pijn in haar buik, elke dag weer. Slapen is er voor haar en mij weinig bij.

We zijn al een aantal keer in het ziekenhuis geweest en zijn inmiddels de diagnoses koemelkallergie en reflux rijker. Het huilen staat me ondertussen nader dan het lachen. Zeker als ik mijn 4-jarige weer moet laten wachten tot ik een spelletje met hem ga spelen. Dat mijn huis één grote ontplofte chaos is, boeit me nog het allerminst. Het feit dat we al drie keer een magnetronmaaltijd hebben opgepiept deze week frustreert me wel. Ik wil mijn gezin graag gezond en goed voeden.

‘Help, Heer. Het is zo zwaar’, fluister ik zacht.

En dan bid ik uit radeloosheid iets wat ik nooit eerder gebeden heb. ‘Wilt U hulp sturen?’

Hulp accepteren is iets wat ik voorheen nooit deed. Mijn eerste kindje had ook een pittige start. Destijds kreeg ik hulp aangeboden. Ik zei tegen iedereen dat ik het lief vond, maar vervolgens liet ik de hulp niet toe. Ik wilde het zelf oplossen. Dat móest ik kunnen. Van mezelf. Anders schoot ik tekort. Ik moest in staat zijn alle ballen in de lucht te houden.

Inmiddels ben ik er na vier jaar achter dat dat onmogelijk is. Soms lukt het een poosje om alles smooth te laten verlopen, maar veel vaker lopen er dingen in het honderd. Ik accepteer steeds meer dat ik het niet op eigen kracht kan, dat ik God nodig heb. Maar praktische hulp accepteren kan ik nog steeds niet goed.

Nog diezelfde dag krijg ik een appje van mijn schoonzusje. Of mijn zoontje daar een keertje wil komen spelen, zodat ik wat meer ademruimte heb thuis. Dankbaar maak ik een afspraak. De volgende dag vraagt mijn zus of ze iets kan doen om ons te helpen. ‘Wil je een keer een maaltijd voor ons maken?,’ durf ik te vragen. ‘Zal ik een lekkere grote lasagne maken?,’ stelt ze voor. ‘Dan kun je er twee keer van eten. En zal ik ook boodschappen voor je doen? Stuur me maar een lijstje.’ Hartverwarmend.

Ineens glinsteren er vanuit verschillende kanten meerdere behulpzame lichtpuntjes. De vermoeidheid en de zorgen zijn niet ineens opgelost, maar ik voel me gedragen. Door de hulp om ons heen kost het me minder moeite om door deze periode heen te komen, want er ontstaat verbinding met anderen en ruimte voor wat meer ontspanning. Blijkbaar was het nodig dat ik zelf het punt bereikte dat ik om hulp kón vragen.

Een aantal dagen later luister ik, terwijl ik rondwandel met mijn jongste in een draagdoek, naar een podcast van ‘Bij Jorieke’, waarin Carianne Ros het heeft over hulp accepteren. Ze zegt dat God mensen in Zijn Koninkrijk gebruikt om andere ´kinderen´ te helpen. Daarom mag ik, en ook jij, hulp accepteren als je dit nodig hebt. De hulp van een ander komt van Hem. Hij wil zijn liefde aan ons geven, door anderen heen. Durf God erom te vragen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Lifestyle, Moederschap

Afstand brengt ook iets moois

Met mijn fiets aan de hand loop ik richting het schoolplein. Voor het coronagedoe mochten we als moeders op het plein wachten, maar nu moeten we buiten het houten schoolhek wachten. Uiteraard op gepaste afstand.

Ik zet mijn fiets neer. Normaal gesproken raak ik altijd aan de praat met andere moeders, maar nu ben ik wat later en sta ik bijna achteraan de rij wachtenden ouders. Dat geeft me een mooi uitzicht op het tafereel dat me normaal gesproken compleet ontgaat.

De schooldeur gaat open. Aan elk van haar gehandschoende handen heeft de juf een kleutertje lopen. Achter haar volgt zich een keurig opgestelde rij van twee kleutertjes, hand in hand. Ik speur de rij af en zie achteraan het gestreepte jasje van mijn zoontje. Zodra de kindjes de moeders in het oog krijgen rennen ze allemaal naar het hek. De kinderen klinken als een kudde blatende schapen. ‘Mama, mama’ klinkt het geroep van alle kinderstemmetjes luid door elkaar, terwijl ze onrustig voor het hek op en neer bewegen. Sommige klimmen zelfs op het hek, zoals mijn eigen lammetje.

Er verschijnt een lach op mijn gezicht.

Het lijkt wel alsof ik de enige ben die hier een enthousiaste kudde schaapjes in ziet en hoort. Moeders en vaders om mij heen zijn druk in gesprek of stoppen snel hun mobiel in hun zak. Later zit ik in de tuin en hoor ik in de verte de schapen van de buren blaten. Ik denk weer terug aan het schoolplein. De afstand die we nu ervaren tussen mensen, in onze relaties en tot anders zo gewone situaties, kan ons ook wat brengen. Door afstand zie je het overzicht en vaak krijg je dan een nieuw inzicht. Je ziet wat belangrijk is of wat misschien al te lang een veel te grote plaats inneemt in je leven.

Misschien herken je het wel en genoot je tijdens de lockdown enorm van de momenten met je gezin die je anders weinig had. Of geniet je juist nu weer extra van je baan nu alle kinderen weer naar school gaan en realiseer je je dat je écht oplaadt van die werkdagen. Wie weet heb je een hobby (her)ontdekt voel je dat je een bepaalde vriendin erg hebt gemist.

Afstand helpt je om het totaalplaatje te zien, het kaf van het koren te scheiden. Het helpt je om te zien welke schapen een belangrijk onderdeel van jouw kudde vormen. Het lijkt me fijn om vaker wat meer achteraan te gaan staan. Zodat ik ontdek wat voor mij belangrijk is en dan bewust daarvoor kan kiezen. Dan brengt de afstand me in elk geval nog iets moois.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Moederschap

Leren van de wet van Murphy

De ochtend begint al lekker voor mijn zoontje. Hij springt op zijn bed, valt en knalt met zijn hoofd precies tegen de kast. Hard huilen natuurlijk, maar er is niets te zien. Gelukkig maar, want morgen moet hij op de schoolfoto. Het is zo zonde als hij daar met een blauwe plek op staat. Helaas is deze valpartij nog maar het begin, zo blijkt een kwartier later: terwijl ik de koelkast open rent hij in al zijn speelsheid precies tegen het handvat aan. Kleng! Het resultaat: één blauwe plek op zijn voorhoofd en eentje onder zijn neus.

Heb je weleens gehoord van de Wet van Murphy? ‘If anything can go wrong, it will go wrong’Als er iets fout kan gaan, dan gebeurt dat ook. Als je kind van de bank valt, dan klapt hij precies op de salontafel. Wanneer er één legoblokje op de vloer ligt, dan ga je daar precies op staan. Herkenbaar?! Als je de koelkast opent en je zoon moet de volgende dag op de schoolfoto, dan… nou ja, je snapt het.

Of je deze uitspraak nou kent of niet, de kans is heel groot dat je er bewust of onbewust mee te maken krijgt. Je gaat als volwassene niet meer ondersteboven van de glijbaan, want je weet uit ervaring: dat kan flink fout gaan. De hete kraan zet je nooit té heet. En rennen met een schaar: welke volwassene doet dat nou? Zul je altijd zien: áls je een keer met een schaar rent, dat je uitgerekend dan op een verdwaald legoblokje gaat staan en valt met als resultaat dat scherpe ding in je buik.

Het moederschap bestaat uit een reeks van pogingen om je kleine telgjes te leren dat ze niet zo roekeloos moeten doen. Maar ik vind het niet altijd leuk om de party pooper te moeten zijn. Om de een of andere reden is mijn man dat zelden. Hij stimuleert onze zoon juist om van een klimrek te springen, gooit hem speels in de lucht en zet hem gerust op een hoge tak in een boom. En die kleine vindt dat fantastisch. Totdat het fout gaat natuurlijk. Dan sta ik er als spelbreker bij: ‘Zie je wel, zulk soort dingen gaan altijd mis.’

Als ik de Wet van Murphy moet geloven, kan er altijd wel iets misgaan en kun je dat ook níet tegenhouden. Dus ga ik het omarmen. Het vallen, de risico’s en het geëxperimenteer van mijn kind. Misschien klim ik zelfs wel mét hem in een boom of ga ik weer eens ondersteboven van de glijbaan. Onvermijdelijk heeft hij blauwe plekken op de pasfoto, maar dan kun je in ieder geval wel zien dat er in ons gezin wordt geleefd en genoten en dat we avonturen beleven. En van die pijn, daar leert hij vanzelf van. Alhoewel, het is wel een jongen en mannen blijven hardleers…

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven, Moederschap

De zegen van een zegenliedje

Mijn zoontje is beneden terwijl ik boven de was doe. Elly en Rikkert klinken luid over de boxen. Het zijn de liedjes waar ik als kind ook eindeloos naar luisterde. Ik vind het heel waardevol dat ik mijn zoontje deze muziek ook mee kan geven. Vroeger luisterde ik cassettebandjes, nu stream ik de muziek gewoon. We gaan nog wel een béétje met de tijd mee.

“Mama?,” roept mijn driejarige onderaan de trap. “Mag ‘ie nog een keer?”
“Wat bedoel je?,” vraag ik en ik hang over het traphek en kijk naar zijn breeduit lachende gezichtje.
“Ik zegen jou. Ik wil die nog een keer. Mag dat?”
Natuurlijk mag dat. Graag zelfs.

Ik zet het liedje nog een keer aan en wil weer naar boven gaan. Duty calls, die was hangt zichzelf niet op. Maar daar denkt mijn zoon anders over. “Nee, jij moet op de stoel zitten.” Hij gebaart naar waar ik moet gaan zitten en kijkt me poeslief aan. “Wil jij meezingen?”

Hoe kan ik dat verzoek weerstaan? Ik ga zitten en hij nestelt zich op mijn schoot, legt zijn hoofd tegen mijn borst en luistert stilletjes als ik meezing:

‘Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij bewijst Zijn trouw
Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij blijft bij jou’

“Nog een keer,” zegt hij. “Ik vind dit een heel mooi liedje.”
Ik tik op mijn telefoon het liedje nog een keer aan en het pianomuziekje begint weer.
“Nu moet ik op de stoel en dan moet jij bij mij op schoot. Dan ga ik voor jou zingen,” zegt hij vastberaden. Ik glimlach. “Zullen we anders zo blijven zitten?” Mijn gewicht op zijn schootje, dat wil ik hem toch niet aandoen.

Elly en Rikkert beginnen weer te zingen, maar niet alleen. Mijn peutertje doet mee. Hij legt zijn arm op de mijne en zingt loepzuiver: ‘Ik zegen jou in Jezus naam, Hij blijft bij jou.’ De coupletten zijn vals, er missen woorden, maar het zuiver gezongen refrein raakt me recht in mijn hart. Het is met recht een zegenliedje, dat is duidelijk.

Hoe vaak zegenen we onze kinderen, onze geliefden? In de kerk vind ik het altijd een van de fijnste momenten: het zegenmoment vlak voordat de dienst afgelopen is. Zegening is de vraag of God iemand overvloed, voorspoed en gezondheid wil geven. Vanuit ons geloof in Jezus mogen we zelfs de zegen over iemand uitspreken: ‘Ik zegen jou in Jezus’ naam.’ Zijn overvloed is het mooiste wat we de ander mogen geven.

Die mooie woorden mag ik dus best vaker uitspreken over mijn zoontje, maar ook over mijn man, vrienden of anderen die ik liefheb. Van Zijn zegen kun je niet genoeg ontvangen. Ikzelf ook niet. En dat had mijn peuter allang door, vandaar dat hij mij vroeg of ik bij hem op schoot kwam voor het liedje. Alhoewel mijn billen op zijn schootje voor hem dan weer niet zo’n zegen zijn.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Gedichten, Moederschap, Natuur

Haaientanden

Kikkervisjes vangen
Slakken verhuizen, op de rand
van het bruggetje wiebelen met je benen

Middag na middag, betoverde
minuten worden uren

Een broekzak vol stenen, elfenzand
goud, haaientanden, avonturen

Blog, Geloven, Moederschap

Faal, vergeet en leer

Even let ik niet op. Even. Als ik weer kijk staat mijn peuter op het keukentrappetje bij de porseleinen spoelbak. Zijn nieuwste hobby is het stiekem leegspuiten van alles waar zeep in zit. Afwasmiddel, handzeep, shampoo, niets is veilig.Voordat ik bij hem ben klinkt er een luide tik. Het stenen zeeppompje is in de wasbak gevallen. Verschrikt spurt ik ernaar toe, spreek mijn zoontje vermanend toe, zet het zeeppompje – dat zowaar nog heel is – terug en haal het trappetje weg. Even later ontdek ik een scheur van jewelste in de porseleinen spoelbak.

De scheur blijkt niet enkel een esthetisch probleempje te zijn, hij is door en de wasbak lekt aan de onderkant. Een paar telefoontjes en een bezoekje aan de keukenboer later leert ons dat het én niet meer te maken is, maar dat de desbetreffende spoelbak ook uit de handel gehaald is. Het onvermijdelijke gevolg: nieuwe spoelbak, nieuw aanrechtblad, muur opnieuw sausen en hopen dat het behang heel blijft. Je snapt het wel: we balen. Ook al zijn we niet boos geworden op de kleine man, hij merkt dat het niet zomaar een ongelukje is. Hij zegt – uit zichzelf- die dag meerdere keren ‘sorry’, totdat ik nadrukkelijk zeg dat hij het niet meer hoeft te zeggen. Het was immers een ongelukje.

De volgende ochtend wil mijn zoontje de scheur weer bekijken en even later wéér en later nóg eens. En nog eens, en nog eens. Het hele voorval heeft indruk op hem gemaakt, dat is duidelijk. 
En dan zie ik ineens een parallel met mijn eigen leven. De appel valt overduidelijk niet ver van de boom.  

God vertrouwt mij dingen toe: de zorg voor mijn kind, mijn werk, de zorg voor anderen waar ik een bepaalde relatie mee heb. Hij geeft mij talenten en daar mag ik wat mee doen. Zóveel schenkt hij en daarmee geeft hij ook verantwoordelijkheid. 
En net als ieder ander maak ik fouten. Val ik uit tegen iemand en maak ik daarmee een krasje, buts of soms zelfs een scheur. En o, wat kan ik dan toch boos worden op mezelf als ik faal. En wat komt die fout dan toch vaak terug in mijn gedachten.

Maar Ik doe al jullie ongehoorzaamheid weg. Al jullie slechte daden wis Ik uit. Dat doe Ik omdat Ik dat wil en niet omdat jullie het verdienen. Ik zal er zelfs niet meer aan denken. 
Jesaja 43:25 (Basisbijbel)

Waarom kan ik tegenover mijn zoontje zo compassievol zijn bij een fout en bij mezelf niet? Als God ze allang heeft weggedaan, waarom zou ik er dan aan blijven denken? Dat is niet wat Hij voor mij wil. En als jij daar ook moeite mee hebt; het is ook niet wat Hij voor jou wil. Hij wil dat we vrij zijn en dat we net als Hij dat doet, niet meer aan onze zonden denken. We mogen het echt loslaten en tegen onszelf zeggen: ‘Ik ga hier niet meer aan denken.’

Nog een dag later is mijn zoontje de scheur helemaal vergeten, hij speelt weer zonder kijk-de wasbak-is-kapotonderbrekingen. Maar als hij later zijn handen wil wassen vraagt hij ineens: Mama, wil jij zeep op mijn handen doen? En dat is dus wat we moeten doen met onze fouten: vergeten en ervan leren. Ik kan blijkbaar nog een hoop leren van mijn driejarige. 

Foto: Unsplash

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap

Ik kan mezelf niet horen denken

“Hou eens even je mond. Ik kan mezelf niet eens horen denken,” bijt ik hem toe. Vanachter mijn laptop kijk ik mijn peuter aan met een donkere blik. “Ik moet even werken en als jij zo’n herrie maakt kan ik niet denken.” 
Abrupt eindigt zijn spraakwaterval en stilletjes speelt hij verder. Mijn driejarige kan me een partij kletsen, zijn mondje staat eigenlijk nooit stil. Alleen als hij slaapt of een filmpje kijkt zegt hij niks. Meestal vind ik zijn gebabbel heerlijk, maar nu… ik kan het niet hebben. Rust wil ik en stilte. Absolute stilte.

Sinds de kleine man ’s middags niet meer een middagdutje doet komt mijn planning aardig in het gedrang. Op zijn slaapmoment schreef ik vaak of had ik even tijd voor iets voor mezelf. Maar nu heb ik overdag eigenlijk geen verloren ogenblikje voor mezelf meer en dat frustreert me. Ik mag al blij zijn als ik even alleen naar de wc kan, zonder dat de deur opengetrokken wordt en er wordt gevraagd wat ik aan het doen ben.

Na mijn uitbarsting blijft het misschien een minuut stil en daarna gaat de kleine man op volle sterkte weer verder. Mijn hart klopt driftig in mijn borstkas terwijl ik me probeer te concentreren op wat ik aan het schrijven ben. Dit is gewoon kansloos. Tijd voor mezelf met een peuter om me heen is geen optie. Met een diepe zucht klap ik mijn laptop dicht en loop de kamer uit.  
“Mama, wat ga je doen? Mag ik mee?”, klinkt het achter me.

Tijdens het avondeten ben ik stiller dan anders. De drukte in huis gaat onvermoeibaar door, maar mijn hoofd wil zich afsluiten en alvast gaan slapen. Er wordt iets aan me gevraagd, maar ik hoor het amper totdat mijn man zijn hand op mijn arm legt.  

“Gaat het wel?”

“Ik kan mezelf niet horen denken,” zeg ik voor de tweede keer die dag. Ik zucht diep en wrijf in mijn ogen. 
“Neem dan even de ruimte,” zegt hij.  
Ik lach schamper. “Hoe dan? Wanneer dan? Er is altijd wel iets te doen.” 
“Nu. Nu hoef je niets te doen.”

Na wat morren en protesteren geef ik me er toch aan over. Alles even loslaten is niet zo eenvoudig. Maar na aandringen van zijn kant sluit ik me op in de slaapkamer. Eindelijk is er stilte, ik hoor mijn gedachten weer. “Goed zo,” zeggen ze, “dit heb je nodig. Alles is nu anders. Er is minder tijd voor jezelf, maar die momenten kun je wel creëren. Laat je soms maar ontzorgen, je kan niet altijd aan staan. Soms moet je even op stand by. En koester die lieve vent die dat mogelijk maakt.”

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.