Uit de categorie

Blog

Blog, Geloof, Groei, Moederschap, Rust & balans

Het seizoen van moederen

Rachel Held Evans, Corrie ten Boom, Rosa Parks. Zomaar een greep namen uit het boek Kijk ons leven! dat ik aan het lezen ben. Het gaat over inspirerende vrouwen die de wereld hebben veranderd. Vrouwen die keihard werkten om licht te schijnen in deze wereld. Op een rustig momentje zit ik op de bank, behaaglijk onder een kleedje met een kop koffie naast me. Mijn baby slaapt, mijn zoontje is op school. Ik lees het ene inspirerende verhaal na de andere.

De ene vrouw wijdde zich volledig aan God en volgde Hem tot aan India, de ander betekende veel in de strijd tegen het racisme en weer een andere vrouw stond op om een groot voorbeeld te zijn op het gebied van feminisme. Het zijn dames die stuk voor stuk leiders waren op een bepaald gebied. Als ik het lees voel ik me trots ook vrouw te zijn, onderdeel te zijn van een groter geheel. Mijn handen gaan jeuken om meer bij te dragen aan Gods Koninkrijk.

Ideeën heb ik genoeg. Schrijven dit, delen dat. Kaartje sturen zus en interesse tonen zo. Het is niet zo dat ik niets doe of dat ik niet weet wat. Ik zou alleen veel meer wíllen doen, maar het ontbreekt me simpelweg aan tijd, zoals de meeste moeders. En dat frustreert me.

Dan lees ik in het boek een citaat van Wilma Vermaat: ‘Mijn voeten hebben Zijn spoor gevolgd’.

Even wordt het stil in mij als deze tekst tot me doordringt. Al deze vrouwen hebben Zijn spoor voor hun leven gevolgd. God stuurt de ene vrouw naar Guatemala, de andere laat hij schijnen in Pakistan, maar ik lees ook over vrouwen die op de tweede plaats lijken te schijnen. Die hun man steunen die een belangrijke functie vervult. En ik?

Ik mag staan op de plaats die Hij mij gegeven heeft, waar ik nú sta. Nu is het seizoen van moederen.

Het stuk op het spoor waar ik nu loop is momenteel druk. Met kinderen, huishouden, werk. Er is simpelweg geen tijd om veel op te pakken. Sommige dingen die ik wil en verlang te doen gaan nu even niet. Maar er komt weer een tijd dat er meer ruimte komt. En in de tussentijd grijp ik aan wat God me aanreikt en wat past op mijn spoor.

Geraakt door dat inzicht blijf ik nog even op de bank hangen. Ik ben nu hier, in deze fase van mijn leven. Dat is op dit moment Zijn plan voor mij en mijn gezin. Nieuwe bloemen groeien op Zijn tijd. Geduldig wachten tot dingen tot bloei kunnen komen, is voor mij wel een dingetje. Maar als ik dat mag doen onder een kleedje met een kopje koffie, dan heb ik niks te klagen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Het boek ‘Kijk ons leven!’ is verkrijgbaar via Wijzijnlume.

Blog, Moederschap, Rust & balans

Viezigheid

Ik zit met mijn drie maanden oude meisje op de bank. Ze kijkt me aan met haar pretoogjes en er verschijnt een gulle lach op haar gezichtje. Meisje, wat ben je mooi. Wat ben je lief. Na de eerste moeilijke maanden kan ik eindelijk genieten van dit wondertje op mijn schoot. Want man, man, wat was het begin van haar leven zwaar.

In haar korte leventje is ze al twee keer opgenomen geweest in het ziekenhuis. Er waren allerlei fysieke problemen waardoor ze niet wilde slapen en maar blééf huilen. Op een gegeven moment kon ik niet meer, ik had geen energie meer om voor haar te zorgen. En niet alleen mijn energie was op. We hebben als gezin enorm geworsteld met de situatie. Nog steeds ben ik niet de oude. Ik heb een fikse klap van dit alles gehad en daar ben ik niet één, twee, drie overheen. Als ik alles tot me door laat dringen kan ik zo huilen. In plaats van een roze wolk voelde het alsof ik op een diepgrijze donderwolk zat.

Nu ze zo heerlijk bij me zit te lachen, met haar handje om mijn vinger, zuig ik dit genietmoment helemaal in me op. Er zit een uitgerust meisje dat zich eindelijk kan ontwikkelen en dat zichtbaar geniet van haar grote broer die gekke bekken trekt. Zachtjes aai ik over haar bolletje met pluishaartjes. Ik kus haar handje, waarbij ik me ineens gewaarword van een merkwaardige geur. Ik ruik nog eens aan haar vingertjes. Hoe kunnen die zo stinken? Het is niet dat ik haar nooit badder. Voorzichtig open ik haar knuistje en tref daar een partij vuiltjes en pluizen aan waar je ‘u’ tegen zegt. Aha, dat verklaart de stank.

Als ze later in haar bed ligt en ik de keuken aan het opruimen ben, voel ik de vermoeidheid in mijn lijf terugkeren. Het is een gevoel dat ik ken sinds de laatste ziekenhuisopname. Een intense moeheid die me voortdurend overvalt. Het liefst zou ik in bed kruipen en daar voorlopig blijven, maar duty calls. Op de eettafel staan nog drie volle wasmanden die opgevouwen moeten worden.

Terwijl ik de washandjes opstapel, denk ik aan het stinkende handje van mijn dochter en ineens dringt er iets tot me door. Op het eerste oog leek haar hand schoon, maar er zat een hoop viezigheid in. Het is een beetje hoe ik me nu voel. We zijn als gezin in rustiger vaarwater doordat ons meisje zich herstelt, maar in mijn hoofd is het nog een puinhoop. Er kleeft nog een hoop viezigheid aan me in de vorm van een gedachtenwarboel, moeheid en verdriet om wat ons allemaal overkwam. Tijd om mijn hoofd van binnen ook maar eens schoon te gaan maken, voordat het daar nog harder gaat stinken.

Ik laat de was voor wat die is en nestel mezelf onder een kleedje op de bank. Mijn ogen zijn te moe om open te houden, dus ik sta mezelf toe om ze dicht te doen. Rust, daar begint het mee. Iedereen roept al weken tegen me dat ik meer voor mezelf moet gaan zorgen zodat ik bij kan komen. Maar het is een vies babyknuistje dat me de ogen opent.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Geloof

Wie kijk jij aan deze kerst?

Het is bedtijd. Mijn zoontje ligt met zijn hoofd op mijn schouder. ‘Nu nog een liedje,’ zegt hij en begint dan spontaan een kerstliedje dat ik nog niet kende. De wijs is van het liedje ‘Kijk eens om je heen’, maar deze tekstvariant heb ik niet eerder gehoord. ‘Wil je hem nog eens zingen?,’ vraag ik hem, vertederd door zijn lieve stemmetje dat hier en daar een beetje vals klinkt.

Kijk elkaar eens aan, kijk elkaar eens aan
Steek de kaarsen aan, steek de kaarsen aan
Want wij denken en wij dromen
dat het kerstfeest weer zal komen
En wij bidden, Here God
dat de wereld lichter wordt

Later die avond zingt het liedje nog rond in mijn gedachten. En dan met name het laatste stukje. Wij bidden, Here God, dat de wereld lichter wordt. Zo’n grote-mensenverlangen in zo’n kinderkerstliedje. En ook zo toepasselijk in deze coronatijd. Alles is anders, alles is een stukje donkerder. Mensen zijn boos, eenzaam, gefrustreerd, in rouw. En de oplossing voor al deze gevoelens zit verpakt in dit kerstliedje.

Kijk elkaar eens aan, kijk elkaar eens aan.

De afgelopen tijd gingen wij als gezin door een pittige tijd met onze baby die tot twee keer toe opgenomen moest worden in het ziekenhuis. De fijne kraamtijd waarop ik hoopte was donker en grauw. Daarnaast was alles nog gecompliceerder door covid-19. Maar in het donker verschenen allerlei lichtpuntjes. We waren niet alleen. Lieve mensen om ons heen leefden mee op een manier die licht gaf. Kaartjes, maaltijden, bloemen, berichtjes, zoveel liefde en warmte. Er was zoveel verbinding ondanks de afstand door corona.

Kijk elkaar eens aan.

Ik wil je aanmoedigen om in deze tijd, die voor zoveel mensen donker is, goed rond je te kijken. Kijk eens goed om je heen wie nu een bemoedigende blik of een behulpzaam gebaar kan gebruiken. Het betekent zoveel als je gezien wordt. De wereld wordt er een stukje lichter door.

Hoe dan?

  • Bid of God je iemand op je hart wil leggen die je een kaartje stuurt om eens te vragen hoe het gaat.
  • Wil je hulp aanbieden? Stel dan een gerichte vraag, dat is makkelijker om te accepteren. Bijvoorbeeld: Zal ik een maaltijd voor jullie maken?
  • Ken je iemand die dringend toe is aan wat tijd voor zichzelf? Misschien kun je eens oppassen op haar kinderen.
  • Bid voor iemand die door een moeilijk tijd gaat. Hierdoor ervaar je meer verbinding met diegene en hier vloeit soms ook een hulpactie uit voort.
  • Bel eens in plaats van een berichtje te sturen. Soms is praten voor iemand makkelijker of fijner dan typen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Geloven, Moederschap

Help, Heer

Met mijn baby van net 5 weken oud zit ik op de bank. Ze krijst, ze krimpt ineen en overstrekt zich. Krampjes. Ik heb al gewandeld met haar op mijn arm, gefietst met haar beentjes in de lucht en inmiddels ligt er al even een speciaal warmtekussentje op haar buikje. Het helpt allemaal niet. En dit is niet de eerste keer dat we vandaag zo zitten. Mijn kleintje wordt enorm geplaagd door pijn in haar buik, elke dag weer. Slapen is er voor haar en mij weinig bij.

We zijn al een aantal keer in het ziekenhuis geweest en zijn inmiddels de diagnoses koemelkallergie en reflux rijker. Het huilen staat me ondertussen nader dan het lachen. Zeker als ik mijn 4-jarige weer moet laten wachten tot ik een spelletje met hem ga spelen. Dat mijn huis één grote ontplofte chaos is, boeit me nog het allerminst. Het feit dat we al drie keer een magnetronmaaltijd hebben opgepiept deze week frustreert me wel. Ik wil mijn gezin graag gezond en goed voeden.

‘Help, Heer. Het is zo zwaar’, fluister ik zacht.

En dan bid ik uit radeloosheid iets wat ik nooit eerder gebeden heb. ‘Wilt U hulp sturen?’

Hulp accepteren is iets wat ik voorheen nooit deed. Mijn eerste kindje had ook een pittige start. Destijds kreeg ik hulp aangeboden. Ik zei tegen iedereen dat ik het lief vond, maar vervolgens liet ik de hulp niet toe. Ik wilde het zelf oplossen. Dat móest ik kunnen. Van mezelf. Anders schoot ik tekort. Ik moest in staat zijn alle ballen in de lucht te houden.

Inmiddels ben ik er na vier jaar achter dat dat onmogelijk is. Soms lukt het een poosje om alles smooth te laten verlopen, maar veel vaker lopen er dingen in het honderd. Ik accepteer steeds meer dat ik het niet op eigen kracht kan, dat ik God nodig heb. Maar praktische hulp accepteren kan ik nog steeds niet goed.

Nog diezelfde dag krijg ik een appje van mijn schoonzusje. Of mijn zoontje daar een keertje wil komen spelen, zodat ik wat meer ademruimte heb thuis. Dankbaar maak ik een afspraak. De volgende dag vraagt mijn zus of ze iets kan doen om ons te helpen. ‘Wil je een keer een maaltijd voor ons maken?,’ durf ik te vragen. ‘Zal ik een lekkere grote lasagne maken?,’ stelt ze voor. ‘Dan kun je er twee keer van eten. En zal ik ook boodschappen voor je doen? Stuur me maar een lijstje.’ Hartverwarmend.

Ineens glinsteren er vanuit verschillende kanten meerdere behulpzame lichtpuntjes. De vermoeidheid en de zorgen zijn niet ineens opgelost, maar ik voel me gedragen. Door de hulp om ons heen kost het me minder moeite om door deze periode heen te komen, want er ontstaat verbinding met anderen en ruimte voor wat meer ontspanning. Blijkbaar was het nodig dat ik zelf het punt bereikte dat ik om hulp kón vragen.

Een aantal dagen later luister ik, terwijl ik rondwandel met mijn jongste in een draagdoek, naar een podcast van ‘Bij Jorieke’, waarin Carianne Ros het heeft over hulp accepteren. Ze zegt dat God mensen in Zijn Koninkrijk gebruikt om andere ´kinderen´ te helpen. Daarom mag ik, en ook jij, hulp accepteren als je dit nodig hebt. De hulp van een ander komt van Hem. Hij wil zijn liefde aan ons geven, door anderen heen. Durf God erom te vragen.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Moederschap, Rust & balans

Afstand brengt ook iets moois

Met mijn fiets aan de hand loop ik richting het schoolplein. Voor het coronagedoe mochten we als moeders op het plein wachten, maar nu moeten we buiten het houten schoolhek wachten. Uiteraard op gepaste afstand.

Ik zet mijn fiets neer. Normaal gesproken raak ik altijd aan de praat met andere moeders, maar nu ben ik wat later en sta ik bijna achteraan de rij wachtenden ouders. Dat geeft me een mooi uitzicht op het tafereel dat me normaal gesproken compleet ontgaat.

De schooldeur gaat open. Aan elk van haar gehandschoende handen heeft de juf een kleutertje lopen. Achter haar volgt zich een keurig opgestelde rij van twee kleutertjes, hand in hand. Ik speur de rij af en zie achteraan het gestreepte jasje van mijn zoontje. Zodra de kindjes de moeders in het oog krijgen rennen ze allemaal naar het hek. De kinderen klinken als een kudde blatende schapen. ‘Mama, mama’ klinkt het geroep van alle kinderstemmetjes luid door elkaar, terwijl ze onrustig voor het hek op en neer bewegen. Sommige klimmen zelfs op het hek, zoals mijn eigen lammetje.

Er verschijnt een lach op mijn gezicht.

Het lijkt wel alsof ik de enige ben die hier een enthousiaste kudde schaapjes in ziet en hoort. Moeders en vaders om mij heen zijn druk in gesprek of stoppen snel hun mobiel in hun zak. Later zit ik in de tuin en hoor ik in de verte de schapen van de buren blaten. Ik denk weer terug aan het schoolplein. De afstand die we nu ervaren tussen mensen, in onze relaties en tot anders zo gewone situaties, kan ons ook wat brengen. Door afstand zie je het overzicht en vaak krijg je dan een nieuw inzicht. Je ziet wat belangrijk is of wat misschien al te lang een veel te grote plaats inneemt in je leven.

Misschien herken je het wel en genoot je tijdens de lockdown enorm van de momenten met je gezin die je anders weinig had. Of geniet je juist nu weer extra van je baan nu alle kinderen weer naar school gaan en realiseer je je dat je écht oplaadt van die werkdagen. Wie weet heb je een hobby (her)ontdekt voel je dat je een bepaalde vriendin erg hebt gemist.

Afstand helpt je om het totaalplaatje te zien, het kaf van het koren te scheiden. Het helpt je om te zien welke schapen een belangrijk onderdeel van jouw kudde vormen. Het lijkt me fijn om vaker wat meer achteraan te gaan staan. Zodat ik ontdek wat voor mij belangrijk is en dan bewust daarvoor kan kiezen. Dan brengt de afstand me in elk geval nog iets moois.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Foto: Unsplash

Blog, Geloven

Ze was een moeder net als wij

Ze was een moeder.
Net als jij en ik.

Vanaf het moment dat ze de eerste beweging in haar buik voelde, wist ze dat ze nooit meer dezelfde zou zijn. Ook al had ze haar kind nog nooit in haar armen gehad.

Vol verwachting zag ze uit naar Zijn komst. Liefdevol legde ze haar hand op haar buik, op de plaats waar Hij met Zijn voet duwde. In het begin waren de schopjes zacht, maar tegen het einde voelde ze Hem steeds sterker worden. Ze had genoten van haar zwangerschap, nog meer omdat ze wist wat het betekende. Zijn komst zou álles veranderen. Alles. Zou Hij nog lang op zich laten wachten?

Eerst moest ze nog honderddertig kilometer lopen naar Bethlehem. Ze werd verslingerd tussen spanning en hoop, de zorgen om de reis stonden in enorm contrast met het Wonder dat in haar groeide.

Zou het onderweg wel goedkomen? Kon ze wel zo lang lopen?

Haar rug deed de laatste weken steeds meer pijn, wandelen en slapen gingen steeds moeilijker. Jozef had nog geprobeerd een ezel te regelen bij iemand uit het dorp zodat ze kon zitten.

Maar eenmaal in Bethlehem dienden de eerste weeën zich aan. Jozef zocht een slaapplek, maar de stad barstte uit zijn voegen van de mensen die samengekomen waren als voor een feest. Alleen in een soort stal in een onderhuis was er plek voor hen. Ze liet zich daar op de grond zakken en barstte in huilen uit. Hoe kon Hij dáár nou geboren worden? De Koning die zijn troon verliet en inruilde voor deze armoedige plek?

Een nieuwe wee nam haar zorgen over, ze pufte totdat hij weer weg-ebde. Langs haar slaap liepen zweetdruppels die Jozef met de punt van zijn mouw steeds wegveegde tot Hij geboren werd.

En daar was Hij eindelijk.

Vol verwachting had ze uitgezien naar Zijn komst en toen Hij in haar armen lag, was alles anders. Het maakte niet meer uit waar ze was en wat iedereen van haar dacht. Dit Kind, dit bijzondere Kind was vol belofte.

Ze was een moeder net als wij, maar kreeg een kind zoals geen ander. Deze Zoon geeft nog steeds leven: Jezus Christus.

Dit kerstverhaal mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.
Illustratie is gemaakt door Bianca van Studio Creakip.

Blog, Geloven

Dikke donkere wolk

De zon scheen net nog, maar nu pakken donkere wolken zich samen aan de hemel. Met grote passen wandel ik naar huis. Vlak voordat ik thuis ben vallen de eerste druppels al. Ik ga nog sneller lopen. Binnen een mum van tijd veranderen de druppels in dikke spetters. Zodra ik op de mat sta, barst het buiten los. De lucht is diepgrijs, bijna groen. Het lijkt mijn hoofd wel.

De herfst is helemaal niet mijn seizoen. Hoewel ik de verandering in de natuur wel prachtig vind: de bontgekleurde bladeren, de geur daarvan en de paddenstoelen. De kortere dagen vind ik maar niks. Ik ben veel vermoeider dan anders en alles voelt zwaarder, somberder.

Dat mensen in de winter last krijgen van een depressie kan ik heel goed begrijpen. Het gebrek aan licht doet wat met me. Maar dit jaarlijks terugkomende gegeven accepteren bij mezelf? Man, man, wat is dat moeilijk. Liever ga ik gewoon door en voel ik me gewoon zoals ik me in de lichtere maanden voel: energiek.

Na mijn wandeling in de beginnende regen, ga ik lekker voor het raam op een luie stoel zitten. Met een dampende kop thee in mijn hand en een kleedje over mijn benen. De eerdere zon is nergens meer te bekennen, ik heb zelfs een lampje aan moeten doen. De regen druipt troosteloos over de ruiten. Gelukkig was ik net op tijd thuis.

Thuis, denk ik plotseling, dáár gaat het om.

Als de grijze wolken in mijn gedachten zich aandienen en het begint te spetteren, blijf ik dan in die regen staan? Als ik negatief denk, ga ik daar dan mee door? Wanneer ik me moe voel, dender ik dan door? Of als ik ergens geen puf in heb, dwing ik mezelf dan alsnog om dat ene te doen? Meestal blijf ik in die regen staan, terwijl ik beter naar ‘Huis’ kan gaan.

God wil niet dat ik me rot voel. Hij wil ook niet dat ik streng voor mezelf ben. Wat hij wel voor mij wil is liefde. Zelfliefde. Dat ik compassie heb voor mijzelf als ik me somber voel, moe of verdrietig. En toch geef ik mezelf op lastige momenten dat vaak niet. Mag ik het niet voelen. En waarom kan ik hier in vredesnaam gewoon niet beter mee omgaan? Maar als ik het vergelijk met Zijn Woord, dan valt me op dat Hij nooit zoiets zegt over mij. Of over jou. Hij is altijd, altijd, ALTIJD vol liefde en compassie.

Dus ga ik vanaf nu proberen op die momenten naar Huis te gaan. Ik ga Hem opzoeken. Buiten regent het dan misschien, maar als ik bij Hem ben dan is het minder erg. Zijn voorbeeld is goed en dat mag ik naleven. Ik mag positiever zijn, ik mag zijn wie ik ben en voelen wat ik voel. Ook als dat an sich niet zo positief is. Door die compassie worden de wintermaanden misschien lichter en wat warmer. Het is zonder meer een heel stuk beter dan een kop thee en een kleedje. Kun je nagaan  😉.

Deze blog verscheen eerder bij www.powertothemamas.nl.

Blog, Rust & balans

Een beetje pianissimo alsjeblieft

Met mijn handen vol vlieg ik door de keuken van links naar rechts. Alsof ik als een virtuoos een instrument bespeel. Snel, hak-hak, groenten in de pan. Even roeren in een andere pan. Vuur omhoog, soepel schudden met de wok alsof ik al jaren in een sterrenrestaurant werk. Mijn kokerij laat ik even zijn eigen gang gaan, tafel leegruimen. Hop, hop. Alles op zijn oorspronkelijke plaats en weer roeren in de pan. Het klinkt als een soepel gespeeld nummer, maar niets is minder waar. Het lawaai van de afzuigkap overstemt mijn gedachten en de vaat staat zo ongeveer metershoog te druppen op het aanrecht. Om over mijn knallende koppijn nog maar niet te spreken.

Ondertussen kruipt mijn peuter achter de piano. Wonderkind Mozart speelde op zijn derde al ingewikkelde sonates op zijn klavecimbel, mijn zoon houdt het echter graag bij een vorm die tussen metal en hardcoremuziek in zit. Al rammend mishandelt hij de -onlangs gestemde- piano in al zijn enthousiasme.

‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man tegen onze peuter. Hij kijkt me even gekscherend aan en verklaart zichzelf dan tegen de kleine man. ‘Speel maar wat zachter, dit is niet zo goed voor de piano.’

Na het eten hervat ik het tempo weer. Er is nog genoeg op te ruimen, te regelen en als ik een beetje doorknal kan ik vanavond nog een aflevering van mijn favo serie kijken. Mijn man brengt ondertussen de kleine naar bed en ik poets de keuken. Mijn hoofdpijn is nog steeds aanwezig. Met een golf water spoel ik twee paracetamol weg. Zuchtend kijk ik naar de ravage op de woonkamervloer. Duplo hier, auto’s daar, de halve bank is van zijn kussens ontdaan en er kleeft een half afgekloven koekje aan de salontafel, what a mess. Efficiënt ga ik te werk, alsof ik een etude op de piano speel.

Als mijn man weer beneden komt is de woonkamer keurig aan kant. Het zweet staat nog net niet op mijn voorhoofd. Naast mijn hoofdpijn is er nu ook een lichte duizeligheid bijgekomen.
‘Wow, je hebt alles al opgeruimd’, zegt hij en dan kijkt hij me peilend aan. ‘Gaat het wel? Je ziet helemaal bleek.’
‘Ik weet het niet’, prevel ik, ‘Een beetje lichthoofdig en hoofdpijn.’
‘Ga dan lekker op de bank hangen.’
‘Nee’, ik schud mijn hoofd. ‘Ik moet nog even de was doen en een column schrijven.’
‘Een beetje pianissimo’, zegt mijn man met een glimlach.

Ik geef het niet graag toe, maar: hij heeft gelijk. Pianissimo is een muziekterm die aangeeft dat er een bepaalde passage heel zacht gespeeld moet worden. Iets waar ik nogal slecht in ben. Ik ben meer van de fortissimo, ofwel zeer luid spelen. De overgave die mijn peuter had bij zijn pianospel, met die bevlogenheid leef ik ook. Bij mij is het over het algemeen álles of niks. En dat niks is dan met name omdat de emmer helemaal leeg is en ik alles gegeven heb.

In de muziek is het de balans tussen hard en zacht, toenemend, afnemend en de rustmomenten wat de melodie tot zijn recht laat komen. Het is niet erg om fortissimo te leven en om bevlogen te zijn, zolang er altijd maar weer een moment komt dat je rust zoekt of dat je wat gas terugneemt.

Op zich is het dan wél handig dat je dat tijdig doet en dat je niet, zoals ik, oververmoeid op de bank ligt. Want een rust-teken op het verkeerde moment doet de melodie niet veel goeds.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Kleine evangelist

Want ik schaam mij niet voor het goede nieuws van Christus.
Romeinen 1:16 (Basisbijbel)

Op de fiets rijden we door Kopenhagen, een briljante manier om deze stad te bezichtigen. We piepen overal behendig tussendoor en hoeven niet te wachten. Ideaal met onze peuter, want het is zalig weer en hij vindt het achterop de fiets fantastisch. Uit volle borst zingt hij liedjes, terwijl hij tussendoor voertuignamen scandeert die we in het voorbijgaan tegenkomen.

We komen aan bij De Kleine Zeemeermin, zo ongeveer de bekendste bezienswaardigheid van Kopenhagen. Een klein beeldje waarom zich hele hordes toeristen met iPads en selfiesticks drommen. In onze Hollandse nuchterheid fietsen we erlangs, met die hele meute die ermee op de foto wil verdwijnt toch een groot deel van de charme. Om ons heen staan massa’s mensen en dan opeens begint de kleine man in het fietsstoeltje weer luidkeels te zingen.

Ik zegen jou in Jezus’ naam. Snoeihard zingt hij het. Mensen kijken hem aan, mensen kijken mij aan.
En ik glimlach, want in mijn hoofd hoor ik mijn moeder zeggen: ‘Heidi, de kleine evangelist.’
Als kleuter huppelde ik over de camping en zong ik (aldus mijn moeder) met volle overgave: De B-IJ-B-E-L mijn trouwe metgezel, ik vind alles wat ik maar nodig heb in de B-IJ-B-E-L.

‘Zo, die kleine heeft een hoop mensen gezegend’, zeg ik later tegen mijn man. Zo vrijmoedig als hij zong, zo vrij ben ik allang niet meer. Eerlijk gezegd vraag ik me af of ik er ook zo om had kunnen glimlachen als het in hartje Rotterdam was gebeurd en iedereen hem had verstaan. Waar is die kleine evangelist in mij gebleven?

Het zet me aan het denken. Binnen mijn christelijke kringetje is het heel makkelijk om voor mijn waarden uit te komen, maar daarbuiten… In deze westerse wereld kan in principe alles. Je mag op iedereen verliefd worden, je mag alles met je lichaam doen wat je wilt en je mag overal een mening over hebben. Maar als christen lijk je niet mee te mogen doen met die vrijheid van meningsuiting. Als je vindt dat je met zorg om moet gaan met je lichaam, je een christelijke mening hebt over huwelijk, abortus, euthanasie en wat al niet meer, dan lijkt dat niet te mogen. Alles lijkt te moeten kunnen, maar vinden dat dat niet zo is, niet. Volg je ‘em nog?

Buiten mijn vertrouwde christelijke kringetje verschuil ik me daarom al snel achter gedachten als: mensen moeten het aan mijn daden zien dat ik bij Jezus hoor. En dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Geen woorden, maar daden. Toch voelt het soms ook als een excuus om niets te hoeven zeggen.

Er zijn momenten dat alleen daden niet genoeg zijn. Dat ik juist moet zeggen waar ik voor sta en uitspreken dat ik bij Hem hoor, vrijmoedig zoals een kind dat doet. Vertellen waarom ik ervoor kies om iets niet te doen, zonder bang te zijn voor de mening van anderen en hun oordeel. Vrij van schaamte, zoals de kleine evangelist die 25 jaar geleden over de camping banjerde.

Hoe is dat bij jou? Wie ben je buiten je christelijke wereldje? Wie wil je daar zijn?

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Rommelkont

Mijn zoontje zit op de grond te midden van een enorme ravage. Ik was boven om de was op te ruimen en in dat korte moment heeft meneer al zijn speelgoed verspreidt over de woonkamervloer. ‘Wat heb jij nou gedaan?’, vraag ik geërgerd.

Om hem heen staat de halve inhoud van mijn keukenkastjes. Pannen, lepels en plastic bakjes. Boos been ik op hem af. Een scherpe pijn trekt door mijn voet en ik slik een schelwoord in. Ik til mijn voet op en zie de pijnveroorzaker: een stuurse duplogeit met horens.
Met fonkelende ogen kijk ik mijn driejarige aan en zeg woest: ‘Opruimen. Nu.’

Wakker
Die nacht kan ik niet slapen. Ik ga er even uit en ga op de bank liggen. Ik graai achter mijn rug en daar kruist de duplogeit mijn pad voor de tweede keer. Dit keer doet hij me wat minder pijn, gelukkig. Ik zet ‘em op de salontafel naast me en staar naar het plafond. De ene na de andere gedachte raast voorbij. Over werk, regeldingen, relaties en of ik daarin beter mijn best moet doen, opvoeding… Doe ik het wel goed? Zo boos worden omdat je op een mini geit gaat staan, lekker voorbeeld. Wat ben ik voor waardeloze moeder? Pas werd ik ook al zo boos.

Chaos
Ik haal alles uit de kastjes in mijn hoofd. De bak met zorgen, het krat met frustratie en de emmer met zelfverwijt. Wat is dat toch met de nacht? Alles lijkt groter, erger en problematischer en ikzelf lijk incapabeler. Zodra het donker valt, verandert het perspectief op je zorgen. Inmiddels ben ik geen moeder meer die een keer boos is geworden, maar een levensgevaarlijk explosief dat op scherp staat. In mijn hoofd is het een rommel. Alles moet terug de kast in, anders kan ik straks helemaal niet meer slapen.

Dan moet ik ineens denken aan de volgende Bijbeltekst:

Als ik ‘s nachts wakker lig en aan U denk, prijs ik U.

Psalm 63: 8 (Basisbijbel)

Focus
Mijn focus is compleet verkeerd: ik ben wakker, maar denk aan mezelf. Aan dingen waarin ík tekortschiet en problemen die ík op moet lossen. Ik haal net als mijn peuter alle spullen uit de kast en weet niet meer wat ik met al die rommel moet. Als mijn focus op God was geweest, was alles in de kast gebleven. Ik pak de Bijbel erbij en begin te lezen in Psalmen waar God groot gemaakt wordt. Al snel ervaar ik Rust, de nacht mét God is anders dan zonder Hem.

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.