Uit de categorie

Groei

Blog, Groei, Moederschap

Groeipijn

Huilend ligt mijn 5-jarige in zijn bed. ‘Mijn benen doen zo’n pijn,’ snikt hij terwijl hij naar zijn scheenbenen wijst. Het is niet de eerste keer dat hij zo wakker wordt laat op de avond. Al meerdere keren heb ik ’s avonds of ’s nachts zijn benen gemasseerd met kamilleolie. Ik pak het flesje er weer bij en druppel wat in mijn handpalm. We hadden het al snel herkend als groeipijn, die voorafgaat aan een groeispurt. Het is volkomen onschuldig, maar ik wist niet dat dat zo veel pijn kon doen bij een kind. ‘Ga maar lekker liggen,’ zeg ik zacht en ik leg zijn benen op mijn schoot.

Opschieten

De volgende ochtend besteed ik nauwelijks meer aandacht aan wat er die nacht is gebeurd. Ik moet opschieten, de school is weer geopend en de baby moet voor het eerst naar het kinderdagverblijf. We schuiven ons ontbijt naar binnen en proppen de lunch in de tas. Dan is het wassen, aankleden, inpakken en eerst naar school. Daarna lever ik stipt om 8.30 uur mijn baby coronaproof af. Het kinderdagverblijf is nieuw en door corona heb ik er ook niet echt een gevoel bij. Vrolijk zit mijn dochter in de armen van een wildvreemde. Ik slik mijn tranen weg terwijl ik naar haar zwaai.

Als ik in de auto zit, komen de waterlanders toch. Bij mijn zoon had ik het ook toen ik hem voor het eerst naar de gastouder toe bracht. Het loslaten van mijn kind en de zorg aan iemand toevertrouwen die ik niet ken, dat vind ik ingewikkeld. Komt het wel goed? Wat nou als ze niet kan slapen daar? Straks geven ze haar per ongeluk de verkeerde voeding. Moet ik anders nog even bellen om iets over haar slaapritueel te vertellen?

Groeipijn, denk ik ineens

Ik heb ook gewoon groeipijn. Toen ik net wegging, hoefde mijn dochter niet te huilen. Ik wel. Dit voelt als het einde van een tijdperk. Een era waarin ik er maandenlang 24/7 voor haar was. We hebben pittige maanden achter de rug en ik vond het erg moeilijk om iemand op haar te laten passen. Nu mijn verlof erop zit, moet ik wel. Ik kan mijn meisje moeilijk meenemen naar kantoor.

Doordat ik weer ga werken, ga ik een nieuwe fase in. Een fase waarin ik de zorg voor mijn baby moet delen en gedeeltelijk moet loslaten. Ik kan niet alles meer voor haar doen en oplossen. En dat losweken doet een beetje pijn. Volgens mij vooral bij mij, want als ik later op de ochtend bel, hoor ik van de juffen dat ze alleen maar lacht naar alles en iedereen.

De keren daarna wordt het wegbrengen steeds wat makkelijker. Het loslaten blijft nog wel een dingetje. Als ik op mijn werk weer eens groeipijn heb en de control freak in mij het kinderdagverblijf wil bellen om te horen of het wel goed gaat, dan denk ik aan de zere benen van mijn zoontje. Net zoals massage hem hielp, helpt het masseren van mijn hersenen ook als ik mezelf liefdevol toespreek: laat het maar los, je dochter is in goede handen. De groeispurt komt eraan.

Deze blog is gepubliceerd bij Power to the Mama’s.

Blog, Geloof, Groei, Moederschap, Rust & balans

Het seizoen van moederen

Rachel Held Evans, Corrie ten Boom, Rosa Parks. Zomaar een greep namen uit het boek Kijk ons leven! dat ik aan het lezen ben. Het gaat over inspirerende vrouwen die de wereld hebben veranderd. Vrouwen die keihard werkten om licht te schijnen in deze wereld. Op een rustig momentje zit ik op de bank, behaaglijk onder een kleedje met een kop koffie naast me. Mijn baby slaapt, mijn zoontje is op school. Ik lees het ene inspirerende verhaal na de andere.

De ene vrouw wijdde zich volledig aan God en volgde Hem tot aan India, de ander betekende veel in de strijd tegen het racisme en weer een andere vrouw stond op om een groot voorbeeld te zijn op het gebied van feminisme. Het zijn dames die stuk voor stuk leiders waren op een bepaald gebied. Als ik het lees voel ik me trots ook vrouw te zijn, onderdeel te zijn van een groter geheel. Mijn handen gaan jeuken om meer bij te dragen aan Gods Koninkrijk.

Ideeën heb ik genoeg. Schrijven dit, delen dat. Kaartje sturen zus en interesse tonen zo. Het is niet zo dat ik niets doe of dat ik niet weet wat. Ik zou alleen veel meer wíllen doen, maar het ontbreekt me simpelweg aan tijd, zoals de meeste moeders. En dat frustreert me.

Dan lees ik in het boek een citaat van Wilma Vermaat: ‘Mijn voeten hebben Zijn spoor gevolgd’.

Even wordt het stil in mij als deze tekst tot me doordringt. Al deze vrouwen hebben Zijn spoor voor hun leven gevolgd. God stuurt de ene vrouw naar Guatemala, de andere laat hij schijnen in Pakistan, maar ik lees ook over vrouwen die op de tweede plaats lijken te schijnen. Die hun man steunen die een belangrijke functie vervult. En ik?

Ik mag staan op de plaats die Hij mij gegeven heeft, waar ik nú sta. Nu is het seizoen van moederen.

Het stuk op het spoor waar ik nu loop is momenteel druk. Met kinderen, huishouden, werk. Er is simpelweg geen tijd om veel op te pakken. Sommige dingen die ik wil en verlang te doen gaan nu even niet. Maar er komt weer een tijd dat er meer ruimte komt. En in de tussentijd grijp ik aan wat God me aanreikt en wat past op mijn spoor.

Geraakt door dat inzicht blijf ik nog even op de bank hangen. Ik ben nu hier, in deze fase van mijn leven. Dat is op dit moment Zijn plan voor mij en mijn gezin. Nieuwe bloemen groeien op Zijn tijd. Geduldig wachten tot dingen tot bloei kunnen komen, is voor mij wel een dingetje. Maar als ik dat mag doen onder een kleedje met een kopje koffie, dan heb ik niks te klagen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Het boek ‘Kijk ons leven!’ is verkrijgbaar via Wijzijnlume.

Blog, Geloven, Groei, Moederschap

Faal, vergeet en leer

Even let ik niet op. Even. Als ik weer kijk staat mijn peuter op het keukentrappetje bij de porseleinen spoelbak. Zijn nieuwste hobby is het stiekem leegspuiten van alles waar zeep in zit. Afwasmiddel, handzeep, shampoo, niets is veilig.Voordat ik bij hem ben klinkt er een luide tik. Het stenen zeeppompje is in de wasbak gevallen. Verschrikt spurt ik ernaar toe, spreek mijn zoontje vermanend toe, zet het zeeppompje – dat zowaar nog heel is – terug en haal het trappetje weg. Even later ontdek ik een scheur van jewelste in de porseleinen spoelbak.

De scheur blijkt niet enkel een esthetisch probleempje te zijn, hij is door en de wasbak lekt aan de onderkant. Een paar telefoontjes en een bezoekje aan de keukenboer later leert ons dat het én niet meer te maken is, maar dat de desbetreffende spoelbak ook uit de handel gehaald is. Het onvermijdelijke gevolg: nieuwe spoelbak, nieuw aanrechtblad, muur opnieuw sausen en hopen dat het behang heel blijft. Je snapt het wel: we balen. Ook al zijn we niet boos geworden op de kleine man, hij merkt dat het niet zomaar een ongelukje is. Hij zegt – uit zichzelf- die dag meerdere keren ‘sorry’, totdat ik nadrukkelijk zeg dat hij het niet meer hoeft te zeggen. Het was immers een ongelukje.

De volgende ochtend wil mijn zoontje de scheur weer bekijken en even later wéér en later nóg eens. En nog eens, en nog eens. Het hele voorval heeft indruk op hem gemaakt, dat is duidelijk. 
En dan zie ik ineens een parallel met mijn eigen leven. De appel valt overduidelijk niet ver van de boom.  

God vertrouwt mij dingen toe: de zorg voor mijn kind, mijn werk, de zorg voor anderen waar ik een bepaalde relatie mee heb. Hij geeft mij talenten en daar mag ik wat mee doen. Zóveel schenkt hij en daarmee geeft hij ook verantwoordelijkheid. 
En net als ieder ander maak ik fouten. Val ik uit tegen iemand en maak ik daarmee een krasje, buts of soms zelfs een scheur. En o, wat kan ik dan toch boos worden op mezelf als ik faal. En wat komt die fout dan toch vaak terug in mijn gedachten.

Maar Ik doe al jullie ongehoorzaamheid weg. Al jullie slechte daden wis Ik uit. Dat doe Ik omdat Ik dat wil en niet omdat jullie het verdienen. Ik zal er zelfs niet meer aan denken. 
Jesaja 43:25 (Basisbijbel)

Waarom kan ik tegenover mijn zoontje zo compassievol zijn bij een fout en bij mezelf niet? Als God ze allang heeft weggedaan, waarom zou ik er dan aan blijven denken? Dat is niet wat Hij voor mij wil. En als jij daar ook moeite mee hebt; het is ook niet wat Hij voor jou wil. Hij wil dat we vrij zijn en dat we net als Hij dat doet, niet meer aan onze zonden denken. We mogen het echt loslaten en tegen onszelf zeggen: ‘Ik ga hier niet meer aan denken.’

Nog een dag later is mijn zoontje de scheur helemaal vergeten, hij speelt weer zonder kijk-de wasbak-is-kapotonderbrekingen. Maar als hij later zijn handen wil wassen vraagt hij ineens: Mama, wil jij zeep op mijn handen doen? En dat is dus wat we moeten doen met onze fouten: vergeten en ervan leren. Ik kan blijkbaar nog een hoop leren van mijn driejarige. 

Foto: Unsplash


Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Groei

Spiegeltje, spiegeltje

Na een feestje kijk ik thuis in de spiegel. Ik zucht. Onder mijn ene oog zit een mascaravlek en bij mijn andere oog ontsiert een zwarte streep mijn ooglid. Hoe lang zitten die vlekken er al? Toch niet heel de avond? En waarom heeft niemand me hierop geattendeerd? Gefrustreerd poets ik de vlekken weg en hoop dat ze onderweg naar huis zijn ontstaan.

Kijk jij graag in de spiegel? Ik heb er een beetje een haat-liefdeverhouding mee. Er is altijd wel iets wat ik liever niet wil zien, zoals een mascarastreep of een pukkel, vetje of onzuiverheid.
Spiegels zijn confronterend. Je ziet wat anderen zien, the good, the bad and the ugly.

Als ik naar mijn peutertje kijk zie ik het evenbeeld van mijn man. Als ik foto’s van hem van vroeger naast ons zoontje houd, dan zie ik ontzettend veel gelijkenissen. Qua looks heeft de kleine man niets van mij, maar qua karakter… Het is net of ik naar mezelf kijk. En wat is dat toch confronterend soms.

Net zoals ik gevoelig ben, is mijn mini dat ook. Ik snap precies waarom bepaalde dingen veel indruk op hem maken, ik begrijp het helemaal als hij lang in iets blijft hangen of als hij heftig reageert op iets ogenschijnlijk onbenulligs. Ik snap het, omdat ik ook zo ben. Maar in de spiegel kijken is niet altijd makkelijk. Het voelt alsof er een vergrootglas op mezelf ligt en ik elke karakteristiek pukkeltje, vetje of onzuiverheid zie.

Toch heeft gevoeligheid ook fantastische kanten. Ik geniet als geen ander, net als mijn zoontje. Samen kunnen we de grootste pret hebben. Ik voel precies aan wat we nodig hebben en zo weet hij ook op de juiste momenten een knuffel te komen geven. Gevoelige mensen genieten als geen ander, veel intenser en rijker. Sensitiviteit is schoonheid, ook al voelt het soms als een grote vlek mascara op je gezicht.

In plaats van naar je verlopen make-up of dat puistje te turen, kun je ook focussen op die mooie lach, die glinsterende ogen of je mooie benen. Waar kijken we naar in de spiegel of als we iets zien wat confronteert? Blijft jouw blik hangen op een vetrolletje of op je stralende ogen? Kijk jij naar je fouten of naar je krachten?

Heb je liefde voor jezelf? Voor wie je bent met al je tekortkomingen en schoonheden? Als je jezelf omarmt in hoe je bent, dan wordt alles en iedereen die jou reflecteert ineens een heel stuk mooier. Including je kleine wandelende spiegelbeeld.

#workinprogress

Foto: Unsplash – Taylor Smith

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Groei, Moederschap

De valpartij

Terwijl mijn man beneden met mijn zoontje een tent bouwt, ben ik boven. Ineens klinkt er gekrijs. Het soort gekrijs waardoor je weet dat het mis is. Goed mis. Al snel komt mijn man de trap op met ons zoontje in zijn armen.
‘Hij is van de bank gevallen en wordt niet stil. Wil jij kijken?’
Voorzichtig neem ik de kleine man in mijn armen en ga met hem op de grond zitten, bovenaan de trap. Ik sus en sus, maar tevergeefs.
‘Waar doet het pijn?’, vraag ik.
‘Hie-hier’, snikt hij luid en hij wijst naar zijn nek.
Zacht trek ik zijn shirt opzij. Mijn mond valt open. ‘Bel de huisartsenpost maar’, zeg ik tegen mijn man. ‘Hij heeft zijn sleutelbeen gebroken.’

Een uur in het ziekenhuis bevestigt mijn conclusies. Gelaten laat mijn zoontje alles toe; de röntgenfoto, alle vreemde mensen die aan zijn lijf komen, de rolstoel, het drankje en alle vreemde apparaten.
Bij een gebroken sleutelbeen is gips geen optie. Meneer krijgt een mitella en moet zijn arm ontzien.
Als een verpleegkundige de doek komt aanleggen, slik ik mijn tranen weg. Arme kleine jongen. Ook denk ik met een knoop in mijn maag aan de komende weken.
‘Het kan goed pijn doen’, vertelt de zuster. ‘Met name met het slapen.’
Dat worden korte nachten en pittige dagen, dat kan niet anders.
‘Vooral opletten dat hij niet valt’, waarschuwt de zuster nog als we naar huis gaan.

Na een middagdutje is mijn zoontje wakker. Waar ik verwachtte hem te moeten entertainen, is hij al snel lief zelf aan het spelen. Met één arm en de andere verstopt in de mitella. Hij kruipt, springt, bouwt, gooit en klimt zelfs weer op de bank.
‘Kijk uit’, roep ik verschrikt uit als hij op de bank gaat staan. ‘Straks val je weer.’

Wat is zo’n kind toch onbevangen. Ikzelf word zo snel geremd door angst. Als ik iets nieuws probeer en ik val, dan krabbel ik wel weer op. Maar opnieuw proberen? Pfoe.
Kinderen vallen hard, breken botten, schaven knieën, staan weer op én durven weer te vallen. Wat een moed.

Durf ik weer te vallen? Durf ik te falen als ik al eerder gefaald heb?
Er is een uitspraak die luidt: Je faalt pas als je stopt met proberen. En dat is een waarheid als een koe.
Als baby’s niet opstaan als ze gevallen zijn, zullen ze nooit leren lopen. Een peuter moet tig keer in zijn broek plassen voordat hij zindelijk wordt. Als ik stop met proberen wordt ik nooit wie ik wil worden.

De volgende dag zit ik op de bank. Mijn zoontje komt naast me staan en tikt op de zitting.
‘Niet er vanaf vallen, mama.’ Moeizaam klautert hij met één arm op de bank en gaat naast me zitten.
‘Nee’, zeg ik. ‘Het zou niet leuk zijn als we weer naar het ziekenhuis moeten.’
‘Ik doet voorzichtig’, stelt hij vast.
‘Goed zo.’ En ineens landt het bij mij: we falen als we stoppen met proberen en we leren als we het opnieuw proberen. Als we onze tactiek aanpassen, dan leren we van onze fouten. Zoals een kind dat doet. Moedig en onvermoeibaar.