Uit de categorie

Blog

Blog, Moederschap, Rust & balans

Laat. Me. Met. Rust.

Ik kijk in de spiegel naar mijn gezicht. De slapeloze nachten zie ik duidelijk terug in de donkere randen onder mijn ogen. De afgelopen nachten waren geen feestje. De jongste is al een paar dagen ziek en de oudste wordt door het babygehuil, ook om de haverklap wakker. Ik heb het gevoel dat ik constant paraat moet staan. Tijd voor mezelf is er niet. Beneden roept mijn kleuter om mijn hulp bij het zoeken van een legoblokje. ‘Ja, ik kom zo’, roep ik terug. Ik wil alleen zijn. Al is het maar om mijn tanden te poetsen. In de rust. 
Nog geen drie tellen later klinkt er gestommel op de trap. ‘Mama, waar zit je?’ Ik onderdruk de neiging om de badkamerdeur op slot te draaien. ‘Mam, kom je nou?’ Mijn zoon komt naast me staan en laat een legoboekje aan me zien. ‘Dit blokje kan ik niet vinden.’ Hij tikt op een plaatje van een grijs blokje. ‘Dan moet je even goed zoeken’, zeg ik kortaf. ‘Nee, jij moet hem zoeken.’ Hij zet zijn handen in zijn zij.

Ik adem diep in en schraap al mijn geduld bij elkaar. Op duidelijke toon leg ik uit dat ik moet wassen en aankleden en dat ik hem kom helpen als ik klaar ben. Dat is niet het antwoord dat hij wil horen. Geïrriteerd kijkt hij me aan. ‘Ik wil het legoblokje hebben, nu kan ik niet verder.’ En ík wil alleen mijn tanden kunnen poetsen. Beneden begint mijn baby die in de box zit te huilen.

Laat. Me. Met. Rust.

Sommige moeders lijken het moederschap allemaal zo makkelijk te doen en dát met een hele kudde kinderen én naast een verantwoordelijke baan. Hun kinderen zien er perfect uit, ze zijn succesvol op hun werk en in het weekend doen ze leuke dingen. Hebben die moeders dan geen behoefte aan rust? Is hun energie eindeloos? In ieder geval heb ik rust, ruimte en tijd voor mezelf nodig. Daarvan krijg ik bakken met energie en dan kan ik een leukere moeder zijn.

Terwijl ik beneden mijn baby troost, denk ik aan de afgelopen dagen. Aan hoe weinig rust ik had. Dat lag niet alleen aan de omstandigheden, maar ook aan mezelf. Op de momenten dat ik kon opladen, ging ik namelijk mijn to-do list afwerken. En nee, daar krijg ik nou niet echt veel energie van. Ik heb niets gedaan waar ík blij van word, realiseer ik me opeens. Zoals lezen, tekenen of in mijn eentje wandelen.

Ik app mijn man of hij me vanmiddag een uurtje ruimte kan geven door op de kinderen te passen. Al snel krijg ik een omhooggestoken duim en een kusje terug. Ik glimlach en voel mijn nekspieren ontspannen. ‘Wil je dan nu het legoblokje zoeken?’, vraagt mijn zoon poeslief als de baby weer in de box zit. ‘Dat is goed. Dan kun je daarna weer even verder bouwen.’

En dan kan ik even mijn tanden poetsen, alleen. Een win-winsituatie noem je dat toch?

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloof, Moederschap

Slechte moeder

Mijn vijfjarige kijkt me lief aan, met het dekbed tot net onder zijn kin opgetrokken. De oren van zijn knuffelbeer komen er net bovenuit. Het was zo’n dag waarbij ik beter een sticker op mijn voorhoofd had kunnen hebben met ‘ontploffingsgevaar’ erop. Iets met het verkeerde moment van de maand, een kleuter met streken en een deadline. Meerdere keren explodeerde ik vandaag en dat ging gepaard met harder schreeuwen dan ik eigenlijk wilde. ‘Sorry dat ik vandaag zo boos deed, lieverd’, zeg ik terwijl ik hem over zijn witblonde haren aai. Het is al de derde keer dat ik dat zeg vandaag.

Boos worden leidt bij mij meestal tot schuldgevoel. Had ik niet beter anders kunnen doen? Welke moeder schreeuwt er zo? Waarom kan ik niet gewoon rustig reageren? Al gauw geef ik mezelf het label ‘slechte moeder’. Dat geeft me niet bepaald een beter gevoel. Net als herhaaldelijk sorry zeggen dat ook niet doet. Op mijn zoon ben ik helemaal niet boos meer, maar op mezelf wel.

Terwijl ik nog worstel met mijn gevoelens lijkt mijn zoon het allang vergeten. Hij vraagt of ik even bij hem in bed kom kroelen. ‘Weet je’, zeg ik als ik naast hem onder het dekbed kruip: ‘Ook als ik boos ben, houd ik van je. Ik hou altijd van je.’ Hij is even stil en plukt aan mijn oor.

‘En ook van jezelf?’, vraagt hij dan.

Niet doorhebbende wat een grote vraag hij stelt. Die komt binnen. Heel hard binnen. Ik trek hem tegen me aan en fluister: ‘Ook van mezelf’.

Als ik het licht van zijn kamer heb uitgedaan, loop ik wat wiebelig naar de gang toe. Want houd ik echt van mezelf? Hoe ik mezelf behandel is niet bepaald vriendelijk en ik blijf maar hameren op mijn fouten. Ik leer mijn kinderen dat het goed is als we sorry hebben gezegd. Dit lijkt voor iedereen in het huis op te gaan, behalve voor mezelf.

De mensen waar ik van hou krijgen steeds weer een nieuwe kans. Die krijgen mijn lieve woorden, mijn support en mijn vergeving. Mijn man en mijn kinderen mogen vallen, falen en dikke vette fouten maken. Maar ik? Ik geef mezelf een trap na. Of drie.

Later die avond popt ineens de volgende vraag in me op: ben ik echt een slechte moeder? De waarheid is dat ik dat niet ben. Ik houd oneindig veel van mijn gezin. Maar ik ben ook een mens dat fouten maakt, ongesteld is en soms veel te veel tegelijk wil doen. En ondanks alles, ben ik kostbaar in Zijn ogen. ‘Dank U wel dat U alles vergeeft’, zeg ik zachtjes tegen God. En daarmee is het klaar met mijn verwijten. Geen trappen na meer voor mezelf vandaag. Hopelijk lukt het me morgen om wat milder voor mezelf te zijn. Zo niet: een eenmalig sorry alvast.

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap

Hamsterwangen, gebed en geloof

‘Dadada’, zegt mijn dochtertje van negen maanden oud. Ze heeft pretlichtjes in haar ogen en lacht breed. Het is net of ik naar een babyfoto van mezelf aan het kijken ben. Hard giechelt ze, ze graait naar een speelgoedje en kijkt me dan weer helder aan. Glimlachend aai ik haar over haar wang. Net zo’n rond hamsterwangetje als ik als baby had.

Terwijl ik naar haar kijk, moet ik denken aan mijn oma. Onlangs overleed ze. Nog geen twee weken voor haar sterven maakten we een foto met vier generaties vrouwen erop. Dat was bijzonder, want moeders met hun dochters op de foto was binnen onze familie alleen maar met ons vieren mogelijk. Het was nóg specialer omdat oma haar achterkleinkind eindelijk kon knuffelen, het kindje waarvoor ze gebeden had vanaf het moment dat ze wist dat ik zwanger was.

Mijn oma stond bekend om haar gebedsleven en grote geloof. Als er iets was, dan ging oma bidden en dat deed ze dagelijks. Elke dag bracht ze al haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en alle aanhang voor Gods troon. Dan ging ze iedereen naam voor naam af. Tijdens haar begrafenis werd er gezegd: ‘Er is hier niemand in de zaal waarvoor ze niet gebeden heeft’. Dat raakte me zo en dat doet het nog steeds. Want wat was ze hierin inspirerend. Als zo’n biddende kracht wegvalt, is dat echt een gemis.

Mijn moeder vertelde kort na het overlijden dat oma al jaren bad voor een ongelovige man. Toen zijn moeder op sterven lag, zei ze tegen mijn oma: ‘Als ik er zo meteen niet meer ben, kan ik niet langer bidden dat mijn zoon Jezus leert kennen.’ Mijn oma nam toen het stokje van haar over en bad vervolgens elke dag voor die ongelovige zoon. Iets wat waarschijnlijk niemand anders deed. Maar wie neemt nu het stokje van mijn oma over?

Natuurlijk moesten de spullen van oma uitgezocht worden. Zwartwit foto’s kwamen tevoorschijn, foto’s die nog niemand eerder had gezien. Muf ruikend, maar met uiterste zorg bewaard. Er zaten babyfoto’s bij die zelfs de oorlog overleefd hadden. Samen met mijn moeder keek ik ernaar, al snel ontdekten we gelijkenissen. Want ik lijk op mijn moeder en mijn moeder lijkt op mijn oma. We zagen zelfs wat van mijn dochtertje terug in de oude foto’s. Allemaal hadden we dezelfde hamsterwangetjes.

Niet alleen de gezichtsvorm is doorgegeven. Mijn moeder is ook een bidder. Als er wat is, hoef ik niet om gebed te vragen. Want ik weet dat ze ervoor bidt. Elke dag brengt ze haar kinderen, schoonzoons en kleinkinderen bij God. Zij is nu de biddende kracht in de familie. Wát een nalatenschap van oma. Terwijl ik zo naar mijn dochtertje kijk met haar glimmende oogjes denk ik aan wat ik aan haar doorgeef. Hoe volhardend ben ik in gebed? Hoe wil ik mijn kinderen inspireren? Hoe krachtig is het als ik, net als mijn oma, herinnerd wordt als iemand die biddend klaar stond? Ik besluit het stokje van mijn oma over te nemen. Met gesloten ogen bid ik voor de man waar zij altijd voor bad, dat hij Jezus leert kennen.

Oma had niet veel waardevolle spullen om te erven, maar wat ze wel doorgaf is veel kostbaarder.

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Moederschap, Rust & balans

Omarm de chaos

‘Al die rotzooi’, grom ik. Met een frons in mijn voorhoofd gooi ik het legoblokje waarop ik zojuist op stond op het kleed. Zuchtend bekijk ik de rest van de woonkamer. De kussens van de bank zijn gebruikt voor een hut, al het speelgoed is uit de kasten gehaald en de eettafel is net een slagveld door het avondeten.

Alsof dat nog niet genoeg is ligt op de grond een stift zonder dop en een boel papiersnippers die hooi voor het zelfgemaakte konijnenhok voorstellen, van het hok zelf ontbreekt nog elk spoor. En laten we het over de chaos op de bovenverdieping nog maar niet hebben. Het voelt alsof ik de hele dag al aan het opruimen ben, maar de toestroom van bende gaat maar door. Terwijl mijn kleuter op een stoel hangt, ruim ik boos en met een gejaagd gevoel de Kapla-plankjes op.

Waarom ben ik dit eigenlijk alleen aan het doen?

Onder protest helpt mijn zoontje uiteindelijk mee. Maar het schiet niet op, ik zie dat hij moe is en ook de baby begint te huilen. Dus ik kies eieren voor mijn geld en besluit straks alles zelf maar op te ruimen. Iets met ‘de weg van de minste weerstand kiezen’. Zodra het kindervolk op bed ligt, voel ik mijn eigen vermoeidheid. De troep in huis maakt het er niet beter op, gevoelsmatig ziet het eruit als een gigantische vuilnisbelt. Mijn man lijkt het niet te deren, ontspannen stapt hij tussen het speelgoed door om vervolgens de volle vaatwasser uit te ruimen.

Dan moet ik denken aan een podcast van Bij Jorieke (met David en Carianne Ros) die ik eerder die week luisterde over rommel en stresshormonen. Het ging over opruimen en laat dat nou nét mijn hobby zijn. Bij rommel in huis blijkt het stresshormoon cortisol bij vrouwen toe te nemen, bij mannen gek genoeg niet. Als het lange tijd een rommelig is in huis, gaan vrouwen zich nerveus voelen en ze kunnen andere klachten krijgen zoals gespannen spieren, hoofdpijn en slechter slapen. Blijkbaar kunnen wij minder goed tegen chaos dan mannen. Op zich verbaast dat me niet, als ik het verschil tussen mij en mijn man zie.

‘Elke avond zijn we een uur bezig om alles weer een beetje netjes te krijgen. Ik word gek van al die bende elke keer’, steek ik van wal. ‘Waarom jij niet?’ ‘Het heeft toch geen zin om op te ruimen’, antwoordt mijn man nuchter en hij zet rustig de kopjes in de kast. ‘Het kan pas weer netjes worden als de kinderen op bed liggen.’ ‘Chaos omarmen dus?’, zeg ik zuchtend. Hij loopt naar me toe en slaat zijn armen op me heen. ‘Chaos omarmen inderdaad.’ Warmte en rust overspoelen me als ik mijn hoofd op zijn schouder leg.

Omarmen is de remedie tegen chaos.

Maar niet alleen de troep moet omarmd worden, ik ook. Door knuffelen maak je ook hormonen aan: oxytocine. Dit verlaagt het cortisolniveau in je lichaam. Ook knuffelen helpt dus tegen rommel. En laten mijn kleine bendemakertjes nou ook heel goed zijn in kroelen. Dus als mijn opruimstress morgen weer de kop op steekt, omarm ik vanaf nu alles wat los en vast zit. Kinderen én troep.

Deze blog schreef ik voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloof

Eigenlijk wist ik dit wel

Al een paar weken kijk ik uit naar een christelijk event waar ik een ticket voor gescoord heb. Online event, dat natuurlijk wel. Ik heb er ontzettend veel zin in en vind het een heel bijzonder idee dat ik niet de enige ben die gaat kijken. Ik voel me dan verbonden met vele medegelovigen die tegelijk meekijken en meebidden. Ook al zijn we niet echt samen, we zijn ook niet alleen en op hetzelfde moment zijn we verbonden in Hem.

Ik heb een plan voor als het zover is.

Mijn man is weg die avond, maar zodra de kinderen op bed liggen, is het mijn moment. De laptop staat al klaar, als de jongste op bed ligt, kan ik zo meekijken. Helaas. Ze wil niet slapen. Ze weigert haar speen en wrijft met haar knuistje over haar mondje. Voorzichtig tast ik met mijn vingertop over haar tandvlees en dat bevestigt mijn vermoeden: haar eerste tandje komt door.

Het onrustige draaien gaat over in huilen. Ontroostbaar huilen. Een zetpil en een verdovend goedje voor doorkomende tandjes, het mag niet baten. Ze overstrekt zich en krijst. Er zit niets anders op dan haar knuffelen en er te zijn. Tijdens het troosten denk ik aan het online event dat al een tijd bezig is.

Drie uren later komt mijn man eindelijk thuis, precies op het moment dat ze – eindelijk – slaapt en ik de woonkamer weer instap. Mijn gezicht staat op onweer en met een verbeten gezicht klap ik de laptop dicht. Het event is afgelopen. ‘Ik heb er geen minuut van gezien’, mopper ik. ‘Lekker zonde van het geld.’ ‘Kun je het niet terugzien?’, vraagt mijn man.

Dat terugkijken blijkt mogelijk, maar ik heb er niet zo’n zin meer in. Ik had er graag ‘live’ bij willen zijn. Er is in deze periode al helemaal niks waar ik fysiek aan kan deelnemen. Achteraf terugkijken zorgt niet voor hetzelfde gevoel van Gods aanwezigheid en verbondenheid met andere gelovigen als op het moment van uitzenden. Precies dát wat me aansprak is er niet meer.

Als ik de volgende dag mijn vijfjarige zoontje op bed leg, vraagt hij na het bidden: ‘Mama, hoe kan het dat de Here God tegelijk in mijn hartje is en ook bij iemand anders? Dan zijn er toch heel veel Here Gotten?’ Ik glimlach en leg hem uit dat de Here God dat doet door de Heilige Geest. Dat Hij dan altijd en overal tegelijk kan zijn. ‘Wist ik wel’, zegt hij tevreden en hij doet zijn ogen dicht.

Even later landt het bij me. Ik was dan wel niet op het live-moment aanwezig, maar dat is ook helemaal niet nodig. God kan de uitzending alsnog voor mij gebruiken en met Zijn Heilige Geest de ‘live’ gebeden en gesprekken tot vuur brengen. Om met de woorden van mijn kleuter te spreken: ‘Wist ik wel’.

Ik denk dat God dit lieve jongetje maar wát graag wilde gebruiken om me dit te laten realiseren.

Deze blog heb ik geschreven voor Power to the Mama’s.

Blog, Rust & balans

Nieuwe energie

De afgelopen twee weken waren aardig vermoeiend. Eerst werd de baby ziek en daarna volgde de kleuter met een longontsteking. Zelf was ik ook niet fit, maar dat kan ook door de korte nachten komen. Onze baby van zeven maanden oud wilde het liefst op mij slapen, want anders was het huilen in bed. Dan is de keuze snel gemaakt.  
 
Nu iedereen weer beter is, barst ik ineens in huilen uit. ‘Wat is er?’, vraagt mijn man en hij slaat zijn arm om me heen. ‘Ik ben het gewoon allemaal even zat’, breng ik snikkend uit. Het lucht op om even te huilen.  
 
Als ik even later op de bank zit en door mijn Insta scroll, slaat opnieuw de vermoeidheid toe. Een tijdje geleden besloot ik wat minder op mijn socials te kijken. Dat is de afgelopen twee weken faliekant mislukt: op de schaarse momenten die ik voor mezelf had, was ik vaak bezig met wat me  energie kóst. Vooral als ik moe ben, grijp ik vaker naar mijn telefoon. Het oude gedrag sluipt er dan gelijk weer in.  
 
Als ik me bedenk dat mijn telefoongebruik een energieslurper is, kan ik me er makkelijker van loskoppelen. Vastberaden leg ik de telefoon dan buiten handbereik. Maar dat stomme ding blijft mijn aandacht trekken. ‘Ik ga wandelen’, meld ik aan mijn man. ‘Lekker. Dat heb je lang niet gedaan’, is zijn aanmoedigende antwoord. De telefoon gaat mee, maar alleen om mij van muziek te voorzien. Binnen een paar minuten sta ik op het strandje vlakbij mijn huis. Er staat een fris windje, maar het is niet koud. Ik kijk naar de golven die kalm aanspoelen op het zand. In deze rust luister ik naar de worship songs van mijn playlist.  
 
Come to Me I’m all you need 
Come to Me I’m everything 

 
Terwijl ik verder wandel en luister naar de tekst, word ik geraakt door de woorden: ‘Kom naar Mij, Ik ben alles wat je nodig hebt’. Juist in pittige tijden zoek ik mijn rust en energie in dingen die me alles behalve dát geven wat ik nodig heb. Terwijl het voor me klaarstaat, bij Hem. Het enige wat ik moet doen is naar Hem toegaan. 
 
Dat half uur wandelen met God is het beste wat ik de afgelopen twee weken heb gedaan. Als ik thuis kom, heb ik meer energie opgedaan dan ik had gekregen van een dutje. Mijn emmer voelt weer wat meer gevuld, dankzij Gods water. Maar ik realiseer me wel dat die energie spaarzaam is en dat die apps op mijn telefoon gemaakt zijn om mijn aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Ze liegen: ‘Come to me, I’m everything.’  
 
Voor mij is dit blijkbaar iets om alert op te zijn als ik moe ben, misschien een soort signaal dat ik rust moet pakken op de juiste manier. Als ik mijn smartphone harder dan God ‘Come to me’ hoor zeggen, dan moet ik er juist zo snel mogelijk van weglopen. En wandelen naar God. Wandelen mét God. En die telefoon? Vooruit, die mag dan alleen mee voor de muziek.

Blog, Moederschap

Curry is gemaakt van frikandel

Het ene na het andere cherrytomaatje verdwijnt in de mond van mijn kleuter. Het verbaast me, want meestal valt hij eerst aan op de rest van zijn eten. Groenten eet hij over het algemeen niet zo gemakkelijk. En dat is een understatement. Aan de meeste groenten wil hij nog niet eens likken, laat staan zijn tanden erin zetten. ‘Wat zit je van je eten te genieten’, zeg ik tegen hem. ‘Weet je’, zegt hij ernstig en hij trekt de ketchup naar zich toe en wijst naar het plaatje op de fles. ‘Tomaten zijn heel lekker. Want die zijn gemaakt van ketchup.’

Er volgt een heel gesprek over het ontstaan van de desbetreffende saus en tomaten, waarbij hij kritisch van mij naar de tomaat op de fles kijkt. ‘Maar dat klopt niet’, zegt hij boos als hij hoort dat ketchup is gemaakt van tomaten en niet andersom. Alsof hij zich voor de gek gehouden voelt door mij en de ketchupfabriek. ‘Waarom doen ze dan een plaatje van tomaten op de fles?’

De herkomst van ons voedsel is iets wat de laatste tijd vaker bij ons ter sprake komt tijdens het eten. Zo hadden we eerder al een gesprek over hoe boter gemaakt wordt, dat kon onmogelijk van melk zijn, aldus mijn kleuter. Curry daarentegen lustte hij nooit. Totdat hij de verpakking goed ging bestuderen en er een plaatje van een frikandel op ontdekte. Curry moest dus wel gemaakt zijn van frikandellen. Ik probeerde nog uit te leggen hoe de vork in de steel zit, maar hoe ingewikkeld is het dat er op een ketchupfles een tomaat staat en op curry een frikandel?

Het enige wat voor hem wél klip-en-klaar is, is de herkomst van eieren. We hebben namelijk zelf kippen, die scharrelen hier rond in de tuin. Vlees is, net als curry, nog steeds een mysterie. Eén keer stelde hij daar een vraag over toen ik een stukje op zijn bord legde. ‘Waar is dit van gemaakt?’ ‘Van kip’, zei ik en ik keek hem aan, nieuwsgierig naar zijn reactie. Maar die was totaal anders dan ik had verwacht. Hij schoot keihard in de lach, terwijl hij door het raam liefdevol naar onze kippen Ria en Jannie keek. ‘Nee hoor, gekke mama.’ En toen was het gesprek klaar.

O, wat geniet ik van dit soort gesprekken. Ook al wordt alles wat ik over eten zeg, per definitie in twijfel getrokken. Soms probeert hij ineens nieuwe dingen. Zo wilde hij na zijn pindakaasopenbaring, opeens doppinda’s proeven. Nu moet ik nog wat verzinnen zodat hij groenten gaat proberen. Misschien plak ik binnenkort wel foto’s van spruitjes, broccoli en wortels op het broodbeleg. Want, zeg nou zelf, spruitjes gemaakt van hagelslag zijn natuurlijk het allerlekkerst.

Blog, Moederschap

Bang zijn mag

‘Ik wil niet,’ huilt mijn zoontje. Hij moet een coronatest doen omdat hij al dagen ziek is en klinkt als een zeehond uit Pieterburen. Mijn hart breekt als hij huilend uitroept: ‘Ik ben zo bang’. Ik sla mijn armen om hem heen. Ik probeer hem te overtuigen dat het goed is om de test te doen, maar hij weigert pertinent. Ik ben niet van plan hem gedwongen te laten testen, dus zit aardig in de rats. Hoe moet dat dan als hij zonder negatieve test niet naar school mag?

Na een heel lang gesprek waarin ik uitleg waarom het écht nodig is en dat hij bang mag zijn, gaat hij toch overstag. ‘Wat ben jij dapper,’ zeg ik trots als hij de test toch heeft gedaan. ‘Je was bang en hebt het toch gedaan. Dát is dapper zijn.’

Die middag moet ik steeds aan zijn angst voor de test denken. Het heeft indruk op me gemaakt wat een diepe angst kinderen kunnen voelen. Mijn zoontje is inmiddels weer doorgegaan met zijn leven en kijkt hangend op de bank een filmpje. Het raakt me hoe duidelijk hij zei dat hij bang was. Iets wat ik als volwassene verleerd lijk te zijn. Angst voel ik nog regelmatig, zeker in deze coronacrisis. Hoe vaak zeg ik nog in alle eerlijkheid: ‘ik ben bang’?

Want als ik eerlijk ben, maakt deze rare tijd een hoop in me los. Het feit dat we allemaal gewend zijn aan de bizarre maatregelen maakt me bang, dat mijn kleuter niet eens meer weet dat we naar de dierentuin konden gaan, dat mijn baby mij bevreemd aankijkt als ik haar wegbreng met mondkapje op. Ik ben bang dat de wereld vanaf nu altijd anders zal blijven. Kunnen we straks nog wel terug naar ‘het oude normaal’ of blijven er dingen anders? Ik wil dat niet. Maar net als de noodzakelijke test van mijn zoontje is dit niet iets waaraan we ontsnappen kunnen.

Kom op, vermaan ik mezelf. Het komt vast wel weer goed. Maar hoe hard ik die gedachte ook aan mijzelf opdring, het werkt averechts. Mijn hoofd weigert aan te nemen dat angst overbodig is. Totdat ik me realiseer dat ik het verkeerde tegen mezelf zeg. Ik vergeet iets tegen mezelf te zeggen wat ik wél tegen mijn zoontje zeg.

Je mag bang zijn.

Met dat ik dat denk voel ik me wat lichter. Deze tijd haalt voor veel mensen oud zeer naar boven, maakt nieuwe pijn en dat allemaal met veel minder nabijheid. We weten niet hoe lang het duurt, we weten niet hoe alles wordt. We mogen bang zijn tot het voorbij is en we mogen dit ook delen met anderen, want ik geloof dat ik niet de enige ben die dit een angstige tijd vindt.

In Stevig staan in een kwetsbare wereld schrijft Claartje Kruijff:

Het erkennen van kwetsbaarheid en imperfectie kan voor ons een bron van kracht en ontmoeting zijn.

Laten we elkaar ontmoeten (digitaal of coronaproof) in onze kwetsbaarheid. Zodat we tegen elkaar kunnen zeggen: ‘Wat ben jij dapper’. Want dat kunnen we allemaal wel wat vaker gebruiken.

Wie vind jij dapper?

Deze blog is gepubliceerd bij Power to the Mama’s.

Blog, Groei, Moederschap

Groeipijn

Huilend ligt mijn 5-jarige in zijn bed. ‘Mijn benen doen zo’n pijn,’ snikt hij terwijl hij naar zijn scheenbenen wijst. Het is niet de eerste keer dat hij zo wakker wordt laat op de avond. Al meerdere keren heb ik ’s avonds of ’s nachts zijn benen gemasseerd met kamilleolie. Ik pak het flesje er weer bij en druppel wat in mijn handpalm. We hadden het al snel herkend als groeipijn, die voorafgaat aan een groeispurt. Het is volkomen onschuldig, maar ik wist niet dat dat zo veel pijn kon doen bij een kind. ‘Ga maar lekker liggen,’ zeg ik zacht en ik leg zijn benen op mijn schoot.

Opschieten

De volgende ochtend besteed ik nauwelijks meer aandacht aan wat er die nacht is gebeurd. Ik moet opschieten, de school is weer geopend en de baby moet voor het eerst naar het kinderdagverblijf. We schuiven ons ontbijt naar binnen en proppen de lunch in de tas. Dan is het wassen, aankleden, inpakken en eerst naar school. Daarna lever ik stipt om 8.30 uur mijn baby coronaproof af. Het kinderdagverblijf is nieuw en door corona heb ik er ook niet echt een gevoel bij. Vrolijk zit mijn dochter in de armen van een wildvreemde. Ik slik mijn tranen weg terwijl ik naar haar zwaai.

Als ik in de auto zit, komen de waterlanders toch. Bij mijn zoon had ik het ook toen ik hem voor het eerst naar de gastouder toe bracht. Het loslaten van mijn kind en de zorg aan iemand toevertrouwen die ik niet ken, dat vind ik ingewikkeld. Komt het wel goed? Wat nou als ze niet kan slapen daar? Straks geven ze haar per ongeluk de verkeerde voeding. Moet ik anders nog even bellen om iets over haar slaapritueel te vertellen?

Groeipijn, denk ik ineens

Ik heb ook gewoon groeipijn. Toen ik net wegging, hoefde mijn dochter niet te huilen. Ik wel. Dit voelt als het einde van een tijdperk. Een era waarin ik er maandenlang 24/7 voor haar was. We hebben pittige maanden achter de rug en ik vond het erg moeilijk om iemand op haar te laten passen. Nu mijn verlof erop zit, moet ik wel. Ik kan mijn meisje moeilijk meenemen naar kantoor.

Doordat ik weer ga werken, ga ik een nieuwe fase in. Een fase waarin ik de zorg voor mijn baby moet delen en gedeeltelijk moet loslaten. Ik kan niet alles meer voor haar doen en oplossen. En dat losweken doet een beetje pijn. Volgens mij vooral bij mij, want als ik later op de ochtend bel, hoor ik van de juffen dat ze alleen maar lacht naar alles en iedereen.

De keren daarna wordt het wegbrengen steeds wat makkelijker. Het loslaten blijft nog wel een dingetje. Als ik op mijn werk weer eens groeipijn heb en de control freak in mij het kinderdagverblijf wil bellen om te horen of het wel goed gaat, dan denk ik aan de zere benen van mijn zoontje. Net zoals massage hem hielp, helpt het masseren van mijn hersenen ook als ik mezelf liefdevol toespreek: laat het maar los, je dochter is in goede handen. De groeispurt komt eraan.

Deze blog is gepubliceerd bij Power to the Mama’s.

Blog, Geloof

Het goede voorbeeld geven aan kinderen

Waar denk jij aan bij het geven van ‘het goede voorbeeld’? Misschien geef je de opdracht wel eens aan je oudste kind om aan zijn jongere broertjes of zusjes te laten zien hoe het ‘hoort’. Hoe zit het eigenlijk met jezelf? Ben je tevreden over hoe jij het leven aan je kinderen voorleeft? Hoe spiegelen ze zich aan jou?

Ik vind mezelf niet altijd het beste gedrag vertonen. Laatst floepte er een scheldwoord uit toen tijdens het maken van een smoothie de blender niet dicht bleek te zitten. Niet heel veel later hoorde ik diezelfde uitroep uit de mond van mijn kleuter, die even wilde kijken hoe dat woord ‘proefde’. Toen ik hem onmiddellijk zei dat hij dat niet mocht zeggen, zei hij terecht: ‘Maar jij zei het ook.’ Touché.

Soms pakt mijn voorbeeldfunctie wat beter uit. Toen ik vorige week hangry explodeerde zei ik tijdens het eten: ‘Sorry, dat ik zo boos deed. Ik had honger.’ Nog geen dag later zette mijn zoontje exact dezelfde zin in, nadat hij voor het avondeten ontvlamde in woede. Kinderen zijn soms net een spiegel.

Zelfs mijn dochtertje van een half jaar oud spiegelt zich aan mij. Baby’s voelen emoties haarfijn aan. Al vlak na de geboorte is er al spiegelgedrag zichtbaar. Zo kunnen moeder en kind zich op elkaar afstemmen. Mooi bedacht, hè?

We zijn bedoeld om als moeder een voorbeeld te zijn voor onze kinderen, om hun het juiste gedrag voor te leven. Door wie kunnen we ons dan beter laten inspireren dan door Jezus? In 2 Korintiërs 18 staat:

We zijn als spiegels die steeds meer de stralende macht en majesteit van de Heer weerspiegelen. Want we gaan steeds meer op Christus lijken. Dat gebeurt door de Geest van de Heer.

Ons voorbeeld is Jezus

In Zijn wandel hier op aarde was hij zonder zonde en deed hij áltijd het juiste. Hij was geduldig, nederig, genadevol, in verbinding met God, gefocust en kwetsbaar. Uit onszelf kunnen we dit niet, maar de Heilige Geest is in jou en mij aan het werk om ons te vormen. Mag Hij de komende week ook met jou aan de slag gaan?

Deze inleidende overdenking is afkomstig uit de Weekly Devotional van Power to the Mama’s die ik voor komende week mocht schrijven. Elke dag neem ik je mee in een Bijbeltekst en laten we ons inspireren door Jezus’ voorbeeld. Als je lid wordt heb je als member toegang tot dagelijkse overdenkingen, een online community en ontvang je twee keer per jaar een tof #powerbook op de mat.

Foto: Unsplash