All Posts By

Heidi Bikker

Gedichten, Leven

Mannequin

Na een dag leuk
doen en beter dan ik ben
Zonder mezelf, maar
dressed als mannequin
Hang ik als besluit
mijn jas, rugzak
keurslijf aan de kapstok
Buiten het vak

Binnen mijn vier muren
ben ik wie ik daarbuiten
ook zou moeten
zijn

Verhalen

Ultra Kort Verhaal

De uitdaging: schrijf een verhaal van maximaal 100 woorden. Ik had er 93 nodig.

Moeder

‘Ik ga op reis en ik neem mee: een rugzak, baksteen, schep, vleesetende plant.’ Zwijgend kijk ik hem aan. Hij grijnst breed omdat hij denkt dat ik het vergeten ben. ‘Een opblaaspop’, ga ik verder, ‘liniaal, gebaksvorkje, snelbinders’. Ik speur de woonkamer rond, het was iets dat hier lag. ‘Een afstandsbediening en jouw moeder’ Nu mag ik een woord toevoegen. ‘En een pistool.’
‘Hij veert op: ‘Waarom neem je in vredesnaam mijn moeder en een pistool mee?’
‘Dan komt die schep ook nog van pas als die vleesetende plant haar niet wil hebben.’

 

Gedichten, Natuur

In haar sporen

Achter de heg
lonkt
de wijde wereld

Achter het talud
roept
de natuur

In de griend, het bos
het bedauwde veld
Wie kan mij vinden?
In haar sporen
ben ik als zij
sereen – een hinde

Blog, Geloven, Moederschap

Faal, vergeet en leer

Even let ik niet op. Even. Als ik weer kijk staat mijn peuter op het keukentrappetje bij de porseleinen spoelbak. Zijn nieuwste hobby is het stiekem leegspuiten van alles waar zeep in zit. Afwasmiddel, handzeep, shampoo, niets is veilig.Voordat ik bij hem ben klinkt er een luide tik. Het stenen zeeppompje is in de wasbak gevallen. Verschrikt spurt ik ernaar toe, spreek mijn zoontje vermanend toe, zet het zeeppompje – dat zowaar nog heel is – terug en haal het trappetje weg. Even later ontdek ik een scheur van jewelste in de porseleinen spoelbak.

De scheur blijkt niet enkel een esthetisch probleempje te zijn, hij is door en de wasbak lekt aan de onderkant. Een paar telefoontjes en een bezoekje aan de keukenboer later leert ons dat het én niet meer te maken is, maar dat de desbetreffende spoelbak ook uit de handel gehaald is. Het onvermijdelijke gevolg: nieuwe spoelbak, nieuw aanrechtblad, muur opnieuw sausen en hopen dat het behang heel blijft. Je snapt het wel: we balen. Ook al zijn we niet boos geworden op de kleine man, hij merkt dat het niet zomaar een ongelukje is. Hij zegt – uit zichzelf- die dag meerdere keren ‘sorry’, totdat ik nadrukkelijk zeg dat hij het niet meer hoeft te zeggen. Het was immers een ongelukje.

De volgende ochtend wil mijn zoontje de scheur weer bekijken en even later wéér en later nóg eens. En nog eens, en nog eens. Het hele voorval heeft indruk op hem gemaakt, dat is duidelijk. 
En dan zie ik ineens een parallel met mijn eigen leven. De appel valt overduidelijk niet ver van de boom.  

God vertrouwt mij dingen toe: de zorg voor mijn kind, mijn werk, de zorg voor anderen waar ik een bepaalde relatie mee heb. Hij geeft mij talenten en daar mag ik wat mee doen. Zóveel schenkt hij en daarmee geeft hij ook verantwoordelijkheid. 
En net als ieder ander maak ik fouten. Val ik uit tegen iemand en maak ik daarmee een krasje, buts of soms zelfs een scheur. En o, wat kan ik dan toch boos worden op mezelf als ik faal. En wat komt die fout dan toch vaak terug in mijn gedachten.

Maar Ik doe al jullie ongehoorzaamheid weg. Al jullie slechte daden wis Ik uit. Dat doe Ik omdat Ik dat wil en niet omdat jullie het verdienen. Ik zal er zelfs niet meer aan denken. 
Jesaja 43:25 (Basisbijbel)

Waarom kan ik tegenover mijn zoontje zo compassievol zijn bij een fout en bij mezelf niet? Als God ze allang heeft weggedaan, waarom zou ik er dan aan blijven denken? Dat is niet wat Hij voor mij wil. En als jij daar ook moeite mee hebt; het is ook niet wat Hij voor jou wil. Hij wil dat we vrij zijn en dat we net als Hij dat doet, niet meer aan onze zonden denken. We mogen het echt loslaten en tegen onszelf zeggen: ‘Ik ga hier niet meer aan denken.’

Nog een dag later is mijn zoontje de scheur helemaal vergeten, hij speelt weer zonder kijk-de wasbak-is-kapotonderbrekingen. Maar als hij later zijn handen wil wassen vraagt hij ineens: Mama, wil jij zeep op mijn handen doen? En dat is dus wat we moeten doen met onze fouten: vergeten en ervan leren. Ik kan blijkbaar nog een hoop leren van mijn driejarige. 

Foto: Unsplash

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Gedichten, Liefde

Je vangt me

Je omarmt me
zonder armen
Kust me teder
zonder zoen
Je vangt me
als geen ander
Bevangt
als je blik de mijne
Dan weet ik, weten wij
genoeg

Gedichten, Moederen

Kleine vrijvechter

Laat me zweven
Frank en vrij
Laat me dansen
door de lucht

Het zilt, het zand
de wind, de zee
spelen
voeren me boven de branding

Aan de andere kant
van het touw
sta jij

Ik zweef
vlieger, vlieg
Hou je me wel vast?

Foto: Unsplash – Murat Ustuntas

Blog, Lifestyle

Spiegeltje, spiegeltje

Na een feestje kijk ik thuis in de spiegel. Ik zucht. Onder mijn ene oog zit een mascaravlek en bij mijn andere oog ontsiert een zwarte streep mijn ooglid. Hoe lang zitten die vlekken er al? Toch niet heel de avond? En waarom heeft niemand me hierop geattendeerd? Gefrustreerd poets ik de vlekken weg en hoop dat ze onderweg naar huis zijn ontstaan.

Kijk jij graag in de spiegel? Ik heb er een beetje een haat-liefdeverhouding mee. Er is altijd wel iets wat ik liever niet wil zien, zoals een mascarastreep of een pukkel, vetje of onzuiverheid.
Spiegels zijn confronterend. Je ziet wat anderen zien, the good, the bad and the ugly.

Als ik naar mijn peutertje kijk zie ik het evenbeeld van mijn man. Als ik foto’s van hem van vroeger naast ons zoontje houd, dan zie ik ontzettend veel gelijkenissen. Qua looks heeft de kleine man niets van mij, maar qua karakter… Het is net of ik naar mezelf kijk. En wat is dat toch confronterend soms.

Net zoals ik gevoelig ben, is mijn mini dat ook. Ik snap precies waarom bepaalde dingen veel indruk op hem maken, ik begrijp het helemaal als hij lang in iets blijft hangen of als hij heftig reageert op iets ogenschijnlijk onbenulligs. Ik snap het, omdat ik ook zo ben. Maar in de spiegel kijken is niet altijd makkelijk. Het voelt alsof er een vergrootglas op mezelf ligt en ik elke karakteristiek pukkeltje, vetje of onzuiverheid zie.

Toch heeft gevoeligheid ook fantastische kanten. Ik geniet als geen ander, net als mijn zoontje. Samen kunnen we de grootste pret hebben. Ik voel precies aan wat we nodig hebben en zo weet hij ook op de juiste momenten een knuffel te komen geven. Gevoelige mensen genieten als geen ander, veel intenser en rijker. Sensitiviteit is schoonheid, ook al voelt het soms als een grote vlek mascara op je gezicht.

In plaats van naar je verlopen make-up of dat puistje te turen, kun je ook focussen op die mooie lach, die glinsterende ogen of je mooie benen. Waar kijken we naar in de spiegel of als we iets zien wat confronteert? Blijft jouw blik hangen op een vetrolletje of op je stralende ogen? Kijk jij naar je fouten of naar je krachten?

Heb je liefde voor jezelf? Voor wie je bent met al je tekortkomingen en schoonheden? Als je jezelf omarmt in hoe je bent, dan wordt alles en iedereen die jou reflecteert ineens een heel stuk mooier. Including je kleine wandelende spiegelbeeld.

#workinprogress

Foto: Unsplash – Taylor Smith

Deze blog mocht ik schrijven voor Power to the Mama’s.

Gedichten, Natuur

Windkracht

De wind, ze haalt
brengt en vervoert
besteelt en zucht
gewoonweg ontvoert
Ze overstemt, overheerst
Krachtig suist
en verstilt al wat er is
als ze zacht ruist

Ze neemt je mee
waarheen ze wil
Maar na windkracht 10
wordt het áltijd weer stil

Foto: Unsplash, Mahkeo

Verhalen

Voorjaarszon

Op Schrijven Online vond ik de volgende opdracht:
Je gaat in de gevangenis langs bij iemand die ter dood veroordeeld is. Maar hij of zij is veroordeeld voor iets wat jij hebt gedaan. Hoe gaat dit bezoek verlopen? Vertel je wat er is gebeurd, weet die persoon dat jij het hebt gedaan? Voel je je schuldig of voelt het juist goed om ermee weg te komen? 

Lees hieronder over mijn bezoek.

Voorjaarszon

Zodra hij me ziet, knijpt hij zijn ogen tot spleetjes. Het donkerebruine in zijn irissen verandert naar bijna zwart. Achter hem staan twee bewakers, met hun rug tegen de muur en hun ogen gefixeerd op Mart. Ogenschijnlijk koel pakt hij de telefoon vast en legt hem tegen zijn oor en met een stalen blik kijkt hij me aan, net zolang tot ik naar de stoel tegenover hem aan mijn kant van het glas loop en ga zitten. De moed die ik had om hier naartoe te komen verdwijnt zodra ik zijn stem hoor.
‘Daar ben je dan.’
Zwijgend bal ik mijn vuist in mijn schoot en adem diep in.
‘Ik wist dat je zou komen.’ Zijn stem klinkt anders dan toen we samen waren. Anders dan toen hij me beval de trekker over te halen. Rauw en raspend alsof hij hier meer rookt dan dat hij altijd deed, terwijl hij hier maar een half uurtje mag luchten per dag en ik weet niet eens of hij dan wel mag roken.
‘Ik wist dat je niet weg kon blijven’, hij adem uit. Kalm, zoals hij altijd veinsde te zijn. ‘Wegblijven is iets waar je nooit goed in was. Je bent als een slaafse hond die zijn baas trouw is.’
Ik ril. Trouw wilde ik hem nooit zijn, maar ik had geen keus. Ook geslagen honden zijn loyaal aan hun baas. Het was verzuipen of nét niet. Ik koos voor het laatste. Nu hij hier zit kan ik weer eindelijk ademhalen, ik ben uit het water op het land gekrabbeld en ik ben niet van plan ooit weer die zee in te gaan.
Met trillende vingers vis ik de ongeopende brief uit mijn broekzak en leg hem op het tafeltje dat onderbroken wordt door een dik glas.
‘Ik wil dat je me nooit meer een brief stuurt, Mart’, zeg ik met wiebelige stem. Ik adem diep in.
‘Anders zorg ik ervoor dat je me nooit meer kan vinden.’
Zijn blik vertrekt en zijn ooglid trilt.
‘Bitch’, zegt hij luid. Zoals altijd slaat zijn kalmte bij enkel tegenspraak al om naar woede. Speeksel spat tegen het glas. ‘Je hebt me erin geluisd. Ik weet niet hoe je het gedaan hebt, maar ik zal je krijgen. Je kunt je niet verbergen, ik kom achter je aan.’
Hij spuugt een grote fluim tegen het raam en het druipt aan zijn kant naar beneden. Aan de kant van de ter dood veroordeelde en niet aan de kant van de vrije.
Ik recht mijn rug en grijns. ‘Nee, Mart’, zeg ik met hernieuwde moed. ‘Jij komt helemaal niet achter me aan. Jij krijgt de stoel en dát is wat je verdiend.’
Woest staat hij op en bonkt met beide vuisten op het raam. De telefoon klettert op de grond, kabaal klinkt. Gedecideerd hang ik de telefoon op de haak en sta op, de brief laat ik liggen. Ik versta geen woord van wat hij schreeuwt als hij door de bewakers vast gegrepen wordt en ze de taser op zijn hals zetten totdat hij in elkaar zakt.
Met gerechte rug wandel ik de ruimte uit, ik knik vriendelijk naar de bewaker en laat hem de deur voor me openen. Tien minuten later sta ik weer buiten, in de stralende voorjaarszon. Vogels die in het zuiden zijn geweest vliegen kwetterend over en strijken neer op het gras waar ze al pikkend op zoek gaan naar wormen die na hun winterslaap weer naar boven komen. Na de winter komt altijd weer de lente, behalve voor Mart.

Gedichten

Jij

Glinsters in je ogen
Lach die geen ander heeft
Leef zoals niemand leeft
Zon, zee, regenbogen

Dat wat jij mij
ook geeft