Verhalen

Solliciteren naar problemen

‘Je hebt al eerder in een supermarkt gewerkt las ik in je CV?’, vraagt hij en ondertussen krabbelt hij wat op een formulier. Met zijn vingers krabt hij op zijn kalende hoofd en legt dan zijn hand op zijn buik. De knoopjes van zijn lichtblauwe met grasgroen geruite overhemd staan onder spanning. Onder zijn formulier steekt een stuk van mijn CV uit en her en der zijn er woorden geel gearceerd. Subtiel leun ik wat over het bureau om te zien wat precies, maar ik kan het niet goed zien.
‘Ja, dat klopt’, antwoord ik. ‘Bij de Jumbo en ook binnen een leidinggevende functie en dat paste me heel goed. Vooral het aansturen van het team is iets waar ik goed in ben, zien wat er moet gebeuren en wie je daarvoor het beste kan inzetten.’
Hij humt wat en schrijft wat op zijn papier, maar met elke letter wordt de pennenstreep dunner. Geërgerd schudt hij met zijn pen, zet hem weer op het papier en schrijft zonder kleur.
‘Juist’, mompelt hij en hij trekt een la open. Graait er wat in, zucht en trekt de la eronder open. ‘Geen pen te bekennen als je er een nodig hebt.’ Hij houdt zijn handen verontschuldigend in de lucht. Ik loop even naar de balie om er eentje te halen die het wel doet. Een momentje.’
Met grote passen loopt hij het kantoortje uit. Ik gluur achter me door het raam en zie hem door de grote deuren de supermarkt in verdwijnen.
Ik sta op en strek mijn benen even. Aan de muur hangen krantenknipsels waar de supermarktmanager opstaat, de ene keer met een blije klant die iets gewonnen heeft, de andere keer met zijn personeel. Op de lange tafel die eronder langs de muur staat staan tientallen dozen geopend. Met Snickers, voorverpakte roze koeken, chocoladerepen, pakjes kauwgom, doucheschuim, zakjes paprikachips en nog veel meer. Ze puilen uit de pakken, liggen ernaast op de tafel zonder enige vorm van logica.
Schichtig kijk ik door het raam en kijk uit op een ruimte met tientallen karren volgestapeld met dozen met boodschappen. Het is stil in het magazijn. Vluchtig werp ik een blik op de deur en gris dan een reep chocola, een zakje chips en een Snickers uit de chaos.
Weer gluur ik naar de deur die naar de supermarkt leidt. Niemand te zien. Zo snel ik kan open ik mijn handtas die op de grond staat aan mijn kant van het bureau en ik prop de spullen erin. Met een voorzichtige grijns ga ik weer zitten en staar naar de dozen op de tafel. Zal ik nog wat pakken?
In huis heb ik nauwelijks iets te eten meer. Sinds Leon bij me weg is ben ik steeds verder ingeteerd en in de rode cijfers gezakt. Afgelopen week verkocht ik mijn televisie via Markplaats en de huur kon ik daarna maar net betalen. Op de advertentie van mijn scooter reageert nog niemand, maar ik heb het geld nodig. De koelkast is helemaal leeg, op een potje mosterd en een halflege fles ketchup na. Ik moet deze baan krijgen. Hopelijk belt hij niet naar de Jumbo voor een referentie, want dan val ik gelijk door de mand. Een supermarktmanager van de Albert Heijn zal toch nooit naar een andere supermarkt bellen?
Een geluid, ik draai me om en zie de manager weer door de klapdeuren komen. Lachend steekt hij een pen in de lucht als hij binnenkomt.
‘Ik moest er heel wat voor doen’, grijnst hij, ‘maar ik heb er een.’
Met een plof gaat hij zitten op de bureaustoel die een stukje naar achter rolt onder zijn gewicht. Met zijn voeten stapt hij zodat de stoel weer vooruit rolt totdat zijn buik tegen het bureau aankomt.
‘Hoe zou je jezelf omschrijven?’, vraagt hij en hij zet zijn pen op het papier.
Hier ben ik op voorbereid, het antwoord op deze vraag heb ik tig keer opgeschreven, zodat ik het zo op kan zeggen.
‘Daadkrachtig’, begin ik en ik ga rechtop zitten. ‘Sociaal, empathisch, flexibel. Ik ben zorgvuldig.’ Kort staar ik naar de grond en zie dan dat ik de rits van mij tas niet goed heb dichtgedaan en de Snickers is duidelijk zichtbaar. Met mijn voet duw ik de flap van de tas eroverheen zodat je het niet meer ziet. ‘En ik ben eerlijk en betrouwbaar’, zeg ik met een glimlach.
Met een lach legt hij zijn onderarmen op de tafel en opent zijn handen. ‘Ik zal eerlijk zijn’, zegt hij, ‘Normaal zeg ik altijd dat ik een paar dagen later laat weten wat we doen, maar dat ga ik nu niet doen. Zeker gezien je eerdere ervaringen en je mooie CV heb ik er het volste vertrouwen in dat je een mooie aanwinst zal zijn voor ons team en dat je de ploeg van vakkenvullers goed aan zal sturen. Je hebt de baan’
‘Wow’, stamel ik en ik lach breeduit. ‘Wat leuk, fijn. Bedankt.’
‘De papieren moet ik natuurlijk nog regelen en een gesprek over de arbeidsvoorwaarden moeten we ook even inplannen. Ik stuur jou vanmiddag een mailtje met een voorstel, is dat goed?’
‘Ja, zeker, dat is prima’, antwoord ik. ‘Per wanneer zou ik dan beginnen?’
‘Is volgende week maandag goed?’
‘Uitstekend’
Hij staat op, geeft me een hand en loopt met me mee naar de deur.
‘We spreken elkaar deze week dan nog’, zegt hij. ‘O wacht, er valt iets uit je tas.’
Hij bukt en pakt het zakje paprikachips. Kort kijkt hij ernaar en met vuurrode wangen neem ik het van hem aan.
‘Bedankt’, zeg ik licht hakkelend en ik houd het onhandig in mijn hand. Het in mijn tas stoppen durf ik niet.
‘Goed’, hij opent de deur naar het magazijn, kijkt vluchtig naar de tafel met eten en vervolgens weer naar mij. ‘Ik mail jou vanmiddag. Bedankt voor het gesprek.’

Previous Post Next Post

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply