Browsing Category

Geloven

Blog, Geloven

Kleine evangelist

Want ik schaam mij niet voor het goede nieuws van Christus.
Romeinen 1:16 (Basisbijbel)

Op de fiets rijden we door Kopenhagen, een briljante manier om deze stad te bezichtigen. We piepen overal behendig tussendoor en hoeven niet te wachten. Ideaal met onze peuter, want het is zalig weer en hij vindt het achterop de fiets fantastisch. Uit volle borst zingt hij liedjes, terwijl hij tussendoor voertuignamen scandeert die we in het voorbijgaan tegenkomen.

We komen aan bij De Kleine Zeemeermin, zo ongeveer de bekendste bezienswaardigheid van Kopenhagen. Een klein beeldje waarom zich hele hordes toeristen met iPads en selfiesticks drommen. In onze Hollandse nuchterheid fietsen we erlangs, met die hele meute die ermee op de foto wil verdwijnt toch een groot deel van de charme. Om ons heen staan massa’s mensen en dan opeens begint de kleine man in het fietsstoeltje weer luidkeels te zingen.

Ik zegen jou in Jezus’ naam. Snoeihard zingt hij het. Mensen kijken hem aan, mensen kijken mij aan.
En ik glimlach, want in mijn hoofd hoor ik mijn moeder zeggen: ‘Heidi, de kleine evangelist.’
Als kleuter huppelde ik over de camping en zong ik (aldus mijn moeder) met volle overgave: De B-IJ-B-E-L mijn trouwe metgezel, ik vind alles wat ik maar nodig heb in de B-IJ-B-E-L.

‘Zo, die kleine heeft een hoop mensen gezegend’, zeg ik later tegen mijn man. Zo vrijmoedig als hij zong, zo vrij ben ik allang niet meer. Eerlijk gezegd vraag ik me af of ik er ook zo om had kunnen glimlachen als het in hartje Rotterdam was gebeurd en iedereen hem had verstaan. Waar is die kleine evangelist in mij gebleven?

Het zet me aan het denken. Binnen mijn christelijke kringetje is het heel makkelijk om voor mijn waarden uit te komen, maar daarbuiten… In deze westerse wereld kan in principe alles. Je mag op iedereen verliefd worden, je mag alles met je lichaam doen wat je wilt en je mag overal een mening over hebben. Maar als christen lijk je niet mee te mogen doen met die vrijheid van meningsuiting. Als je vindt dat je met zorg om moet gaan met je lichaam, je een christelijke mening hebt over huwelijk, abortus, euthanasie en wat al niet meer, dan lijkt dat niet te mogen. Alles lijkt te moeten kunnen, maar vinden dat dat niet zo is, niet. Volg je ‘em nog?

Buiten mijn vertrouwde christelijke kringetje verschuil ik me daarom al snel achter gedachten als: mensen moeten het aan mijn daden zien dat ik bij Jezus hoor. En dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Geen woorden, maar daden. Toch voelt het soms ook als een excuus om niets te hoeven zeggen.

Er zijn momenten dat alleen daden niet genoeg zijn. Dat ik juist moet zeggen waar ik voor sta en uitspreken dat ik bij Hem hoor, vrijmoedig zoals een kind dat doet. Vertellen waarom ik ervoor kies om iets niet te doen, zonder bang te zijn voor de mening van anderen en hun oordeel. Vrij van schaamte, zoals de kleine evangelist die 25 jaar geleden over de camping banjerde.

Hoe is dat bij jou? Wie ben je buiten je christelijke wereldje? Wie wil je daar zijn?

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Rommelkont

Mijn zoontje zit op de grond te midden van een enorme ravage. Ik was boven om de was op te ruimen en in dat korte moment heeft meneer al zijn speelgoed verspreidt over de woonkamervloer. ‘Wat heb jij nou gedaan?’, vraag ik geërgerd.

Om hem heen staat de halve inhoud van mijn keukenkastjes. Pannen, lepels en plastic bakjes. Boos been ik op hem af. Een scherpe pijn trekt door mijn voet en ik slik een schelwoord in. Ik til mijn voet op en zie de pijnveroorzaker: een stuurse duplogeit met horens.
Met fonkelende ogen kijk ik mijn driejarige aan en zeg woest: ‘Opruimen. Nu.’

Wakker
Die nacht kan ik niet slapen. Ik ga er even uit en ga op de bank liggen. Ik graai achter mijn rug en daar kruist de duplogeit mijn pad voor de tweede keer. Dit keer doet hij me wat minder pijn, gelukkig. Ik zet ‘em op de salontafel naast me en staar naar het plafond. De ene na de andere gedachte raast voorbij. Over werk, regeldingen, relaties en of ik daarin beter mijn best moet doen, opvoeding… Doe ik het wel goed? Zo boos worden omdat je op een mini geit gaat staan, lekker voorbeeld. Wat ben ik voor waardeloze moeder? Pas werd ik ook al zo boos.

Chaos
Ik haal alles uit de kastjes in mijn hoofd. De bak met zorgen, het krat met frustratie en de emmer met zelfverwijt. Wat is dat toch met de nacht? Alles lijkt groter, erger en problematischer en ikzelf lijk incapabeler. Zodra het donker valt, verandert het perspectief op je zorgen. Inmiddels ben ik geen moeder meer die een keer boos is geworden, maar een levensgevaarlijk explosief dat op scherp staat. In mijn hoofd is het een rommel. Alles moet terug de kast in, anders kan ik straks helemaal niet meer slapen.

Dan moet ik ineens denken aan de volgende Bijbeltekst:

Als ik ‘s nachts wakker lig en aan U denk, prijs ik U.

Psalm 63: 8 (Basisbijbel)

Focus
Mijn focus is compleet verkeerd: ik ben wakker, maar denk aan mezelf. Aan dingen waarin ík tekortschiet en problemen die ík op moet lossen. Ik haal net als mijn peuter alle spullen uit de kast en weet niet meer wat ik met al die rommel moet. Als mijn focus op God was geweest, was alles in de kast gebleven. Ik pak de Bijbel erbij en begin te lezen in Psalmen waar God groot gemaakt wordt. Al snel ervaar ik Rust, de nacht mét God is anders dan zonder Hem.

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Als ik weer moe begin te worden kruist mijn blik de duplobok weer. Alsof hij zegt: ‘Mens, ga toch terug naar je bed. Vooruit met de geit!’

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Waar focus jij op?

“Kijk nou”, zeg ik vol verbazing tegen mijn man. In mijn hand heb ik een manshoge onkruidplant. Hoe kan ik die al die tijd over het oog gezien hebben? Zeker omdat er toch wekelijks onkruid gewied wordt. Hij had zich wel verdekt opgesteld, tussen een struik en een boompje in. Maar toch, eigenlijk had ik hem niet kunnen missen.

Later die dag wandel ik een rondje door mijn woonplaats. De ene tuin staat bomvol onkruid. In de aarde onder een tweetal vaste planten groeien distels, hondsdraf en allerlei andere plantjes die zich graag vermenigvuldigen. In de tuinen waar de vaste beplanting de overhand heeft, zie je nauwelijks onkruid. Er is simpelweg te weinig plaats en licht om op te komen.

Tijdens mijn wandeling moet ik ineens denken aan het verhaal van de zaaier en leerde ik iets nieuws.

Jezus zei: “Een zaaier ging zaaien. Een deel van het zaad viel langs de weg. Het werd door de vogels opgegeten. Een ander deel viel op rotsgrond, waar het niet veel aarde had. Daardoor kwam het zaad snel op. Maar toen de zon opkwam, ging het dood. Het verdroogde doordat het haast geen wortels had. Een ander deel viel tussen de distels. Toen de distels opkwamen, verstikten die het.
Mattheus 13:3-7 Basisbijbel

Een deel van het zaad viel tussen de distels en het zaad kon niet groeien. Omgekeerd is het ook zo. Als je tuin vol staat met hortensia’s, lavendel of vrouwenmantel is er voor het onkruid nauwelijks plek om te groeien. Mooie bodembedekkers zaaien zichzelf uit en maken een beschermend kleed in je tuin, tegen onkruid. Hoe meer ruimte de Heilige Geest krijgt, des te minder plek er is voor zonde om te ontkiemen.

En toch staat er dan ineens een manshoge onkruidplant in je tuin. Iets wat er blijkbaar ingeslopen is en waarvan je dacht dat je het niet meer deed. Want je bent toch al jaren christen en eigenlijk zou je toch beter moeten weten? Dat zelfverwijt ken ik maar al te goed. Ik zou nu toch meer geduld of zelfbeheersing moeten hebben? Maar dat rottige onkruid blijft maar opkomen, ondanks de mooie planten.

Terug naar de enorme onkruidplant uit mijn tuin. Het is een joekel, maar een zacht rukje aan de stengel en hij is er gelijk uit. Zo groot als de plant is, zo klein is het wortelstelsel. Vaste planten daarentegen, wortelen zich diep in de aarde, om daar tijden te blijven staan.

Focus jij je op het onkruid of op het goede in je tuin?

 Lieve vader, help mij om te zien wie ik ben in U, ondanks al mijn fouten. In U ben ik meer dan overwinnaar.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven, Moederschap

De zegen van een zegenliedje

Mijn zoontje is beneden terwijl ik boven de was doe. Elly en Rikkert klinken luid over de boxen. Het zijn de liedjes waar ik als kind ook eindeloos naar luisterde. Ik vind het heel waardevol dat ik mijn zoontje deze muziek ook mee kan geven. Vroeger luisterde ik cassettebandjes, nu stream ik de muziek gewoon. We gaan nog wel een béétje met de tijd mee.

“Mama?,” roept mijn driejarige onderaan de trap. “Mag ‘ie nog een keer?”
“Wat bedoel je?,” vraag ik en ik hang over het traphek en kijk naar zijn breeduit lachende gezichtje.
“Ik zegen jou. Ik wil die nog een keer. Mag dat?”
Natuurlijk mag dat. Graag zelfs.

Ik zet het liedje nog een keer aan en wil weer naar boven gaan. Duty calls, die was hangt zichzelf niet op. Maar daar denkt mijn zoon anders over. “Nee, jij moet op de stoel zitten.” Hij gebaart naar waar ik moet gaan zitten en kijkt me poeslief aan. “Wil jij meezingen?”

Hoe kan ik dat verzoek weerstaan? Ik ga zitten en hij nestelt zich op mijn schoot, legt zijn hoofd tegen mijn borst en luistert stilletjes als ik meezing:

‘Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij bewijst Zijn trouw
Ik zegen jou in Jezus’ naam
Hij blijft bij jou’

“Nog een keer,” zegt hij. “Ik vind dit een heel mooi liedje.”
Ik tik op mijn telefoon het liedje nog een keer aan en het pianomuziekje begint weer.
“Nu moet ik op de stoel en dan moet jij bij mij op schoot. Dan ga ik voor jou zingen,” zegt hij vastberaden. Ik glimlach. “Zullen we anders zo blijven zitten?” Mijn gewicht op zijn schootje, dat wil ik hem toch niet aandoen.

Elly en Rikkert beginnen weer te zingen, maar niet alleen. Mijn peutertje doet mee. Hij legt zijn arm op de mijne en zingt loepzuiver: ‘Ik zegen jou in Jezus naam, Hij blijft bij jou.’ De coupletten zijn vals, er missen woorden, maar het zuiver gezongen refrein raakt me recht in mijn hart. Het is met recht een zegenliedje, dat is duidelijk.

Hoe vaak zegenen we onze kinderen, onze geliefden? In de kerk vind ik het altijd een van de fijnste momenten: het zegenmoment vlak voordat de dienst afgelopen is. Zegening is de vraag of God iemand overvloed, voorspoed en gezondheid wil geven. Vanuit ons geloof in Jezus mogen we zelfs de zegen over iemand uitspreken: ‘Ik zegen jou in Jezus’ naam.’ Zijn overvloed is het mooiste wat we de ander mogen geven.

Die mooie woorden mag ik dus best vaker uitspreken over mijn zoontje, maar ook over mijn man, vrienden of anderen die ik liefheb. Van Zijn zegen kun je niet genoeg ontvangen. Ikzelf ook niet. En dat had mijn peuter allang door, vandaar dat hij mij vroeg of ik bij hem op schoot kwam voor het liedje. Alhoewel mijn billen op zijn schootje voor hem dan weer niet zo’n zegen zijn.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

De dagelijkse strijd uit handen geven

In de hof van Eden stond een boom. De boom van goed en kwaad. Een overbekend verhaal. De slang verleidde Eva en ze nam een hap van de vrucht. Daarna ging ze naar Adam, ook hij at ervan. De hap was de eerste zonde en daarmee eindigde het paradijs op aarde én in ons denken.

Elke dag sta ik weer bij die boom en sta ik voor de keuze om te kiezen voor het goede of het kwade. Vertel ik die roddel die ik net hoorde tegen iemand anders? Of hou ik hem voor me? Word ik boos en scheld ik? Of kies ik een andere manier om mijn frustratie te ventileren? Laat ik me leiden door emoties of laat ik Wijsheid de boventoon voeren?

Het verhaal van de zondeval is duizenden jaren oud en toch nog steeds actueel. De keuze voor het goede is de strijd die we als christen dagelijks voeren en oh, wat voel ik me schuldig als ik voor het kwade gekozen heb. Al dan niet gewild, want soms lijkt het me ook te overkomen. Een zonde kan maar rond blijven cirkelen in mijn gedachten, het feit dat ik koos voor het verkeerde terwijl ik zo goed weet wat ik wél moet doen.

Pas hoorde ik een preek over deze interne strijd tussen het goede en het kwade en die raakte me. De preek trof me op een ochtend dat ik boos was uitgevallen tegen mijn zoontje, terwijl ik op dat moment beter even weg had kunnen lopen. Ik voelde schuldig, slecht. Het continue verliezen van de strijd tussen goed en kwaad maakt dat veel christenen zich ‘slechte’ christenen voelen, aldus de spreker. Onterecht. We weten met ons verstand dat Jezus voor onze zonden gestorven is en toch denken we dat elke nieuwe zonde die wij begaan een extra nagel aan het kruis is. De vinger precies op de zere plek.

Wat ik vaak vergeet is dat God allang wist dat ik zou blijven falen. Mijn en jouw strijd is juist dat we de strijd blijven verliezen en niet de worsteling met een enkele zonde telkens weer. Én daar is Jezus voor gestorven en daarin heeft Hij overwonnen: voor het feit dat wij verliezen, keer op keer.

We mogen die worsteling uit handen geven en doen wat we op dat moment kunnen doen. De vergeving ontvang je, hoewel je niet perfect bent. Omdat Jezus het voorval met de boom heeft hersteld, hoeveel vruchten je ook gegeten hebt of nog gaat eten. Hoe mooi is dat?

Foto: Pexels

Deze Faith Focus mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

.

Blog, Geloven

De hond en zijn baasje

Ken je zo’n blije hond die aan zo’n uittrekbare riem zit? Als hij ergens wat ruikt gaat hij er onmiddellijk van door en scharrelt soms als een kip zonder kop over de straat. Zodra hij meters verderop een tak met de potentie van apporteren ziet, stevent hij daar gelijk op af. De baas wandelt en de hond rent van voor na achter en soms, heel af en toe even naast zijn baasje. Heb je een beeld? Mooi. Voel jij je soms ook zo’n hondje? Ik wel namelijk.

Ik wil wel graag naast God wandelen. Luisteren naar Zijn stem die zegt of we naar links of rechts moeten gaan. Maar toch raak ik zo vaak afgeleid door de wijde wereld. Dan zie ik ineens een stok verderop en denk ik dat God daar een plan mee kan hebben, terwijl zijn plan misschien niet ‘apporteren’ is, maar juist een oefening in ‘naast’ wandelen of gewoon samenzijn.

Als we dan samen wandelen, komen we soms iemand tegen waartegen ik dan onnodig begin te blaffen, grommen of waar ik angstig voor terugdeins. Ik trek aan de riem, ik ga zitten als ik geen zin meer heb en ik bijt in dingen waarin dat niet moet. Als je zo’n felle terriër kent weet je dat ze ook niet altijd even goed luisteren naar commando’s als ‘af’ en ‘kom’. Zeker wanneer ze ergens in de verte ineens een duif zien fladderen. Zo’n hondje ben ik soms.

En toch, als je dan zo’n beestje met zijn baasje ziet wandelen, dan ziet het baasje er niet geteisterd uit. Hij heeft het ras niet voor niets uitgezocht. Hij heeft gekozen voor dat eigenwijze keffertje en hij geniet van zijn grillen, de speelsheid, het enthousiasme en het ongetemde denken. Ook al bijt hij soms een schoen kapot of graaft hij een gat in het nieuwe gazon, aan het eind van de dag wil zijn baas altijd met hem op de bank zitten en niets anders dan een aai over zijn bol geven.

Toen Jezus gedoopt werd, sprak God het volgende tegen hem en deze woorden zegt Hij ook tegen jou en mij: ‘Jij bent mijn geliefde kind. Ik houd heel van jou. Ik geniet van jou. (Markus 1:11, Basisbijbel enigszins vrij vertaald)

Deze Faith Focus mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven, Moederschap

Faal, vergeet en leer

Even let ik niet op. Even. Als ik weer kijk staat mijn peuter op het keukentrappetje bij de porseleinen spoelbak. Zijn nieuwste hobby is het stiekem leegspuiten van alles waar zeep in zit. Afwasmiddel, handzeep, shampoo, niets is veilig.Voordat ik bij hem ben klinkt er een luide tik. Het stenen zeeppompje is in de wasbak gevallen. Verschrikt spurt ik ernaar toe, spreek mijn zoontje vermanend toe, zet het zeeppompje – dat zowaar nog heel is – terug en haal het trappetje weg. Even later ontdek ik een scheur van jewelste in de porseleinen spoelbak.

De scheur blijkt niet enkel een esthetisch probleempje te zijn, hij is door en de wasbak lekt aan de onderkant. Een paar telefoontjes en een bezoekje aan de keukenboer later leert ons dat het én niet meer te maken is, maar dat de desbetreffende spoelbak ook uit de handel gehaald is. Het onvermijdelijke gevolg: nieuwe spoelbak, nieuw aanrechtblad, muur opnieuw sausen en hopen dat het behang heel blijft. Je snapt het wel: we balen. Ook al zijn we niet boos geworden op de kleine man, hij merkt dat het niet zomaar een ongelukje is. Hij zegt – uit zichzelf- die dag meerdere keren ‘sorry’, totdat ik nadrukkelijk zeg dat hij het niet meer hoeft te zeggen. Het was immers een ongelukje.

De volgende ochtend wil mijn zoontje de scheur weer bekijken en even later wéér en later nóg eens. En nog eens, en nog eens. Het hele voorval heeft indruk op hem gemaakt, dat is duidelijk. 
En dan zie ik ineens een parallel met mijn eigen leven. De appel valt overduidelijk niet ver van de boom.  

God vertrouwt mij dingen toe: de zorg voor mijn kind, mijn werk, de zorg voor anderen waar ik een bepaalde relatie mee heb. Hij geeft mij talenten en daar mag ik wat mee doen. Zóveel schenkt hij en daarmee geeft hij ook verantwoordelijkheid. 
En net als ieder ander maak ik fouten. Val ik uit tegen iemand en maak ik daarmee een krasje, buts of soms zelfs een scheur. En o, wat kan ik dan toch boos worden op mezelf als ik faal. En wat komt die fout dan toch vaak terug in mijn gedachten.

Maar Ik doe al jullie ongehoorzaamheid weg. Al jullie slechte daden wis Ik uit. Dat doe Ik omdat Ik dat wil en niet omdat jullie het verdienen. Ik zal er zelfs niet meer aan denken. 
Jesaja 43:25 (Basisbijbel)

Waarom kan ik tegenover mijn zoontje zo compassievol zijn bij een fout en bij mezelf niet? Als God ze allang heeft weggedaan, waarom zou ik er dan aan blijven denken? Dat is niet wat Hij voor mij wil. En als jij daar ook moeite mee hebt; het is ook niet wat Hij voor jou wil. Hij wil dat we vrij zijn en dat we net als Hij dat doet, niet meer aan onze zonden denken. We mogen het echt loslaten en tegen onszelf zeggen: ‘Ik ga hier niet meer aan denken.’

Nog een dag later is mijn zoontje de scheur helemaal vergeten, hij speelt weer zonder kijk-de wasbak-is-kapotonderbrekingen. Maar als hij later zijn handen wil wassen vraagt hij ineens: Mama, wil jij zeep op mijn handen doen? En dat is dus wat we moeten doen met onze fouten: vergeten en ervan leren. Ik kan blijkbaar nog een hoop leren van mijn driejarige. 

Foto: Unsplash

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Als brood in de handen van de Meesterbakker

Op het aanrecht maak ik een mooie cirkel van meel en bloem. Het meel heb ik gekocht bij een molenaar, want als je brood bakt moeten de ingrediënten van uitstekende kwaliteit zijn. Hoe beter het meel en de bloem, hoe lekkerder en mooier het brood. Voorzichtig meng ik de gist en wat zout door het meel. Daarna maak ik een kuiltje in het midden en giet er langzaam lauw water bij.

Zodra de ingrediënten goed samengekomen zijn begint het harde werk: kneden. Je kan het natuurlijk door een handige machine laten doen, maar met de hand vind ik toch beter. Brooddeeg maken, komt vrij nauw. Te kort of te lang kneden: het kan allebei je brood verpesten. Daarnaast blaas je met je handen het deeg als het waren leven in. Een groot pluspunt: je kan je sportschoolabonnement opzeggen, want man, brood kneden is een ware work-out die gewoon vijftien minuten duurt!

Na vijf minuten kneden beginnen mijn armen een beetje zwaar te worden. Voor de Heel Holland Bakt-fans onder ons: slaan met je brood zoals Liesbeth deed, is een goed idee. Hoewel je je brood dus mag slaan, moet je het wel ook met liefde behandelen. Niet op de grond laten vallen bijvoorbeeld. En als ik zo met mijn deeg als een ware bakker op het aanrecht mep, denk ik ineens aan God.

Hij is de bakker. De Meesterbakker. En ik ben het brood. Hij koos de beste ingrediënten voor mij; alle mooie karaktereigenschappen waarmee hij mij gemaakt heeft. Vol zorg koos hij ze uit en plantte ze in me, toen ik groeide in de buik van mijn moeder. Toen zag Hij al wat voor brood ik mag worden.

De Bakker kneedt. Soms heel hard, dan leert Hij mij geduld op te brengen voor mijn peutertje en dat doet soms pijn. En soms kneedt Hij heel zacht en liefdevol, als ik boos ben op mijn eigen falen en hij dan zegt: “Kom maar gewoon hier zoals je bent.”

En er zijn ook momenten dat het lijkt of mijn Bakker er even niet meer is, maar hij laat mij nooit vallen. Met liefde dekt hij me toe en laat het brood rijzen.

Terug naar mijn eigen brood. Na een aantal keer rijzen en kneden mag mijn brood eindelijk de oven in. Een heerlijke geur vult mijn huis. Mijn maag knort en ik ga op mijn knieën voor de oven zitten. De bol deeg is een prachtig rond broodje geworden. Een paar minuten later gaat de kookwekker. Ik open de ovendeur en tik op de bovenkant van het brood. Het klinkt als een knapperige korst. Met een glimlach op mijn gezicht haal ik het brood uit mijn oven.

Door kneden en kneden, hard en zacht, met liefde en geduld, word ik gevormd. Onze Bakker weet precies hoe lang hij ons moet kneden voor het beste resultaat. Bij de een voegt hij rozijnen toe, bij de ander lekkere kruiden. Hij overziet het proces en draagt zorg voor het deeg, zodat we allemaal mooie broden worden die een heerlijke geur verspreiden.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

De opstandingsplant

Veel zin in Bijbellezen heb ik niet en écht connecten met God lukt me niet. Ik jakker door de volgeplande dagen, entertain mijn ondeugende peuterzoon, doe het huishouden, werk en ga zo maar door. Als ik ’s avonds mijn bed instap, vallen mijn ogen direct dicht. Moe ben ik, kapot moe. Ik prevel een kort gebed voordat ik in slaap val, maar het vuur in mij lijkt niet te branden. Het voelt alsof ik uitgedroogd ben. Waar is die passie voor God gebleven? En hoe vind ik die weer terug?

Na een bomvolle dag plof ik met een zucht op de bank neer en zet de tv aan. Ik zet een documentaire aan over de Sahara. Er wordt verteld over de opstandingsplant. Misschien ken je hem wel uit films: in een droge en uitgestorven vlakte waait er opeens een uitgedroogde bol met takken langs. Zie je ‘em voor je? Die opstandingsplant lijkt dood, zonder wortels en als een bal wordt hij voortgedreven door de wind over zandduinen, over eindeloze uitgedroogde zandvlaktes. Soms rolt die bal wel honderd jaar rond, als speelbal van de Saharawind en alles verterende zon. En dan plotseling rolt hij in een klein modderpoeltje dat ontstaan is na lang verwachte regen.

Zodra hij de modderpoel raakt, gebeurt er iets bijzonders. De plant, die een verzameling van dode takken lijkt, ontspant. Hij vouwt open en zuigt zich vol met het water uit het poeltje. Daarna wacht hij op regen en zodra die valt, draagt hij vrucht. De zaadjes verspreiden zich door de wind en komen op. Als hij niet in het water staat, verdort hij langzaam weer en rolt weer voort door de woestijn totdat hij water gevonden heeft.

De opstandingsplant rolt op het juiste moment mijn leven binnen. Op een moment dat ik me moedeloos voel. Niet kokend heet, maar lauw. Niet zout, maar flauw. Ben ik afgezwakt?
“Nee,” zegt God, “je bent een opstandingsplant.”
Ik denk na, peins, overdenk en pak de Bijbel er eens bij.

Lessen van de opstandingsplant

Voel je je ook lauw, flauw en uitgedroogd? Misschien kan de opstandingsplant je bemoedigen en inspireren. Ik leerde er het volgende van: 

  • Het is niet heel vreemd om af en toe droge periodes te hebben, waarin je minder energie of verlangen hebt om met God te praten of te werken aan je geloofsleven. Je bent niet de enige.  
  • Ook al voelt het alsof je compleet uitgedroogd bent: God kan alles veranderen. Hij is het Levende Water dat door jou heen wil stromen, je wil verkwikken en laten groeien. Soms hoort een tijd van droogte erbij en kom je daarna rijkelijk tot bloei. 
  • De opstandingsplant is een volhardend ding. Hij rolt en rolt door de droge woestijn, totdat hij eindelijk water vindt. Soms duurt het wat langer voordat we water vinden. Bedenk dan dat het Levende Water altijd op ons wacht. God zal ons nooit verlaten ook al antwoordt Hij soms niet gelijk. Het water zoeken we door te blijven bidden, Bijbellezen, iemand voor je laten bidden, dankbaar te zijn en te aanbidden.  
  • Als we ons wortelen in het water, dan kan Hij zorgen dat we vrucht dragen: dat we doen waarvoor we bestemd zijn.  
  • Ook als we niet altijd die connectie met God voelen, die connectie is er wel omdat Hij ons nooit loslaat. We mogen altijd terugkomen en dan wil Hij ons weer aanraken en doorstromen. 

De opstandingsplant rolde mijn leven in en ík rolde het water in. Als ik weer een keer uitgedroogd door de woestijn dwaal, weet ik dat ik moet volhouden en me mag blijven laven aan Gods liefde. Zijn regen is dichtbij.

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Blog, Geloven

Hij is erbij, ook in 2019

“Waar ben je dankbaar voor?” Een vraag die mijn man en ik elkaar regelmatig stellen als we ’s avonds in bed liggen. De ene keer was het een schitterende dag en kan ik dingen blijven opnoemen waarvoor ik dankbaar was. Soms was de dag intensief of loodzwaar. Een andere keer gebeurde er dingen die me tot tranen roerden of me boos maakten. Dan is het wat harder zoeken naar redenen tot dankbaarheid en kan ik het gevoel van dankbaar zijn moeilijk opbrengen.

Oudjaarsavond is uitgerekend het moment om het afgelopen jaar eens onder de loep te nemen. Waarschijnlijk ken je het aftelmoment op televisie wel waarbij je de highlights in het nieuws voorbij ziet flitsen. Zo voelt het voor mijn persoonlijk leven ook altijd een beetje op die avond. Ik zie mezelf nog zitten, een jaar eerder, onwetend wat er allemaal op mijn pad zou komen. En dan, één voor één floepen er allerlei gedachten en gebeurtenissen van het afgelopen jaar in me op en trekken ze als in een film aan me voorbij.

Waar ben jij dankbaar voor?

Misschien kreeg je dit jaar een nieuwe baan of ben je verhuisd. Heb je een nieuw project opgezet, een nieuwe hobby ontdekt of ben je een nieuwe vriend rijker. Wie weet heb je plannen gemaakt die invloed hebben op het nieuwe jaar of ben je zwanger en krijg je volgend jaar (nog) een kindje. Misschien werd je dit jaar wel moeder.

Het kan zijn dat je je niet zo dankbaar voelt voor het afgelopen jaar. Misschien ben je je kindje wel verloren of een andere dierbare. Of ben je gescheiden en voel je je juist nu eenzaam. Misschien heeft dit jaar wel een donkere rand en vraag je je af of je volgend jaar de zon wel weer gaat zien.

Hoe je er ook bij zit op oudjaarsavond, of je tienduizend redenen tot dankbaarheid hebt of als je bijna niets kunt bedenken en hoe cliché het ook klinkt: Het jaar 2018 wordt voor iedereen afgesloten en 2019 staat voor de deur. Of je nu staat te trappelen om wat komen gaat of niet vooruit te branden bent.

Ga met God

Als je overloopt van dankbaarheid voor het afgelopen jaar, geef Hem dan de eer. Hij is het die jou al dit goeds geschonken heeft. Wij danken als gezin God altijd op oudjaarsavond voor het mooie dat gebeurd is. Een prachtige traditie die ik mijn zoontje ook wil meegeven. Het is fijn om dat moment te connecten met God en met Hem nieuwe jaar in te gaan.

Misschien denk je met tranen in je ogen terug aan 2018. Ook daarmee mag je naar God toegaan. Hij wil jou helpen om de moeilijke dingen van dit jaar te dragen en te verwerken. Het maakt voor hem niet uit hoe je komt: dankbaar of bedroefd. Hij wil op oudjaarsavond bij jou zijn als je niet met blijdschap maar met pijn het nieuwe jaar ingaat.

2019

Het nieuwe jaar heeft van alles in petto. 2019 is zo onbeschreven als een leeg dagboek. Soms voelt dat lege en onbekende juist beangstigend. Wat zal het komende jaar brengen? Lief of leed? Overkomt ons geluk of komt er pijn?

Maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput. Jesaja 40:31

Gelukkig hoeven we het nieuwe en onbekende niet alleen aan te gaan. Bij elke stap die je zet, loopt je Vader met je mee. We hoeven niet bang te zijn voor de dag van morgen, omdat Hij aan onze zijde staat en ons kracht geeft. Wat er ook gebeurt.

Foto: Pixabay